Foto van José Sanders, rector magnificus van de Radboud Universiteit

Een campus voor iedereen – column José Sanders

Vorig jaar waren we nog gerustgesteld als college van bestuur, omdat onze studenten- en medewerkersenquêtes positieve ontwikkelingen op het gebied van sociale veiligheid liet zien, kortweg samengevat als: een grote meerderheid voelt zich niet bedreigd op de campus van de Radboud Universiteit. Maar minder mooie berichten volgen elkaar sindsdien snel op. Afgelopen weken verschenen in korte tijd meerdere keren zorgwekkend nieuws over de veiligheid op universiteiten. Ook op onze campus gebeuren dingen die niet zouden moeten gebeuren.

Nog steeds zijn universitaire campussen niet voor iedereen een prettige en veilige plek om te studeren, werken en te gast te zijn. Eind maart beschreef een bericht op Voxweb hoe nieuwe cijfers van statistiekbureau CBS laten zien dat liefst 44 procent van de vrouwelijke promovendi in Nederland ongewenst gedrag zoals pesten, discriminatie of seksuele intimidatie meemaakt. Ook mannelijke promovendi maken met 26 procent bovengemiddeld vaak ongewenst gedrag mee, in vergelijking met medewerkers in het algemeen. 

Krap twee dagen later verscheen nog een zorgwekkend bericht. In de laatste tien jaar is de academische vrijheid flink afgenomen en ook Nederland is flink gedaald op de Academic Freedom Index (AFI); met name het gevoel van veiligheid staat onder de druk, zo blijkt uit het AFI-onderzoek. Bovendien publiceerde de Taskforce Antisemitismebestrijding begin februari een rapport waaruit blijkt dat een deel van de Joodse studenten en medewerkers zich niet veilig voelt op hun universiteit. Dat is heel erg. 

Antisemitisme, maar ook islamofobie en andere vormen van discriminatie zijn alle onacceptabel. Geen enkele student of medewerker zou te maken moeten krijgen met ongewenst gedrag. Dit geldt in het bijzonder voor studenten, en voor promovendi die aan het begin van hun wetenschappelijke carrière staan en zich vaker in een kwetsbare positie bevinden dan gearriveerde wetenschappers en professionals. Helaas komt het toch voor; ook aan de Radboud Universiteit. Maar dankzij de inzet van velen is er beweging. Uit de meest recente studenten- en medewerkersenquêtes blijkt dat studenten de sociale veiligheid beoordelen met een 8,35 en het percentage medewerkers dat grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren is gedaald van 21 naar 18 procent.

Het zijn stapjes in de goede richting, maar de ongemakkelijke waarheid is ook dat een werkelijk sociaal veilige en inclusieve campus niet van de een op andere dag bereikt is. Ik hoef niemand op de campus aan de verschrikkelijke gebeurtenis van 7 mei 2025 te herinneren toen een van onze studenten gebeten werd door een politiehond terwijl van die student geen dreiging uitging. Het is inmiddels bijna een jaar geleden maar voelt voor velen als gisteren. Het OM gaat de verantwoordelijke agent vervolgen. Eerder diezelfde dag werd een beveiliger belaagd en ook daar wordt iemand voor vervolgd. 

Veiligheid op de campus lijkt soms een soort Echternach-processie: drie stappen vooruit en twee stappen achteruit. Of om iets vertrouwdere beelden te gebruiken, werken aan sociale veiligheid is als het scherpen van je geest via colleges en onderzoek, of het trainen van je spieren in het Sportcentrum: je moet er structureel aan werken om resultaten te zien én de moed vasthouden bij een hindernis of een terugval. 

Als universiteit werken we systematisch aan trainen en volhouden onder meer via het project Prevent Care Cure.  Zo komt er bijvoorbeeld een nieuwe, laagdrempelige plek voor vragen en meldingen over ongewenst gedrag en integriteit: Safe@RU. Dit omdat er behoefte is aan één duidelijke en onafhankelijke plek waar je advies kan vragen en waar meldingen zorgvuldig worden behandeld. Opnieuw een stapje de goede kant uit en als het aan mij ligt blijven we dit soort stapjes zetten. Terwijl we ondertussen het academisch debat voor iedereen mogelijk blijven maken, ongeacht achtergrond of nationaliteit van deelnemers – iets waar de taskforce Antisemitismebestrijding terecht aandacht voor vroeg.

Wij zetten ons in voor een open en veilige campus voor iedereen, met oog en zorg voor elkaar. Waarbij we het inhoudelijk gesprek stevig met elkaar kunnen voeren, waar we fundamenteel van mening kunnen verschillen én we tegelijkertijd ongeacht die verschillen oog blijven houden voor de waardigheid van ieder individu als persoon.

Iets wat me daarbij inspireerde was weer een ander bericht, op Voxweb. Redacteur Ken Lambeets bezocht voor zijn rubriek Kenschetsen een viering van  Sizdah Bedar, de Perzische Dag van de Natuur. Hij proefde er aash, een traditionele Iraanse soep, maar maakte vooral mee hoe het maaltijd houden mensen bijeenbrengt en onderling begrip bevordert. Een campus voor iedereen, waar we niet alleen leren maar ook eten! Dat past precies in onze nieuwe strategie, waarin we de ambitie uitspreken om te zorgen dat onze campus het centrum is van een levendige community – een thuis voor iedereen.