De middag werd geopend door prof. dr. Johan Oosterman, voorzitter van het bestuur van het Titus Brandsma Instituut. Hij stond stil bij de bijzondere locatie aan (hoe kan het ook anders) het Geert Grooteplein, en de lange geschiedenis van het project.
Feestelijke afsluiting Geert Grote Project Titus Brandsma Instituut
Op vrijdag 22 mei vond in de Marijnenkamer van Huize Heyendael een feestelijke bijeenkomst plaats ter gelegenheid van de afronding van het Geert Grote Project. Het project startte in 1988 en groeide uit tot een zevendelige editie van de verzamelde werken van Geert Grote, grondlegger van de Moderne Devotie. Met de presentatie van het laatste deel door dr. Rijcklof Hofman van 'Gerardi Magni Opera omnia' komt een omvangrijk wetenschappelijk project tot voltooiing.
Terugblik op drie decennia editiewerk
Vervolgens blikte Rijcklof Hofman terug op zijn jarenlange betrokkenheid bij het project. Inmiddels werkt hij bijna 32 jaar bij het Titus Brandsma Instituut, waarvan hij zich grotendeels bezig heeft gehouden met de kritische editie van Geert Grote's werken. "Het was soms complex werk, omdat er helemaal geen autografen van Grote zijn overgeleverd. Daardoor moest ik werken met latere handschriften en allerlei tekstvarianten", deelt Rijcklof. De nu verschenen laatste uitgave bevat twee laatste traktaten van Geert Grote: een tekst over meditiatie en een werk waarin Grote een vriend die priester is oproept om ongehuwd te blijven. "Deze oproep was zonder succes", vertelt Hofman lachend. "Deze uitgave is een passend slot van een project wat me jarenlang heeft beziggehouden. Ik kijk voorzichtig vooruit naar nieuw onderzoek, naar de kroniek die Johannes Busch (1399-1470) over de Moderne Devotie heeft geschreven".
Geert Grote's getijdenboek
De tweede lezing werd verzorgd door dr. Anna Dlabačová (Universiteit Leiden), die sprak over het beroemde getijdenboek dat aan Geert Grote wordt toegeschreven. Zij liet zien hoe bijzonder Grote’s vertalingen van religieuze teksten in de volkstaal waren. Daarmee maakte hij geestelijke teksten toegankelijk voor leken en vrouwen, iets wat in de veertiende eeuw allerminst vanzelfsprekend was.
‘Vrouwvriendelijke ketterhamer’
In de derde lezing ging dr. Charles Caspers in op Geert Grote als hervormer en prediker. Aan de hand van preken en historische bronnen schetste hij Grote als een uitgesproken criticus van priesters die zich niet aan het celibaat hielden. Tegelijk wees hij op Grote’s waardering voor religieuze vrouwen en gemeenschappen van begijnen en zusters. De titel van zijn lezing "Geert Grote en zijn faam als vrouwvriendelijke ketterhamer" verwees bewust naar die spanning. Volgens Caspers was Grote zeker geen moderne feminist, maar bood de beweging rond de Moderne Devotie vrouwen wel degelijk nieuwe religieuze ruimte en mogelijkheden.
Overhandiging van de slotdelen
Tijdens het feestelijke slotmoment overhandigde Julian Yolles van uitgeverij Brepols de eerste exemplaren van het laatste deel. Hij sprak zijn waardering uit voor de jarenlange samenwerking met Hofman en prees diens nauwkeurigheid en betrokkenheid bij het project.
Ook prior-provinciaal van de Karmelieten in Nederland en oud-collega Huub Welzen stond stil bij het belang van kritische tekstuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek. Zonder betrouwbare edities, zo benadrukte hij, is serieuze studie van de Moderne Devotie niet mogelijk.
Met de presentatie van deze laatste delen komt een bijzonder project tot afronding. De Opera omnia vormt een belangrijke basis voor toekomstig onderzoek naar Geert Grote, de Moderne Devotie en de geschiedenis van spiritualiteit in de Lage Landen.
Contactinformatie
- Organisatieonderdeel
- Titus Brandsma Instituut
- Thema
- Geschiedenis, Religie