Piet de Jong aan een bureau
Piet de Jong aan een bureau

De tiende sterfdag van oud-premier Piet de Jong (1915-2016)

Op 27 juli 2026 is het 10 jaar geleden dat Piet de Jong op 101-jarige leeftijd overleed. De Jong was premier van Nederland van 1967-1971. CPG-onderzoekers Jan Willem Brouwer en Johan van Merriënboer schreven in 2011 een biografie over zijn leven. Daarnaast beschreef het CPG in de serie parlementaire geschiedenis van Nederland Het kabinet waar De Jong leiding aan gaf in het boek ‘Polarisatie en Hoogconjunctuur. Het Kabinet-De Jong (1967-1971)’. Dit deel 9 in de serie dat in 2013 verscheen, is sinds enige tijd open acces beschikbaar en dus voor iedereen te lezen.  

Ter nagedachtenis aan De Jong publiceren we een interview dat biograaf Jan Willem Brouwer had met eeuweling De Jong. Het interview verscheen in 2015 in een bundel ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de andere biograaf van De Jong: Johan van Merriënboer.

Piet de Jong op 3 april 2015
P.J.S. de Jong, geïnterviewd door Jan Willem Brouwer

Ben je eenmaal in de politiek, dan kom je er niet meer uit

22 september 2015, op bezoek bij oud-premier P.J.S. de Jong en zijn dochter Maria de Jong. De Jong zag er goed uit en was vlot gekleed: blauwe trui met V-hals over een geruit overhemd. Dochter Maria waarschuwde voorzichtig dat Vader geen goede dag leek te hebben. De Jong vulde aan: ‘Ik ben soms verward.’ Tijdens het gesprek sloot hij af en toe de ogen, maar keerde steeds weer in de conversatie terug.  

JWB: ‘Om welke zaak heeft De Jong het hardst gelachen in zijn (politieke) leven?’

Hij moest lachen: ‘Dat zou ik niet weten. … Ik ben nogal goedlachs en ging graag om met mensen die konden lachen.’ Daarop vertelde hij over zijn ontvangst door minister van Defensie Sidney van den Bergh in 1959. De Jong wilde helemaal geen staatssecretaris worden en stelde honderd-en-een kritische vragen over het te voeren beleid. Bij het volgende bezoek bleek Van den Bergh alles precies zó te hebben aangepast als De Jong het had willen hebben. ‘Toen kon ik geen nee meer zeggen. Ben je eenmaal in de politiek, dan kom je er niet meer uit.’

JWB: ‘Drinkt U nog steeds een glas jenever voor het eten?’

De Jong: ‘Elke dag! Wel drie. Ketel 1.’ Dochter Maria: ‘Welnee Papa, het zijn er twee.’ 

Premier Piet de Jong aan het woord in de Tweede Kamer, 16 oktober 1969
Premier Piet de Jong aan het woord in de Tweede Kamer, 16 oktober 1969. Foto: Eric Koch, Nationaal Archief / Anefo

De honderdste verjaardag kwam natuurlijk ook aan bod. Die was in stilte gevierd. De Jong vertelde met smaak hoe hij erin was geslaagd om alle bezoek af te wimpelen. De marinierskapel had willen langskomen, de minister-president eveneens en de buurt vroeg of ze een aubade mochten brengen. Iedereen was beleefd bedankt met de mededeling dat het Goede Vrijdag was en dat de oud-premier die in stilte wilde doorbrengen. Alleen een fotograaf van het ANP was langs geweest voor een reportage. De Jong had veel post gekregen. Een doos vol, die later naar het KDC zou gaan. Daar zit onder meer een vrolijke brief in van een oud-bemanningslid van de jager Hr.Ms. Gelderland. De man schreef dat De Jong hem vaak ‘met licht en zwaar arrest’ had moeten straffen, ‘maar U was een goede commandant’.  In april was De Jong, met dochter Maria, aanwezig geweest bij de herdenking van de onderzeedienst. Daar was voor hem gezongen. Een van de reünisten had Maria opgedragen: ‘Zorg dat hij er volgend jaar weer bij is’.  

Op 17 september was de eerste ‘P.J.S. de Jong innovatie-prijs’ uitgereikt. De prijs is door TNO ingesteld voor innovatie op militair-maritiem gebied met een maatschappelijke impact. De prijs was naar De Jong vernoemd omdat hij ‘steeds een lichtend voorbeeld [was] in het samenbrengen van militaire precisie en maatschappelijk nut’. De uitreiking – bijgewoond door dochter Maria en kleinzoon Bart – vond plaats in de oude RDM-hal. ‘Kade 59’, waar nota bene de onderzeeboot Hr.MS O-24 nog was gebouwd. En waarvandaan De Jong in de meidagen van 1940 naar Engeland was gevaren.  

De Jong vertelde hoe hij die avond in het donker aan de noordkant van de Nieuwe Waterweg langs de brandende havens voer. De O-24 werd nog beschoten door Nederlandse troepen. Eenmaal buitengaats, ging De Jong onder water. Daar lagen ze aanvankelijk aan de grond op dertig meter diepte. De boot was te zwaar beladen. ‘We waren allemaal zo moe. We zijn eerst maar gaan slapen.’ Uiteindelijk lukte het om de boot weer vlot te krijgen en werd in het Kanaal koers gezet naar Engeland.  

Na de aankomst in Engeland werd de O-24 bezocht door koningin Wilhelmina. ‘Zij had belangstelling voor militaire zaken en kon uitstekend met iedereen een praatje maken. “Hoe gaat het? Met de gezondheid?”’ De bemanning stond in het gelid klaar. Rechts van De Jong stond de schipper van de O-24. Deze man had de merkwaardige gewoonte dat hij tijdens een gesprek steeds zijn broek ophaalde. ‘“Schipper, U ziet er gezond uit’, zei Wilhelmina. Waarop de schipper antwoordde (zijn broek ophalend) “Majesteit, dat is deels frisse lucht en deels sterke drank.” Daar had de koningin veel plezier om, zoiets zei men niet gauw tegen het haar aan het hof.’ Na afloop van het koninklijk bezoek was er ’s avonds een groot diner geweest met alle officieren. De Jong (‘Ik was nog een kleine luitenant-ter-zee tweede klasse’) zat helemaal aan het uiteinde van de tafel. De voorzitter – een kolonel – brulde hem van verre toe: ‘En De Jong, zei de koningin niet “De Jong wat ben je klein”?’ De Jong riep terug: ‘Nee, kolonel, de koningin heeft tact.’ 

Contactinformatie