Het leven lijkt veel op de geschiedenis. Het verloopt zelden rechtlijnig en achter elke hoek loeren onverwachte wendingen. Toen ik opgroeide, stond er zeker niet in de sterren geschreven dat ik uiteindelijk onderzoek zou gaan doen naar het sociale leven van mensen in de vroegmoderne tijd aan de hand van hun particuliere kredietnetwerken. Geschiedenis was weliswaar een constante factor in mijn opvoeding. Verhalen over de Tweede Wereldoorlog domineerden de gesprekken aan de Duitse kant van mijn familie tijdens het avondeten. De spectaculaire, gemythologiseerde manieren waarop koning Hassan II aan de talloze aanslagen op zijn leven ontsnapte, werden bij elk bezoek aan Marokko opnieuw verteld. Uiteraard had elk familielid zijn eigen versie. Geschiedenis als een reeks anekdotes, bij voorkeur met ‘grote mannen’ als hoofdrolspelers, was ook de manier waarop het op de middelbare school werd onderwezen. Koloniale geschiedenis, vooral in haar Belgische variant, werd – laten we zeggen – zeker niet uitgebreid behandeld.
Tijdens mijn bacheloropleiding aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) heb ik geleerd dat geschiedenis niet alleen iets is wat je leert, maar ook iets wat je onderzoekt, beschrijft en reconstrueert door middel van kritisch onderzoek. Het heeft me ook doen inzien dat geschiedenis in belangrijke mate ‘van onderaf’ wordt gemaakt, door gewone mensen. Het was dan ook passend dat een derde element – koloniale geschiedenis – in mijn reis werd geïntroduceerd tijdens mijn studie in een oude imperiale hoofdstad, waar ik de masteropleiding Empires, Colonialism and Globalization volgde aan de London School of Economics (LSE).
Tijdens mijn promotieonderzoek had ik het geluk dat ik de meeste van deze interesses kon samenbrengen door de opkomst van de fiscale staat in de vroegmoderne periode te onderzoeken – niet in de laatste plaats dankzij mijn promotor Wouter Ryckbosch en de sociaal-historicus van het recht Klaas Van Gelder. Net als particuliere kredietnetwerken is dit een onderwerp dat misschien erg abstract en kwantitatief klinkt. Ik heb geprobeerd aan te tonen dat dit niet het geval was. Zoals de econoom Joseph Schumpeter al had geschreven, is de ‘donder van de wereldgeschiedenis’ te horen in fiscale ontwikkelingen, als je maar bereid bent om goed genoeg te luisteren. Ik heb inderdaad aangetoond hoeveel fiscale geschiedenis onthult over ideologische ontwikkelingen en vooral over het sociale leven van mensen. Door 18e-eeuwse verzoekschriften en rechtszaken over belastingheffing als bronnen te gebruiken, heb ik laten zien hoe inwoners van vroegmoderne samenlevingen in het dagelijks leven dachten over fiscale rechtvaardigheid en hoe ze zich organiseerden om die visies te realiseren.
In het kader van het project ‘Economies of Trust’ – bedacht door Dries Lyna, Eva Marie Lehner en Wouter Ryckbosch en gefinancierd door de prestigieuze Gerda Henkel Stiftung – zal ik veel van dezelfde doelstellingen nastreven, terwijl ik uiteindelijk terugkom op het thema koloniale geschiedenis. Hoewel krediet belangrijke economische dimensies heeft en waarschijnlijk een cruciale bijdrage heeft geleverd aan de economische groei in de Kaapkolonie, heeft recente geschiedschrijving aangetoond dat het essentieel is om ook de sociale dimensies ervan te begrijpen. Krediet moet worden gezien als een sociaal construct dat diep verankerd is in wederkerige relaties. Maar hoe zagen deze relaties tussen individuen en verschillende sociale groepen eruit in de uiterst complexe en hiërarchische Kaapkolonie van de 18e eeuw? Door individuele akten van krediettransacties te combineren met gerechtelijke dossiers over kredietgeschillen, zal ik bijdragen aan het overkoepelende doel van ons project: aantonen hoe de stedelijke lagere klassen in een zeer diverse koloniale samenleving vertrouwen en geloofwaardigheid konden opbouwen, waarbij ik de overlappende rollen van verwantschap, religie, gender en economische positie bij het structureren van sociale netwerken van onderaf zal onderzoeken.
Persoonlijk ben ik ontzettend blij dat ik deze boeiende maar ook intimiderende vragen niet in mijn eentje hoef te beantwoorden. Net als de geschiedenis zelf is het schrijven van geschiedenis onvermijdelijk een sociaal proces en een gezamenlijke onderneming, waaraan alle projectleden een cruciale bijdrage zullen leveren. Nu ik aan dit project begin, kijk ik er enorm naar uit om samen te werken met postdoc Julia Schmidt, die zal onderzoeken hoe processen van inclusie en exclusie in het dagelijks leven werkten, met een focus op ongehuwde vrouwen met verschillende juridische statussen. Onze collega en Archival Time Traveler Paul van der Linde zal ongetwijfeld unieke en fascinerende inzichten verschaffen in de rechtszaal, waarbij hij niet alleen zal aantonen hoe eisers en gedaagden hun geloofwaardigheid trachtten te vestigen, maar ook getuigenverklaringen zal gebruiken om een multidimensionale sociale kaart van het achttiende-eeuwse Kaapstad te genereren.