Tekstpassage dagboek Christine Mohrmann
Tekstpassage dagboek Christine Mohrmann

Fragmenten uit het oorlogsdagboek van Christine Mohrmann

Op zondag 21 september 1944 ziet Christine Mohrmann de geallieerde troepen Nijmegen binnentrekken. De classica maakte direct na de bevrijding een wandeling door de stad en was diep geschokt door de ramp die de universiteit was overkomen, zo blijkt uit haar dagboekaantekeningen.

'Ik wandel naar het keizer Karelplein. De straat is  ……. maar niet verwoest. De aanblik vh keizer Karelplein is afschuwelijk. Alle huizen vd St. Annastraat tot en met de universiteit (als men loopt langs Graafscheweg en Nassausingel) zijn platgebrand. De zwartgebleken huizen heb een lugubere aanblik. St. Thomas zit verlaten te staan in de puinhopen van de universiteit,  achter het  …..(7 Gr Heren?) tekent zich het silhouet van een stad in vlammen af. Ik loop verder over Van Schaeck Mathonsingel: de linker zij is geheel plat … Het station is een uitgebrand skelet.

tekstfragment dagboek Christine Mohrmann

Plotseling komt er een bange … . bij mij op: heel dit stadsdeel blijkt verwoest. Hoe het met de Univ. Bibliotheek en Instituut [zijn]? Zouden zij wel een prooi van de vernielzucht der Duitschers geworden zijn. Een oogenblik beraad ik mij, hoe ik ook de puinhopen van de bibliotheek zal kunnen bereiken. Vlak bij mij ontmoet ik Prof Raaymaker en ik maak hem deelgenoot van mijn bange vragen. ….zegt dat het ondenkbaar is dat de bibliotheek verwoest zou zijn. Ik neem hem mee en getweeën klimmen we over de puinhopen. Mijn vermoeden wordt bevestigd.

‘Achter het hek van de bibliotheek strekt zich een rookende puinhoop uit. Slechts een deel van de magazijnen van de bibliotheek blijkt gespaard, maar onze kostbare instituten, de beste van het heele land, zijn geheel verwoest. [in de marge toegevoegd: Later blijkt het, dat de Instituten OL en N4 gespaard zijn] Ik denk aan de vele uren, die ik met Schrijnen gewerkt heb aan de opbouw van ons Instituut, de zorg, waarmede wij de boeken gebonden hebben: hoe ik jarenlang alles verzorgd heb, de boeken heb laten binden, de tijdschriften geordend heb. Ik denk aan de prachtige verzamelwerken, die we hadden aangeschaft; het Corpus Inser, Thescuum ??? en zoo veel meer (…) alles verloren, alles in enkele uren vernietigd.

Later hoor ik dat ook de bibliotheek moedwillig is aangestoken. Kil en koud van de ellende sta ik stil bij de puinhopen. Als Raaymaker weggegaan is, wandel ik nog even alleen rond het heele smeulend complex. Het is alsof een stuk van mijn leven is weggenomen.'

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis