Nederlandse recensies is Marguérite Corporaal niet tegengekomen. Barlow is ook niet in het Nederlands vertaald. ‘Maar we kwamen er net achter dat de exemplaren in de UB uit Den Bosch komen. Daar heeft iemand de boeken en de auteur opgemerkt en bedacht: ze schrijft ook over de katholieke boerenbevolking, dus dit zijn boeken die we moeten aanschaffen en die we moeten lezen. Dat is niet wat je verwacht, eigenlijk wel iets om heel trots op te zijn dat we het hebben, en bovendien in een eerste editie.’
Met haar VICI-team onderzocht Corporaal onder andere nieuwe perspectieven op schrijvers en literaire werken die gevat worden onder de noemer ‘regionaal’. Het project Redefining the Region (2019-25) onderzocht hoe negentiende‑eeuwse regionale literatuur en geïllustreerde periodieken couleur locale en regionale identiteiten verbeelden en laten circuleren, niet alleen nationaal, maar juist ook grensoverstijgend.
De ‘bijvangst’ van het onderzoek is een hernieuwde beoordeling van de kwaliteit en het belang van een veronachtzaamde schrijver als Barlow. Dat geldt volgens Corporaal ook voor bepaalde genres: ‘Als je kijkt naar regionale literatuur als genre, dan zie je de verschillende waardeoordelen: sommige critici legden een verband met het naturalisme van Zola, maar er waren ook mensen die het neerbuigend hadden over ‘potato garden novelists’. Dat is ook zo met Nederlandse schrijvers zoals Jacob Jan Cremer en zijn Betuwse novellen, die binnen het VICI-project door Anneloek Scholten onderzocht zijn.
De auteur mag vergeten zijn en haar genre niet onomstreden, maar Corporaal benadrukt dat het oeuvre van Barlow daarmee niet is afgedaan. ‘Het is gewoon heel erg goed geschreven, goede plotlijnen, een hele goede karakterisering, juist van een arme bevolking. Barlows werk is bovendien helemaal vrij van sentimentaliteit: ze verzwijgt niet dat er ook door die mensen zelf fouten worden gemaakt bij het overwinnen van mislukte oogsten, gedwongen migratie en bittere armoede. Met daarnaast het positieve van de gemeenschapszin, het elkaar willen helpen, zoals we ook uit het verhaal The Keys of the Chest kunnen opmaken.’
Het thema van Barlow, de hongersnood, is volgens Corporaal moeiteloos te verbinden met de actualiteit van vandaag. Ze wijst op een deelproject van haar andere recente onderzoeksproject, Heritages of Hunger (2019-25): ‘Hongersnood in deze tijd is nog altijd een belangrijk probleem, bijvoorbeeld in Gaza, in Soedan en Zuid-Soedan, ook al is de context veranderd, door elementen als oorlogsvoering en blokkades. We zien daarin opnieuw een grote kwetsbaarheid van de betrokkenen en tegelijk ons denken in Europa dat het niet ons probleem is, maar dat is het natuurlijk wél.’
‘Ik denk dat die Ierse verhalen een soort realitycheck kunnen zijn: wacht even, wij hebben deze tijden ook gekend en mensen hebben het ook hier verschrikkelijk moeilijk gehad. Het was en is niet bepaald gemakkelijk om te leven van het land. Daar zijn die verhalen dus ook voor: er is meer in de wereld waar je naar kan kijken. Ze tonen het verschil tussen het standaardbeeld en de realiteit.’
Marguérite Corporaal benadrukt dat zulke verhalen ook de eigenheid, de individualiteit en de details van een regionale samenleving aantonen. Het denken lijkt tegenwoordig steeds meer op de grotere verbanden gericht, zoals ook in de naoorlogse periode waarin de Europese gedachte vorm kreeg. ‘Juist in die tijden zie je dat de aandacht toeneemt voor kleine regio’s, voor de basis waar je vandaan komt. En Barlow was met haar scherpe observatievermogen bij uitstek geschikt om dat in treffende verhalen om te zetten.’ Dat ze vervolgens ook buiten Ierland werd gelezen, noemt ze een mooie contradictie, gezien het grensoverschrijdend lezerspubliek dat elkaar vindt in een specifiek regionaal oeuvre. ‘We denken wel dat globalisering iets is van deze tijd, maar het is dus ook al een negentiende-eeuws verschijnsel. Je ziet het ook in de grote thema’s van emigratie en immigratie, zoals die bij Barlow en tijdgenoten aan bod komen.’
Marguérite Corporaal neemt zich voor om in haar toekomstige onderwijs over streekliteratuur en Ierse literair en cultuur ook een excursie op te nemen naar de UB. ‘Wat ik hier nu aantref, wil ik ook met studenten gaan bekijken, zodat ze het uiterlijk van de boeken kunnen zien, de edities, de herkomst. Ik moedig ze graag aan eens zelf een verhaal te lezen en zo objectief mogelijk te beoordelen. Dan zien ze dus dat er veel meer is dan in de literatuurgeschiedenissen staat.’