De wereld verandert, we zijn onderling steeds meer verbonden. Om mondiale uitdagingen succesvol te kunnen aanpakken moet het onderwijs mee veranderen en vernieuwen. Voor studenten is het steeds belangrijker om naast vakkennis, ook interculturele en communicatieve vaardigheden te ontwikkelen. Collaborative Online International Learning (COIL) is zo’n innovatie waarbij studenten en docenten uit verschillende landen virtueel samenwerken aan concrete beleidsvraagstukken, bijvoorbeeld migratie of mobiliteit.
Die wereldwijde samenwerking drijft op intensieve interne samenwerking, vertellen Lies Verberk-de Jonge (adviseur ICT in Onderwijs), Joyce Opdenoordt (internationaliseringscoördinator bij NSM’s International Mobility Office) en universitair docent Economie Juliette Alenda-Demoutiez.
Op de SURF-Onderwijsdagen – een evenement over ICT in het onderwijs – presenteerde het drietal hoe COIL-modules binnen de Faculteit der Managementwetenschappen worden ontwikkeld en bijdragen aan de internationalisering van het onderwijs.
COIL biedt een platform voor online, internationale samenwerking tussen studenten van verschillende landen en culturen, zonder dat fysieke mobiliteit nodig is, legt Joyce uit. “Het is vaak geen volledige cursus, maar een opdracht die is ingebed in een bestaande cursus. Studenten werken daar samen aan, onder begeleiding van de docenten van de verschillende universiteiten. Aan het eind reflecteren ze op de inhoudelijke resultaten en hun persoonlijke ervaringen, zoals: hoe was het om samen te werken met studenten met andere culturele achtergronden?”
Juliette Alenda-Demoutiez is een van de docenten die werkt met COIL. Met collega’s van de faculteit heeft ze een COIL-module ontwikkeld binnen een cursus over duurzaamheid met universiteiten uit vier verschillende landen: Ghana, Uganda, Eswatini en India. “Bachelorstudenten werken samen aan verschillende beleidsvragen rondom duurzaamheid. Vervolgens moeten ze aanbevelingen aan een specifieke stakeholder formuleren. Gaandeweg dat proces ervaren ze hoe een vraagstuk, bijvoorbeeld migratie, wereldwijd verschillend wordt waargenomen. Studenten uit landen waar mensen wegtrekken, hebben vaak een andere kijk op migratie dan studenten uit ontvangende landen.”
Juliette is enthousiast over de resultaten. “Studenten ontwikkelen een internationaal perspectief. Doordat een probleem van verschillende kanten wordt belicht, krijgen ze een genuanceerd begrip van lokale en globale vraagstukken. In evaluaties zien we terug dat ze echt anders zijn gaan denken over bepaalde kwesties en dat ze zich bewust zijn van de vooroordelen die ze eerder hadden. En iedereen kan meedoen, ook studenten die bijvoorbeeld een zorgtaak hebben thuis. Zo stimuleert COIL inclusie en diversiteit in het onderwijs. En we beperken de CO2 uitstoot, want niemand hoeft te reizen.”
Is het niet lastig communiceren met al die verschillende culturen in één virtueel klaslokaal?
Juliette: “Dat is juist het belangrijkste doel: het overwinnen van de cultuur- en communicatiebarrières. Studenten ervaren aan den lijve hoe het is om in een internationale setting te werken en hoe complex dat kan zijn. Afrikaanse studenten zijn bijvoorbeeld gewend om hiërarchisch te werken, de docent bepaalt, dat is een andere benadering dan onze studenten gewend zijn. En ook op taalgebied zijn er uitdagingen: iedereen spreekt met een ander accent. Studenten moeten uit hun comfort zone, maar daar leren ze juist enorm veel van.”
Een succesvolle COIL-module ontwikkelen kost veel tijd en energie, erkent Juliette. Maar als je gepassioneerd bent over innovatief onderwijs en internationalisering en houdt van experimenteren, dan zou ze het direct adviseren. “Het levert namelijk ook veel op. En docenten kunnen leunen op de collega’s van ICT in Onderwijs (ICTO) – van het Teaching Information Point (TIP NSM) – en het International Mobility Office. Zij zijn een geweldige steun in de rug.”
Wat kan het TIP betekenen voor docenten?
“Vanuit het TIP proberen we het voor docenten en studenten zo gemakkelijk mogelijk te maken”, vertelt Lies Verberk-de Jonge, adviseur ICT in Onderwijs. “We zorgen voor de technologische infrastructuur zodat studenten en docenten van de verschillende landen soepel kunnen communiceren en materiaal uitwisselen. Daar heb je het juiste platform met de juiste toegang voor nodig. Juliette wilde bijvoorbeeld graag met haar studenten in break-out-rooms werken, maar dat lukte niet goed. Gelukkig kunnen wij dan meekijken welk platform beter werkt. Dat soort technische problemen lossen we ook op.”
Welke rol heeft het International Mobility Office?
“Net als het TIP, proberen wij ook docenten te faciliteren”, legt Joyce uit. “Er is een groeiende interesse, sommige docenten willen wel, maar weten niet zo goed hoe, waar en met wie te beginnen. Daarom hebben we een COIL-handboek ontwikkeld. Dat helpt docenten door de eerste stappen heen. Daarnaast ondersteunen we bij de zoektocht naar geschikte buitenlandse partners en bij aanvragen voor financiering. In onze COIL-nieuwsbrief staat veel informatie op een rijtje. Ook in een Education Brown Bag-bijeenkomst hebben we een sessie over COIL gehouden. Dat gaan we in het nieuwe jaar opnieuw doen.”
Wordt COIL al veel toegepast in het onderwijs aan de faculteit?
Joyce: “COIL is een relatief nieuwe innovatie, die overigens niet alleen binnen de Radboud Universiteit, maar ook op andere universiteiten wordt ingezet. Binnen de faculteit hebben we nu vier lopende COILs, en we hebben contact met verschillende docenten die op korte termijn COILs willen opzetten. Daarnaast krijgen we vragen van andere faculteiten, en zelfs van andere universiteiten, over hoe wij het organiseren. Dan sturen we graag het handboek toe. We willen onze ervaringen en expertise graag delen. Het is een mooie, inclusieve en effectieve manier om het internationale perspectief in je onderwijs in te bedden.”