de vereeniging
de vereeniging

Dit zijn de zeven winnaars van de Universitaire Studieprijs 2025

Zeven (voormalige) studenten van de Radboud Universiteit mogen zich de winnaars van de Universitaire Studieprijs 2025 noemen. Zij ontvangen deze prijs omdat zij in het afgelopen studiejaar een afstudeerscriptie geschreven hebben van uitzonderlijke kwaliteit.

De uitreiking is tijdens de Opening Academisch Jaar 2025 - 2026 op 1 september, in de Vereeniging in Nijmegen. De winnaars van de Studieprijzen en samenvattingen van de winnende scripties zijn:

Thomas Vissers

Thomas Vissers (Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen)

Een Uitgebreide Evaluatie van de Levensvatbaarheid van Superdeterminisme 

Vanaf het eerste moment dat de kwantummechanica ten tonele kwam, maakte het een hevig filosofisch debat los over de juiste interpretatie van de theorie. ‘Founding fathers’ als Bohr en Einstein accepteerden allebei dat de voorspellingen van de theorie valide waren, maar kwamen tot radicaal andere conclusies over wat het ons vertelt over de fundamentele structuur van de wereld. Terwijl Bohr de kwantummechanica en diens schijnbare willekeur, gebrek aan klassiek realisme en ‘spookachtige werking op afstand’ zag als een volledige beschrijving van de fysische werkelijkheid, vond Einstein dat kwantumsystemen weldegelijk vaststaande fysieke eigenschappen beschikten, bepaald door tot dusver ‘verborgen variabelen’ onderliggend aan de theorie. 

Hoewel dit lijkt op een filosofische impasse, realiseerde de natuurkundige John Bell zich dat deze wereldbeelden onverenigbare experimentele uitkomsten voorspelden. Deze experimenten berusten op twee aannames: dat informatie niet sneller dan het licht kan, en dat de eigenschappen van kwantumobjecten statistisch onafhankelijk zijn van de instellingen van het apparaat waar je ze mee meet. Superdeterminisme is een klasse van dergelijke modellen die statistische onafhankelijkheid afwijzen, en de afgelopen jaren meer in de picture zijn komen te staan. In mijn scriptie heb ik geprobeerd om op zo’n volledige mogelijke wijze te evalueren of superdeterminisme, inclusief de kritieken daarop, standhouden wanneer deze worden getoetst aan criteria uit de wetenschapsfilosofie. Alhoewel ikzelf nog niet ben bekeerd, concludeer ik dat superdeterminisme zomaar een blijvende rol zou kunnen blijven spelen als een van de vele uitdagers in het eeuwenoude, maar nog altijd onwijs interessante interpretatiedebat over de kwantummechanica. 

Wieke Metzelar

Wieke Metzlar (Faculteit der Letteren)

Maastricht’s Missing Girls. A research into patterns and determinants of excess mortality among girls, 1864-1930. 

In zowel historische als hedendaagse samenlevingen vindt er onder bepaalde groepen meisjes oversterfte plaats, ondanks het feit dat meisjes biologisch gezien betere overlevingskansen hebben dan jongens. Verklaringen voor deze vrouwelijke oversterfte kan je indelen in drie groepen: (1) biologische factoren, zoals een hogere vatbaarheid van vrouwen voor specifieke infectieziekten, (2) genderrollen, zoals meisjes die meer aan ziekten werden blootgesteld door hun taken in het huishouden (zieken verzorgen, was doen, etc.) en (3) gender discriminatie, zoals een ongelijke verdeling van voedsel en zorg binnen het gezin. 

In mijn scriptie heb ik de historische oversterfte van Maastricht tussen 1864 en 1930 onderzocht, met behulp van een database die alle overlijdensakten van alle personen in Maastricht in die periode bevat, inclusief hun doodsoorzaak. Dit maakt het mogelijk om iemands overlijden te onderzoeken in relatie tot zijn of haar sociaal-economische en demografische context. Eerst heb ik het Maastrichtse patroon onderzocht, waaruit bleek dat de oversterfte voorkomt onder meisjes tussen de 1 en 15 jaar oud. De vrouwelijke oversterfte bleef in Maastricht bestaan tot en met het einde van mijn onderzoeksperiode, terwijl het op nationaal niveau al verdwenen was. Vervolgens ben ik een voor een de groepen verklaringen met mijn data gaan uitzoeken. Daarbij kwam naar voren dat meisjes vaker stierven aan longgerelateerde ziektes, zoals longtuberculose of longontstekingen, en voedsel- en watergerelateerde ziektes zoals tyfus. Meisjes hadden een grotere blootstelling aan deze ziekten, mogelijk doordat zij meer tijd binnenshuis doorbrachten en omdat jongere tienermeisjes zieke ouders verzorgden, wat tot ernstige infecties kon leiden. De studie vond geen aanwijzingen dat ongelijke behandeling, zoals verschillen in vaccinatie of voedselvoorziening, bijdroeg aan de oversterfte van meisjes. Wel bleek de afwezigheid van één of beide ouders een grotere risicofactor voor meisjes dan voor jongens, mogelijk omdat zij in zulke situaties meer verantwoordelijkheden kregen in het huishouden. Verschillen in blootstelling en rolpatronen, in plaats van biologische factoren, lijken dus bepalend voor de hogere sterfte onder meisjes in de onderzochte periode in Maastricht.

Annique Krieg

Annique Krieg (Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica)

Towards a correlated quantum simulator - Study of unexpected observations in dense Cs structures on InSb(110) and characterization of the potential substrate GaSb(110) 

In de materiaalwetenschappen probeert men nieuwe materialen met exotische eigenschappen te vinden, en te begrijpen waar deze eigenschappen vandaan komen. Voor veel van deze materialen is het niet bekend hoe deze precies theoretisch beschreven moeten worden, bijvoorbeeld in materialen waar elektroneninteracties een grote rol spelen. In mijn masterscriptie heb ik gekeken of het mogelijk is om dit te simuleren. En dan niet met een computer, maar door bouwsels te maken van cesium atomen op het oppervlak van indium antimoon en gallium antimoon kristallen. Deze bouwsels heb ik gemaakt en onderzocht door middel van een scanning-tunnelingmicroscoop. Daarbij heb ik verscheidene hypotheses onderzocht en uiteindelijk is gebleken dat er wellicht elektroneninteracties aanwezig zijn in deze structuren, maar het blijkt ook dat de wisselwerking met het substraat een belangrijke rol zou kunnen spelen. De aanwezigheid van deze fenomenen laat zien dat het wellicht mogelijk is om dit platform te gebruiken om meer inzicht te krijgen in de rol van elektroneninteracties in materialen.

Otis Tromp

Otis Tromp (Faculteit der Rechtsgeleerdheid)

Steward ownership in de polder. Over de noodzaak van een specifieke rechtsvorm voor Nederlandse steward owned ondernemingen 

Steward ownership is een nieuw governance-model dat onder Nederlandse ondernemers steeds populairder wordt. Ondernemers die het steward ownership-model hebben geïmplementeerd, streven niet primair naar winstmaximalisatie. Zij streven primair naar het bereiken van een missie. Om dat te kunnen doen, implementeren deze ondernemers twee beginselen: ‘zelfbestuur’ en ‘winst dient de missie’. Zelfbestuur houdt in dat de zeggenschap die normaliter in handen is van op winst gerichte aandeelhouders, nu in handen komt van op de missie gerichte stewards. Stewards zijn bijvoorbeeld werknemers van de onderneming. ‘Winst dient de missie’ houdt in dat de onderneming (een groot deel van) de winst besteedt aan haar missie. Aan de inhoud van de missie stelt steward ownership geen eisen.

In 2024 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen over steward ownership. In die motie roept de Tweede Kamer op tot onderzoek naar een wettelijke regeling voor een nieuwe rechtsvorm voor steward owned ondernemingen. In deze scriptie onderzoekt Otis daarom de juridische duiding van steward ownership en de noodzakelijkheid van een nieuwe rechtsvorm. Daarbij legt hij de focus op de bestaande rechtsvorm van de besloten vennootschap, omdat de meeste steward owned ondernemingen op dit moment nog een besloten vennootschap zijn. Met behulp van een analyse van statuten van twintig steward owned ondernemingen schetst hij een juridisch beeld van steward ownership in de Nederlandse praktijk. Uit die analyse blijkt dat het huidige recht een aantal knelpunten bevat. Deze knelpunten bemoeilijken het implementeren van de twee beginselen van steward ownership. Otis toont echter aan dat deze knelpunten binnen het huidige recht niet onoverkomelijk zijn. Daarom komt hij tot de conclusie dat een nieuwe rechtsvorm niet noodzakelijk is. 

Esmée Mooren

Esmée Mooren (Faculteit der Sociale Wetenschappen)

“Ze hebben me trotser gemaakt”: Een generationeel perspectief op de collectieve geschiedenis en toekomst van lesbische representatie 

Hoe zijn lesbische vrouwen in de media, dus op televisie, in film, maar ook sociale media, veranderd? En wat voor impact heeft dit op lesbische vrouwen zelf? Voor mijn thesis heb ik om hierachter te komen 14 lesbische vrouwen van allerlei leeftijden geïnterviewd. De jongste was 16 jaar en de oudste 91. Alle generaties zaten ertussen, van baby boomers tot generatie Z. Wat betekent representatie voor hen? Hoe belangrijk was het als tiener die voor het eerst verliefd werd op een vrouw? We weten dat er de afgelopen decennia veel veranderd is in representatie. Het is zowel meer geworden, maar het zijn tegenwoordig ook steeds vaker positieve verhalen. Hoe kijken oudere lesbische vrouwen er tegenaan dat ze dit wellicht gemist hebben in hun jeugd? Hebben jongere lesbische vrouwen het daadwerkelijk beter, omdat ze positievere voorbeelden hebben? En wat zijn volgens hen belangrijke lesbische vrouwen in de media? Al deze vragen heb ik proberen te beantwoorden door middel van interviews. De resultaten? Representatie speelt een onwijs grote rol in het leven van deze vrouwen, zowel positief als negatief. Ze hebben representatie vooral nodig als het moeilijk met ze gaat, bijvoorbeeld als je onzeker nog in de kast zit. Zowel jonge als oudere vrouwen genieten ervan dat representatie meer en positiever is geworden. Ook speelt het een grote rol in het delen van geschiedenis: de vrouwen van nu staan op de schouders van de oudere dames en daar zou best vaker over gepraat mogen worden binnen onze lesbische gemeenschap.

Jesper Pillen

Jesper Pillen (Faculteit der Managementwetenschappen)

Harvesting Value: “Unveiling Supplier Strategies to Inward Sourcing in the Socio-Economic Landscape of Sub-Saharan Africa” 

In de hedendaagse wereldeconomie zijn internationale productieketens steeds verder verspreid geraakt. Dit biedt bedrijven en boeren uit opkomende economieën, zoals in Afrika, meer kansen om deel te nemen aan deze netwerken. Hoewel dit positieve effecten heeft op economie, export en werkgelegenheid, profiteren niet alle deelnemers evenredig. Veel Afrikaanse bedrijven blijven steken in eenvoudige, laagwaardige activiteiten en raken daardoor gevangen in een afhankelijke positie binnen de keten.

Mijn onderzoek richt zich op hoe deze bedrijven toch kunnen doorgroeien naar activiteiten met meer toegevoegde waarde, waardoor ze zelfstandiger en winstgevender worden. Hiervoor heb ik een casestudy uitgevoerd bij een Tanzaniaans bedrijf dat cashewnoten verwerkt. Uit het onderzoek blijkt dat het bedrijf erin slaagde om op te klimmen in de waardeketen door zich te richten op internationale marktkansen, sterke lokale samenwerkingen aan te gaan en goed in te spelen op de lokale context. Ondanks een zwakke institutionele omgeving wist het bedrijf zich zo te ontwikkelen van een afhankelijke speler tot een pionier binnen de productieketen. Dit laat zien dat strategische keuzes en lokale verankering essentieel kunnen zijn voor duurzame groei in uitdagende omgevingen en dat bedrijven in Sub-Sahara Afrika zo de stap kunnen zetten van afhankelijke deelnemers naar kartrekkers in de waardeketen.

Lisa Verhoeven

Lisa Verhoeven (Faculteit der Medische Wetenschappen)

Enhanced Nuclear Factor Kappa-B Signaling Drives Liver Colonization by Mutant Estrogen Receptor-Positive Breast Cancer Cells 

Er zijn verschillende typen borstkanker, waarvan het oestrogeen receptor (ER)-positieve, HER2-negative subtype de overgrote meerderheid (~75%) vormt. Patiënten met dit type borstkanker worden aanvankelijk behandeld met medicijnen die de kanker cellen doodmaken. Ondanks dat deze medicijnen in eerste instantie over het algemeen goed aanslaan, bouwt het merendeel van de patiënten helaas resistentie op, waardoor de kanker ongevoelig wordt voor de behandeling, en het medicijn dus niet meer zijn werk doet. Deze resistentie wordt meestal veroorzaakt door het muteren van de borstkanker cellen. Het ontstaan van deze gemuteerde cellen gaat vaak gepaard met het uitzaaien van de kanker naar andere organen. Wat daarin interessant is, is de observatie dat de gemuteerde borstkanker cellen specifiek uitzaaien naar de lever, wat suggereert dat alleen gemuteerde cellen dus een soort “voorkeur” hebben voor de lever. Tot voor kort was onze kennis over de oorzaak van dit proces zeer gelimiteerd en onvoldoende om deze agressieve vorm van uitzaaiing te behandelen. Om deze kennisleemte te adresseren hebben we deze onderliggende mechanismen onderzocht door in vitro experimenten te combineren met experimentele preklinische muismodellen. 

Voor zover wij weten zijn wij de eersten die experimenteel hebben bevestigd dat gemuteerde borstkanker cellen inderdaad een uitzaaiingsvoorkeur hebben voor de lever. Aan de hand hiervan hebben we gevonden dat dit wordt veroorzaakt door de toename van een ontstekingssignaal binnen in de kanker cel, wat alleen het geval is in gemuteerde borstkanker cellen – wat verklaart waarom niet gemuteerde, therapie gevoelige borstkanker cellen niet specifiek uitzaaien naar de lever. Bovendien hebben we gevonden dat leveruitzaaiing kan worden verminderd door bepaalde afweercellen – die als taak hebben ontstekingen te remmen – uit te schakelen. 

Samen banen deze bevindingen een weg voor vele nieuwe therapeutische opties om lever uitzaaiing te voorkomen in patiënten met ER+/HER2- borstkanker die hiervoor in behandeling zijn.

Uitreiking bijwonen

De prijsuitreiking vindt plaats op maandag 1 september tijdens de Opening Academisch Jaar in concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Je ontvangt een mail met een persoonlijke uitnodiging.