Eric Jagdew bij The Eighties
Eric Jagdew bij The Eighties

Eric Jagdew over Ramsewak Shankar bij The Eighties

Op 12 mei was historicus dr. Eric R. Jagdew te gast bij het Eighties seminar van het Radboud Institute for Culture and History (RICH). Jagdew schreef een biografie over Ramsewak Shankar, oud-president van Suriname (1988-1990) namens het Front voor Democratie en Ontwikkeling.  

Jagdew werd welkom geheten door RICH directeur Maaike van Berkel. Jagdew spitste zijn presentatie toe op de politieke loopbaan van Shankar, die voor een groot deel samenviel met de roerige jaren ’80 na de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975. Via een ander onderzoek kwam Jagdew met Shankhar in contact, die graag zijn levensverhaal wilde vertellen.  

In zijn eerste jaar als president had Shankhar te maken met een land dat in slechte economische omstandigheden verkeerde. Hij kreeg daarbij vanuit Nederland te maken met het kabinet-Lubbers II dat zich erg bevoogdend opstelde richting Suriname en dat, in de ogen van de Surinamers, steeds wisselende eisen had aan de Surinaamse regering. Centraal in de presentatie van Jagdew stond het verschil in opvattingen en ideeën tussen Suriname en Nederland, bijvoorbeeld ten aanzien van legerleider Bouterse en rebellenleider Brunswijk, die tegenover elkaar stonden in de Binnenlandse Oorlog (1986-1992). In december 1990, kort na een bezoek aan premier Ruud Lubbers, werd Shankar afgezet door legerleider Desi Bouterse middels de zogenaamde ‘telefooncoup’.  

CPG-onderzoeker Laurien Crump verzorgde een reactie op de bijdrage van Jagdew. Ook zij ging in op de manier waarop door Nederland naar de situatie in Suriname gekeken werd. Een ‘koude douche’, zo karakteriseerde ze de omgang van Nederland bij het aantreden van Shankhar als president; Nederland liet verstek gaan bij het moment van inauguratie van de nieuwe leider. De inzet van Nederland was er vooral op gericht Bouterse weg te krijgen. Dat het Shankhar niet lukte om de banden met Bouterse door te snijden leidde dan ook vooral tot onbegrip. Er was weinig besef voor het feit dat Shankhar klem zat omdat Bouterse nog legerleider was. Opvallend was dat er, ondanks de bezuinigingen van de kabinetten-Lubbers, via achterdeurtjes wel 31 miljoen richting rebellenleider Brunswijk is gesluisd. Met de val van Lubbers II nam de bewegingsruimte voor de Surinamers toe. Tegelijk werd de nieuwe coalitie in Lubbers III (CDA-PvdA) door Suriname niet met gejuich ontvangen; de Nederlandse politiek werd als ‘eenheidsworst’ gezien. Verziekte relaties van de PvdA met oud-president Arron in de jaren zeventig waren daar ook debet aan.