‘Docenten die geen risico nemen, zijn nadelig voor hoogbegaafdheid’
‘Docenten die geen risico nemen, zijn nadelig voor hoogbegaafdheid’

‘Docenten die geen risico nemen, zijn nadelig voor hoogbegaafdheid’

Het is de week van de hoogbegaafdheid en dat betekent positieve aandacht voor dit onderwerp. Terecht, vindt sociaal wetenschapper Lianne Hoogeveen van de Radboud Universiteit, want er bestaan nog genoeg misverstanden over hoogbegaafdheid. ‘Het is erg belangrijk dat docenten de talenten van kinderen herkennen én er goed mee weten om te gaan.’

Hoogbegaafdheid is een lastig grijpbaar concept, in eerste plaats doordat er geen precieze definitie bestaat. Op scholen zorgt het nog altijd voor misverstanden en ook in het bedrijfsleven voelen mensen zich niet of verkeerd begrepen. ‘Als GZ-psycholoog sprak ik iemand die met tal van goede ideeën kwam, maar bij de directie alleen op weerstand stuitte en uiteindelijk bij het bedrijf vertrok. Dat bedrijf had goud in handen, maar ze wisten er niet mee om te gaan’, illustreert Lianne Hoogeveen, naast psycholoog, hoofdopleider bij ECHA en RITHA, de postacademische opleidingen tot hoogbegaafdheidsspecialist van het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen (RCSW) en wetenschapper bij het BSI.

Dead Poets Society

‘Het is erg belangrijk dat docenten de talenten van kinderen herkennen én er goed mee weten om te gaan.’ Recente onderzoeken van Hoogeveen en haar collega’s zijn dan ook gericht op het herkennen van begaafdheid bij kinderen, bijvoorbeeld aan de hand van tekeningen. Of op het voorkomen van talentfrustratie. ‘Daarbij proberen we docenten in onze postacademische opleidingen professioneler te maken, zodat ze goed kunnen inspelen op de specifieke behoeftes van kinderen, bijvoorbeeld door het inrichten van plusgroepen.’

Daarbij is het wel zaak om eventuele extra programma’s niet exclusief voor ‘hoogbegaafde kinderen’ te maken. ‘Het labelen van kinderen heeft invloed op hun gedrag. Begaafde kinderen kunnen zich bijvoorbeeld dommer voordoen om niet buiten de groep te vallen, terwijl het label ook nadelig is voor “gewone kinderen”.’ Beter is om per vak te kijken wie wat extra’s kan doen, stelt Hoogeveen. ‘Daarvoor moeten docenten ruimte hebben om risico te nemen en fouten te maken. Als docenten geen risico durven nemen is dat nadelig voor leerlingen met hoge capaciteiten.’ Ze verwijst naar de film Dead Poets Society als voorbeeld van hoe het wel moet met een docent die er door ongewone methodes perfect in slaagt om zijn leerlingen te stimuleren. Als beloning wordt hij echter ontslagen. De angst om risico’s te nemen bij docenten is dus begrijpelijk; wat zal dat voor consequenties hebben voor hen?

Opleiding zegt niet alles

Tegelijkertijd is beleid op maat binnen scholen geen vereiste om succesvol te zijn, zegt Hoogeveen. ‘Iemand als Joop van den Ende is zeer begaafd, maar heeft weinig opleiding genoten.’ En begaafde mensen kunnen hun capaciteiten ook negatief inzetten. ‘Zo had ik ooit iemand op gesprek waar het op school niet goed mee ging, die bekenden had in de onderwereld en er van overtuigd was dat hij dat beter kon.’

Die onvoorspelbaarheid maakt dat extra kennis en inzichten rond hoogbegaafdheid nog altijd van belang zijn, al gaat het onderzoeksveld de goede kant op. De benoeming van bijzonder hoogleraar Begaafdheid Anouke Bakx in mei 2018 aan de Radboud Universiteit is een nieuw steuntje in de rug. Verder houdt bijna iedere school zich met hoogbegaafdheid bezig en er is veel meer onderzoeksgeld beschikbaar, stelt Hoogeveen optimistisch. ‘Sinds de oprichting van het CBO door pionier Franz Mönks in 1988 zijn er enorme stappen gemaakt.’

Contactinformatie

Thema
Onderwijs