Marguérite Corporaal
Marguérite Corporaal

Een mandvol verhalen als realitycheck

Geschreven door Léon Stapper

In een gesprek met Marguérite Corporaal, hoogleraar Engelstalige Literatuur en Cultuur, kijken we naar de herontdekking van Jane Barlow en haar vergeten verhalen over de Ierse hongersnood, armoede en emigratie in de negentiende eeuw. We bezien met nieuwe blik een literair oeuvre, waarin de onzalige geschiedenis van het Ierland opnieuw laat zien hoe nabij humanitaire rampen in onze eigen regio zijn geweest. 

Gedreven is het woord dat bij beiden opkomt: bij de 19e-eeuwse Ierse schrijver Jane Barlow én bij haar hedendaagse ‘promotor’ Marguérite Corporaal, die zich in het kader van haar leeropdracht nadrukkelijk bezighoudt met Ierse letterkunde in transnationale contexten. Dat laatste verdient wat uitleg, maar dat volgt later. Eerst de vraag: Jane wie??

Jane Barlow

Jane Barlow (1856-1917) was een Ierse van goede komaf, dochter van de plaatsvervangend rector van Trinity College Dublin. Ze kreeg uitstekend onderricht, behaalde als een van de eerste vrouwen een graad aan Trinity College, sprak vloeiend Frans en Duits, reisde veel en speelde zeer verdienstelijk piano. En ondertussen schreef deze ‘Miss Barlow’ (ze bleef ongetrouwd) romans en verhalen over het Ierse leven van alledag, meer dan eens met op de achtergrond de grote rampspoed die Ierland trof tussen 1845 en 1850: de ‘Great Famine’. 
Deze periode is door Marguérite Corporaal uitvoerig onderzocht en is het ankerpunt van haar belangstelling voor de Ierse letterkunde. Het was een ramp als gevolg van misoogsten, slechte voedseldistributie en de vaak harteloze opstelling van de Iers-Engelse grootgrondbezitters. Barlows verhalen en romans werden destijds veel gelezen en geprezen en er verschenen de nodige edities, ook buiten Ierland. En blijkbaar ook in Nederland, zie de twee oorspronkelijke drukken van haar verhalenbundels Bog-Land Studies (1892) en A Creel of Irish Stories (1897) in de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek.

Hoe zijn deze edities daar terecht gekomen? Marguérite Corporaal neemt het exemplaar van Bog-Land Studies voorzichtig in handen. Er staat ‘Busqu.’ in vermeld, wat lijkt te wijzen op een klooster in Den Bosch. ‘Niet verbazingwekkend, want Barlow stond erom bekend dat ze vanuit een uitgesproken katholiek perspectief schreef.’

Corporaal neemt Barlows verhalenbundel A Creel of Irish stories (een ‘creel’ is een mand) ter hand. Het is een verzameling krachtige, maar tegelijk sensitieve verhalen over het Ierse leven op het platteland, met fraaie natuurbeschrijvingen en treffende psychologische tekening van de personages. Een van de verhalen is The Keys of the Chest, mooi ingebed in de Ierse natuur, over een jong meisje van betere afkomst dat zich bewust is van de armoede om haar heen en haar gevoel van machteloosheid bedwingt door een schat te bedenken die in een merkwaardig gevormd rotsblok verstopt zou zijn.

Corporaal: ‘Ze schrijft dit verhaal in 1897 en laat het vijftig jaar terug in de tijd spelen: dan zit je in 1847, het ergste jaar van de Great Famine. Dan is de vraag: is het een herinneringsverhaal? Rond 1879-80 was er opnieuw een enorme crisis geweest met mislukte oogsten. Men vreesde voor een volgende grote hongersnood, maar die bleek relatief beperkt: de periode wordt ook wel aangeduid als de Kleine Hongersnood. Bovendien kwam men voorzichtig in opstand tegen de pachtverhogingen en gedwongen onteigening. Vooral rond 1879-80 werden boycots georganiseerd met de gedachte: als we collectief de pacht niet meer betalen, krijgen we wel betere regels en voorzieningen. Dat is dus ook een achtergrond bij het verhaal in kwestie.’ 

Corporaal schetst het moeizame verloop van het herdenken van de Grote Hongersnood: ‘De echte grootse herdenking kreeg pas gestalte in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Dan zie je dat er overal monumenten komen, zoals een groot nationaal Famine Memorial in County Mayo, gemaakt door John Behan.’ Waarom duurde dit zo lang? Corporaal wijst op de langdurig gespannen verhouding met en sterke afhankelijkheid van Engeland. Ook de nasleep van de Tweede Wereldoorlog stond een voor de hand liggende 100-jarige herdenking in de weg. ‘Dat maakt overigens deze teksten heel waardevol, omdat ze iets laten zien van vijftig jaar na dato, waardoor ze goed werken als herinneringsteksten. Daarnaast zijn ze natuurlijk een perfecte illustratie van hoe goed Jane Barlow kan schrijven.’

Toch zul je in hedendaagse literatuurgeschiedenissen haar naam niet of nauwelijks tegenkomen. En dat terwijl tijdgenoten van Barlow zeer lovend over haar spraken, en haar lezerspubliek zich niet alleen in Ierland bevond, maar ook in het buitenland. Corporaal: ‘Ik heb natuurlijk ook veel recensies gelezen. In Zwitserland en Frankrijk kende men haar werk, ook al was het niet in het Frans of Duits vertaald. In een toonaangevend blad als de Bibliotheque Universelle et Revue Suisse verscheen een belangrijke recensie, waarin ze door Auguste Glardon geprezen werd om haar doorgronden van de l’âme paysanne, en om haar sociaalrealisme en haar maatschappelijke betrokkenheid.’

Ook in Amerika was haar werk welbekend. ‘Dat komt door het groot aandeel Ierse immigranten daar. Die wilden graag Ierse schrijvers lezen uit een nostalgisch verlangen naar het thuisland en naar hun voorouders. Ik heb met mijn team van mijn VICI-project Redefining the Region een twintigtal Amerikaanse tijdschriften over een hele lange periode bekeken. In veel van die recensies wordt zij vergeleken met andere schrijvers en wordt zij het meest genoemd, wat betekent dat men in Amerika veel breder moet hebben gelezen en dat ze daar dus ook echt heel bekend was.’

Boeken bij Radboud Erfgoed van Jane Barlow

Nederlandse recensies is Marguérite Corporaal niet tegengekomen. Barlow is ook niet in het Nederlands vertaald. ‘Maar we kwamen er net achter dat de exemplaren in de UB uit Den Bosch komen. Daar heeft iemand de boeken en de auteur opgemerkt en bedacht: ze schrijft ook over de katholieke boerenbevolking, dus dit zijn boeken die we moeten aanschaffen en die we moeten lezen. Dat is niet wat je verwacht, eigenlijk wel iets om heel trots op te zijn dat we het hebben, en bovendien in een eerste editie.’

Met haar VICI-team onderzocht Corporaal onder andere nieuwe perspectieven op schrijvers en literaire werken die gevat worden onder de noemer ‘regionaal’. Het project Redefining the Region (2019-25) onderzocht hoe negentiende‑eeuwse regionale literatuur en geïllustreerde periodieken couleur locale en regionale identiteiten verbeelden en laten circuleren, niet alleen nationaal, maar juist ook grensoverstijgend. 

De ‘bijvangst’ van het onderzoek is een hernieuwde beoordeling van de kwaliteit en het belang van een veronachtzaamde schrijver als Barlow. Dat geldt volgens Corporaal ook voor bepaalde genres: ‘Als je kijkt naar regionale literatuur als genre, dan zie je de verschillende waardeoordelen: sommige critici legden een verband met het naturalisme van Zola, maar er waren ook mensen die het neerbuigend hadden over ‘potato garden novelists’. Dat is ook zo met Nederlandse schrijvers zoals Jacob Jan Cremer en zijn Betuwse novellen, die binnen het VICI-project door Anneloek Scholten onderzocht zijn.

De auteur mag vergeten zijn en haar genre niet onomstreden, maar Corporaal benadrukt dat het oeuvre van Barlow daarmee niet is afgedaan. ‘Het is gewoon heel erg goed geschreven, goede plotlijnen, een hele goede karakterisering, juist van een arme bevolking. Barlows werk is bovendien helemaal vrij van sentimentaliteit: ze verzwijgt niet dat er ook door die mensen zelf fouten worden gemaakt bij het overwinnen van mislukte oogsten, gedwongen migratie en bittere armoede. Met daarnaast het positieve van de gemeenschapszin, het elkaar willen helpen, zoals we ook uit het verhaal The Keys of the Chest kunnen opmaken.’

Het thema van Barlow, de hongersnood, is volgens Corporaal moeiteloos te verbinden met de actualiteit van vandaag. Ze wijst op een deelproject van haar andere recente onderzoeksproject, Heritages of Hunger (2019-25): ‘Hongersnood in deze tijd is nog altijd een belangrijk probleem, bijvoorbeeld in Gaza, in Soedan en Zuid-Soedan, ook al is de context veranderd, door elementen als oorlogsvoering en blokkades. We zien daarin opnieuw een grote kwetsbaarheid van de betrokkenen en tegelijk ons denken in Europa dat het niet ons probleem is, maar dat is het natuurlijk wél.’

‘Ik denk dat die Ierse verhalen een soort realitycheck kunnen zijn: wacht even, wij hebben deze tijden ook gekend en mensen hebben het ook hier verschrikkelijk moeilijk gehad. Het was en is niet bepaald gemakkelijk om te leven van het land. Daar zijn die verhalen dus ook voor: er is meer in de wereld waar je naar kan kijken. Ze tonen het verschil tussen het standaardbeeld en de realiteit.’

Marguérite Corporaal benadrukt dat zulke verhalen ook de eigenheid, de individualiteit en de details van een regionale samenleving aantonen. Het denken lijkt tegenwoordig steeds meer op de grotere verbanden gericht, zoals ook in de naoorlogse periode waarin de Europese gedachte vorm kreeg. ‘Juist in die tijden zie je dat de aandacht toeneemt voor kleine regio’s, voor de basis waar je vandaan komt. En Barlow was met haar scherpe observatievermogen bij uitstek geschikt om dat in treffende verhalen om te zetten.’ Dat ze vervolgens ook buiten Ierland werd gelezen, noemt ze een mooie contradictie, gezien het grensoverschrijdend lezerspubliek dat elkaar vindt in een specifiek regionaal oeuvre. ‘We denken wel dat globalisering iets is van deze tijd, maar het is dus ook al een negentiende-eeuws verschijnsel. Je ziet het ook in de grote thema’s van emigratie en immigratie, zoals die bij Barlow en tijdgenoten aan bod komen.’

Marguérite Corporaal neemt zich voor om in haar toekomstige onderwijs over streekliteratuur en Ierse literair en cultuur ook een excursie op te nemen naar de UB. ‘Wat ik hier nu aantref, wil ik ook met studenten gaan bekijken, zodat ze het uiterlijk van de boeken kunnen zien, de edities, de herkomst. Ik moedig ze graag aan eens zelf een verhaal te lezen en zo objectief mogelijk te beoordelen. Dan zien ze dus dat er veel meer is dan in de literatuurgeschiedenissen staat.’

Literatuurverwijzing

Jane Barlow, A Creel of Irish stories, London: Methuen, 1897 [UBN: NE 368 c 290] 

Jane Barlow, Bog-land Studies, London: T. Fisher Unwin, 1892 [UBN: NE 140 c 59]

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Radboud Erfgoed