Poster Philips Wim Kan Jelle Sal Wel Sien Lijmen, Jan (1960)
Poster Philips Wim Kan Jelle Sal Wel Sien Lijmen, Jan (1960)

Een gevallen kabinet: niks nieuws onder de zon

Een kabinet dat de rit uit zit, dat is bijzonder. Het is al weer acht jaar geleden dat het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA) de volle termijn van 2012 tot 2017 uitdiende. Het CPG zette enkele opmerkelijke voorbeelden van kabinetten die voortijdig (bijna) sneuvelden bij elkaar.

De kabinetsbreuk die gelijmd werd (1960)

Op 23 december 1960 viel het kabinet-De Quay (KVP, ARP, CHU en VVD). Een motie van ARP-Kamerlid Van Eibergen die opriep tot de bouw van 5000 extra woningwetwoningen werd aangenomen door de Kamer. Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid Jan van Aartsen (ARP) had eerder de motie echter ontraden en verbond aan de aanname zijn politieke lot en dat van het gehele kabinet. Daarop werd ARP-senator W.F. (‘Gaius’) de Gaay Fortman ingezet om de breuk van het kabinet te lijmen. De timing van de ‘dakpancrisis’,  ‘bouwcrisis’ of ‘jenevercrisis’[1] zoals de kabinetscrisis ook wel heette, daags voor kerst, was briljant voor conferencier Wim Kan. Met het lied ‘Lijmen Jan’ maakte hij in zijn oudejaarsconference premier Jan de Quay onsterfelijk.

Alexander van Kessel schreef in Politiek als passie[2] over het kamerdebat dat leidde tot deze kabinetsval.

Het kabinet dat al viel voordat het er stond (1981)

‘Misschien wel het ongelukkigste kabinet uit de naoorlogse geschiedenis’ zo beschreef Jan Ramakers het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982)[3]. Zo ongelukkig zelfs dat nog voor de regeringsverklaring was afgelegd, het al in stukken lag. Voorganger Van Agt I (CDA en VVD) had, mede dankzij de goede onderlinge verhoudingen, de rit uitgezeten. Door zetelverlies kon een coalitie van dezelfde strekking echter geen doorgang meer vinden en moest het CDA de steven wenden naar PvdA en D66. Niet alleen andere inhoudelijke ideeën maar vooral ook verstoorde onderlinge verhoudingen tussen met name Dries van Agt (CDA) en Joop den Uyl (PvdA) maakten het slagen van dit kabinet onmogelijk. 

Meer over de kabinetsformatie én val van ‘het kabinet dat er nooit had mogen komen’ in: Carla van Baalen en Alexander van Kessel (red.) Kabinetsformaties 1977-2012 (Boom; Amsterdam) p. 81-114

De PVV loopt weg (2012)

Voor de tweede keer in de geschiedenis laat de PVV op dinsdag 3 juni 2025 een kabinet klappen. Nu als grootste coalitiepartner, in 2012 als gedoogpartner van het kabinet-Rutte I (VVD-CDA). In april 2012 trok Wilders zijn steun in omdat hij niet langer wilde onderhandelen over een bezuinigingspakket van meer dan 14 miljard euro dat nodig was om de Nederlandse begroting in lijn te krijgen met de Europese afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Wilders meende dat hij in ruil voor steun te weinig terugkreeg op het gebied van door hem gewenste asiel- immigratiemaatregelen. Bovendien hekelde Wilders de opgelegde verplichtingen van ‘Brussel’ en droomde hij van terugkeer naar de gulden als nationale munt. Door zijn steun aan het gedoogakkoord in te trekken viel het kabinet.

Jan Ramakers schreef in 2012 de jaarlijkse parlementaire kroniek 2011-2012 en ging uiteraard ook in op de val van het kabinet[4].

Geschreven door Maaike van Deelen en Anne Bos

 

___

[1] Er gingen geruchten dat de ARP-fractie het besluit over het indienen van de motie in aangeschoten toestand had genomen. Daar zijn evenwel geen bewijzen voor gevonden. De geruchten waren afkomstig van VVD-leider P.J. Oud die in de APR-fractiekamer een dienblad met lege jeneverglaasjes had zien staan en van parlementair journalist Jan Prillevitz, die beweerde dat een deel van de fractie in het Haagse restaurant Formosa flink aan de wijn had gezeten.

[2] Alexander van Kessel, ‘Mannenbroeders laten ‘in geweten’ een kabinet vallen’ in: Jan Willem Brouwer, Peter van der Heiden en Jan Ramakers (red.), Politiek als passie. Twaalf opmerkelijke Kamerdebatten (Boom; Amsterdam 2007) p. 35-49.

[3] Jan Ramakers, ‘ “Een kabinet dat er nooit had mogen komen”. De formatie van het kabinet-Van Agt II (1981)’ in: Carla van Baalen en Alexander van Kessel, Kabinetsformaties 1977-2012 (Boom; Amsterdam 2016) p. 81-114.

[4] Jan Ramakers, ‘Het Parlementaire jaar 2011-2012’, in: Carla van Baalen e.a. (red.) De Verenigde Staten van Europa. Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2012 (Boom; Amsterdam 2012) p. 171-194.

Contactinformatie