Stadsschouwburg de Vereeniging
Stadsschouwburg de Vereeniging

Dit zijn de zeven winnaars van de Universitaire Studieprijs 2026

Zeven (voormalige) studenten van de Radboud Universiteit mogen zich de winnaars van de Universitaire Studieprijs 2026 noemen. Zij ontvangen deze prijs omdat zij in het studiejaar 2024-2025 een afstudeerscriptie van uitzonderlijke kwaliteit hebben geschreven.

De uitreiking is tijdens de Opening Academisch Jaar 2026-2027 op 31 augustus, in Concertgebouw de Vereeniging in Nijmegen. De winnaars van de Studieprijzen en samenvattingen van de winnende scripties zijn:

Mila Burger

Mila Burger (Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen)

Hoe willekeurig is een willekeurige mutatie?

In de biologie worden mutaties – veranderingen in het DNA – vaak omschreven als ‘willekeurig’. Maar dat begrip blijkt meerdere betekenissen te hebben. Mila onderzocht welke interpretaties van ‘willekeur’ biologen gebruiken en waarom dit soms tot misverstanden leidt. Mila ontdekte dat de uitspraak ‘mutaties zijn willekeurig’ twee historische oorsprongen heeft. De eerste ligt in de evolutietheorie van Charles Darwin (1859), waarin variatie in alle richtingen ontstaat en natuurlijke selectie vervolgens de meest gunstige eigenschappen selecteert. De tweede komt uit het onderzoek van Salvador Luria en Max Delbrück (1943), die aantoonden dat mutaties in bacteriën onafhankelijk van selectiedruk ontstaan.

Uit het onderzoek blijkt dat biologen het begrip ‘willekeur’ op verschillende manieren gebruiken. In de evolutiebiologie verwijst het vooral naar de gevolgen van mutaties: een mutatie is niet vooraf gericht op een gunstig resultaat. In de moleculaire genetica gaat het juist om de oorzaak van mutaties: ze ontstaan niet als reactie op de omgeving, maar onafhankelijk daarvan.

Doordat deze verschillende betekenissen naast elkaar bestaan, kunnen wetenschappers dezelfde term gebruiken terwijl ze iets anders bedoelen. Mila analyseerde voorbeelden waarin dit tot onjuiste conclusies leidde. Dit onderzoek laat zien dat een historische en filosofische analyse van wetenschappelijke begrippen helpt om misverstanden te voorkomen en duidelijk maakt hoe belangrijke concepten in de biologie precies worden gebruikt.

Auke van Meer

Auke van Meer (Faculteit der Letteren)

Illiberale democratie in de praktijk. Het toepassen, handhaven en bespreken van gerrymandering in de staat Missouri, 1891-1922

Gedurende de geschiedenis van de Verenigde Staten is gerrymandering (het aanpassen en manipuleren van kiesdistricten met als doel partijpolitiek of persoonlijk voordeel te behalen) een terugkerend onderdeel geweest van de herindeling van kiesdistricten. Ondanks de prominente rol die deze vorm van kiesdistrictmanipulatie tot op de dag van vandaag speelt, hebben zowel journalisten als academici de neiging gehad om (historische) gerrymandering te beschouwen als een afwijkend of ongewenst verschijnsel. Zo wordt het door de NOS bijvoorbeeld omschreven als ‘gif’ binnen het Amerikaanse politieke systeem. In plaats daarvan stelt Auke dat gerrymandering beter begrepen kan worden als een structureel onderdeel van dit systeem, dat mede mogelijk wordt gemaakt door de manier waarop het Amerikaanse politieke bestel is ingericht.

In deze thesis analyseert Auke historische gerrymandering aan de hand van recent historiografisch en politicologisch onderzoek.Auke onderzoekt hierbij gerrymandering als een illiberaal democratisch fenomeen binnen een liberaal democratisch constitutioneel kader in de Amerikaanse staat Missouri tussen 1891 en 1922. De analyse is gebaseerd op het concept ‘illiberal democracy’, dat uitgaat van de aanwezigheid van illiberale elementen die enerzijds de liberaal-democratische constitutie kunnen ondermijnen, maar anderzijds juist door deze constitutie de ruimte krijgen om te bestaan en zich te ontwikkelen. Vanuit dit nieuwe perspectief onderzoekt Auke gerrymandering niet als een afwijking van het democratische systeem, maar als een mogelijk gevolg van de liberaal-democratische constitutionele kaders in Missouri en de Verenigde Staten als geheel. Daarmee laat deze thesis zien dat gerrymandering niet op zichzelf stond, maar een terugkerend onderdeel vormde van de politieke dynamiek in Missouri tussen ongeveer 1890 en 1922. Binnen deze dynamiek werd gerrymandering, zowel bewust als onbewust, versterkt door andere politieke ontwikkelingen van zowel liberale als illiberale democratische aard.

Kiki Nabers

Kiki Nabers (Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica)

Inzicht in GCaMP8: expressiepatronen van jGCaMP8m en RiboL1-jGCaMP8m in de gehoorcortex van de muis

In haar thesis onderzocht Kiki calciumindicatoren aan het Computational Neuroscience Lab van Dr. Bernhard Englitz. Deze calciumindicatoren worden binnen de neurowetenschap gebruikt om hersenactiviteit te onderzoeken. Als een neuron geactiveerd wordt, stromen calciumionen de cel in. Een calciumindicator geeft dus indirect aan of een neuron actief is, wat voor neurowetenschappers erg handig is. Tijdens de experimenten kregen muizen een calciumindicator geïnjecteerd in de auditieve cortex: een hersengebied dat betrokken is bij het gehoor. Vervolgens lieten de onderzoekers de muizen verschillende tonen horen, en konden zij aan de hand van de calciumindicator zien welke gebieden in de auditieve cortex ‘actief’ werden. Tot slot onderzocht Kiki het hersenweefsel door middel van kleuringen en microscopie. Kiki onderzocht in haar scriptie twee verschillende soorten calciumindicatoren, om erachter te komen welke het beste werkte en in welke concentratie, voor toekomstige experimenten van de onderzoeksgroep. Kiki concludeerde voorzichtig uit haar kleine dataset dat de calciumindicator die bindt aan het cellichaam van het neuron (RiboL1-jGCaMP8m) voor het onderzoek beter werkte dan de calciumindicator die bindt aan het gehele neuron (jGCaMP8m).

Sophie van den Broek

Sophie van den Broek, Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Het regresverbod in de WHOA: op zoek naar een rechtvaardige balans

Een onderneming kan in financiële moeilijkheden verkeren, maar in de kern nog levensvatbaar zijn. In dat geval kan de onderneming met haar schuldeisers afspraken maken over het verlagen of anderszins regelen van haar schulden. Die afspraken worden vastgelegd in een akkoord. Sinds 2021 bestaat daarvoor een speciale wet: de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Deze wet moet voorkomen dat levensvatbare ondernemingen failliet gaan. Vaak krijgen schuldeisers op grond van zo’n akkoord slechts een deel van hun geld terug. Niettemin ontvangen zij nog altijd meer dan zij in een faillissement zouden ontvangen. 

Omdat de WHOA nog vrij nieuw is, is de toepassing van sommige regels nog niet volledig uitgekristalliseerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor het zogenoemde ‘regresverbod’. Dit verbod speelt een rol bij driehoeksverhoudingen. Daarbij staat een derde partij, zoals een borg, garant voor de betaling van een schuld die de onderneming aan een schuldeiser heeft. Krijgt de schuldeiser vanwege het akkoord niet al zijn geld terug van de onderneming, dan kan hij zich wenden tot de garantsteller voor volledige betaling. Betaalt de garantsteller aan de schuldeiser, dan verkrijgt hij een regresvordering op de onderneming. Daarmee kan de garantsteller het bedrag dat hij aan de schuldeiser heeft betaald, terugvorderen van de onderneming. Het regresverbod in de WHOA blokkeert echter deze regresvordering. De garantsteller mag het betaalde bedrag niet op de onderneming verhalen. Daarmee wordt voorkomen dat de onderneming alsnog – via de garantsteller – met de oorspronkelijke schuld wordt geconfronteerd, terwijl die schuld door het akkoord juist was verminderd. Zou regres wel mogelijk zijn, dan zou de onderneming alsnog failliet kunnen gaan. Voor de garantsteller heeft dit verstrekkende gevolgen: de door hem betaalde schuld komt volledig voor zijn eigen rekening. 

De toepassing en reikwijdte van het regresverbod roepen veel vragen op. Inmiddels is hierover tot aan de Hoge Raad geprocedeerd, die naar verwachting in het najaar van 2026 uitspraak doet. In haar scriptie loopt Sophie vooruit op de beantwoording van enkele principiële vragen en onderzoekt zij of een rechtvaardige balans mogelijk is tussen het behoud van een levensvatbare onderneming en het belang van de garantsteller bij terugbetaling.

Lotte de Groot

Lotte de Groot (Faculteit der Sociale wetenschappen)

Een verkenning van de relatie tussen cognitieve belasting en de interactie tussen docenten en verklaarbare AI (XAI) bij door AI ondersteunde beoordeling

Uitlegbaarheid kan bijdragen aan verantwoord gebruik van Artificial Intelligence (AI) voor nakijkondersteuning omdat het docenten inzicht geeft in waarom een systeem een bepaalde scoresuggestie geeft. In theorie klinkt dit mooi, maar hoe pakt dit uit in de praktijk? De docent krijgt namelijk óok meer informatie te zien, wat impact kan hebben op de cognitieve belasting die een docent ervaart. Dat roept vragen op, zoals: (hoe) gaan docenten om met zo’n systeem? Maakt de complexiteit van de nakijktaak uit? Wat voor soort AI-uitleg wordt juist wel of niet gewaardeerd? Lotte onderzocht deze vragen door docenten aan de slag te laten gaan met een uitlegbare AI-nakijkomgeving. Proces- en interviewdata gaven inzicht in de wisselwerking tussen de ervaren cognitieve belasting en de bruikbaarheid van AI-uitleg. Hoewel de steekproefomvang de generaliseerbaarheid beperkt, suggereren de resultaten dat de betrokken docenten zich niet aanzienlijk meer of minder cognitief belast voelden door de toevoeging van AI-uitleg. Wel verschoof het type belasting: een deel van de inspanning voor het beoordelen van leerlingantwoorden ging naar het ‘beoordelen’ van de AI. Ook werd de AI‑uitleg vooral geraadpleegd bij complexere leerlingantwoorden (waar eerdere beoordelaars het over oneens waren). Dit wijst op strategisch gebruik van uitlegbare AI, juist in situaties die cognitief veeleisend zijn. Tegelijk verschilde de meerwaarde per type uitleg, vak en docentkenmerken (zoals AI-geletterdheid). Ondanks die verschillen zagen docenten de optie om AI‑uitleg te raadplegen als een zinvolle vorm van transparantie en ondersteuning bij het nakijken.

Emma van Heeswijk

Emma van Heeswijk (Faculteit der Managementwetenschappen)

Morele machines als burgers? Een verkenning naar de morele status en het democratisch burgerschap van kunstmatige algemene intelligentie (AGI)

Artificial General Intelligence (AGI) is een nu nog theoretische vorm van kunstmatige intelligentie die mogelijk grote gevolgen kan hebben voor de samenleving. In theorie zou AGI namelijk autonoom alles kunnen wat een mens ook kan. Hoe zouden we met zo’n systeem omgaan? Zou een machine die zich gedraagt als een mens dezelfde rechten moeten hebben als een mens? In haar scriptie onderzocht Emma deze vragen aan de hand van de begrippen ‘morele status’ en ‘democratisch burgerschap’. Morele status gaat over wie of wat moreel meetelt en wie dus rechten en bescherming verdient. De conclusie is dat de bestaande theorieën over morele status tekortschieten als ze toegepast worden op AGI. Bij gebruik van de huidige theorieën is het risico te groot dat we AGI structureel onder- of overwaarderen. Het onder- of overwaarderen van entiteiten kan grote gevolgen hebben voor de maatschappij. Om dit bij AGI-systemen te voorkomen, is er een theorie nodig die wél goed toepasbaar is. Emma stelt daarom een nieuw toetsingskader voor met een drempel die relatief concreet kan bepalen wanneer een AGI-systeem morele status verdient. Hierbij wordt niet gekeken naar wat een machine is (heeft het bewustzijn? voelt het iets?), want dat is onmogelijk te bewijzen, maar naar hoe een machine zich consequent gedraagt. Pas wanneer een systeem langdurig laat zien dat het bijvoorbeeld zelfstandig moreel kan redeneren, ethische afwegingen kan maken en zich autonoom kan aanpassen aan nieuwe situaties, is er volgens haar onderzoek reden om het als een morele actor te beschouwen. Hoe wij er daarna mee omgaan, dat is een tweede vraag. Emma maakt vervolgens in haar scriptie een sprong naar wat er op het gebied van democratisch burgerschap zou gebeuren als een machine aan die eisen voldoet. De conclusie is nadrukkelijk niet dat alle slimme, morele machines meteen een stempas zouden moeten krijgen. Het onderzoek laat juist zien dat de traditionele koppeling tussen een moreel handelende entiteit en burgerschap bij AGI niet vanzelfsprekend meer is. Ook als een AGI morele status zou verdienen, volgt daar niet automatisch uit dat zo’n systeem ook burger zou moeten worden. Daar is echt nog veel meer afweging en onderzoek voor nodig. Haar scriptie laat zien dat we nu al serieus moeten nadenken over de maatschappelijke gevolgen van toekomstige AI-systemen. Niet alleen over wat technisch mogelijk wordt en hoe we daarmee omgaan, maar vooral over de normen en waarden waarmee we zulke systemen beoordelen. De quote aan het begin van haar scriptie vat de relevantie van het onderwerp misschien wel het beste samen: ‘Your scientists were so preoccupied with whether or not they could, they didn’t stop to think if they should.’ (Dr. Ian Malcolm’, Jurassic Park 1993).

Eline Senders

Eline Senders (Faculteit der Medische wetenschappen)

Mitochondriën als de centrale integrator van door zout geïnduceerde monocytenresponsen: de wisselwerking tussen calciumsignalering, IL-8-productie en modulatie door taurine

Een te hoge zoutinname via de voeding is wereldwijd een veelvoorkomend probleem. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert maximaal 5 gram zout per dag, terwijl de gemiddelde wereldwijde consumptie met 10,78 gram meer dan twee keer zo hoog ligt. Een hoge zoutinname wordt al lange tijd in verband gebracht met een verhoogde bloeddruk, een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Daarnaast blijkt steeds vaker dat een zoutrijk dieet ook chronische ontstekingen kan bevorderen, die een rol spelen bij aandoeningen zoals chronische nierziekte en afwijkingen van de grote lichaamsslagader. Eline onderzocht hoe monocyten, een type witte bloedcel, reageren op hoge zoutconcentraties. Deze cellen spelen een belangrijke rol bij het aansturen van ontstekingsreacties. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat teveel aan zout stress veroorzaakt in deze cellen. Door de hoge zoutconcentratie lijken cellen te krimpen, waardoor verschillende stressreacties worden geactiveerd. Dit verstoort onder andere de normale eiwitproductie en zet de mitochondriën, de energiefabriekjes van de cel, onder druk. Als gevolg hiervan gaan de cellen meer ontstekingsstoffen produceren. Daarnaast kunnen geactiveerde monocyten gemakkelijker naar de vaatwand migreren, waar zij ontstekingsprocessen verder versterken. Op de lange termijn kan dit bijdragen aan de vorming van plaques in de bloedvaten, een belangrijk kenmerk van hart- en vaatziekten zoals slagaderverkalking. Daarnaast onderzocht Eline manieren om deze ontstekingsreactie te verminderen. Zo bleek dat onder andere taurine, een natuurlijke stof die voorkomt in het lichaam en in bepaalde voedingsmiddelen en energiedrankjes, een deel van de ontstekingsreactie kan remmen. Hierdoor lijken immuuncellen beter bestand tegen de schadelijke effecten van een hoge zoutbelasting.

Deze resultaten helpen om beter te begrijpen hoe een hoge zoutinname ontstekingen kan veroorzaken. Op de lange termijn kan deze kennis bijdragen aan nieuwe strategieën om ontstekingsgerelateerde hart- en vaatziekten te voorkomen of te behandelen.

Uitreiking bijwonen

De prijsuitreiking vindt plaats op maandag 31 augustus 2026 tijdens de Opening Academisch Jaar in concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Je hebt een mail ontvangen met een persoonlijke uitnodiging.