Op dinsdag 15 april was hoogleraar Giles Scott-Smith, decaan van Leiden University College in Den Haag, te gast bij de RICH-onderzoeksgroep The Eighties. Hij sprak daar over zijn onderzoek naar de Nederlandse ondernemers Frans Lurvink en Ernst van Eeghen die als ‘citizen diplomats’ op opmerkelijk hoog niveau diplomatie bedreven tijdens de jaren tachtig.
In december 1979 nam de NAVO het zgn. ‘dubbelbesluit’: het besluit om 572 langeafstandsraketten met kernkoppen in Europa te stationeren. Over de mogelijke stationering in Nederland ontstond grote maatschappelijke beroering. De Nederlandse regering stond in de eerste helft van de jaren tachtig onder grote druk om er een besluit over te nemen. De Nederlandse zakenmannen Lurvink en Van Eeghen wilden escalatie voorkomen en speelden, mede met dank aan de media, een opmerkelijke rol bij het faciliteren van contacten tussen Sovjet-diplomaten en politici en hun Nederlandse en Amerikaanse tegenspelers.
Van Eeghen en Lurvink waren ‘citizen diplomats’. Het concept van citizen diplomacy stamt zelf uit de jaren tachtig. Het duidt op burgers die, gedreven door ethische, morele of religieuze waarden, de wereld een beter plaats willen maken. Dat deden ze soms op opmerkelijk hoog niveau.
In oktober 1985 bijvoorbeeld nodigde de Russissche premier Ryzhkov de Nederlandse premier Lubbers uit om te spreken over kruisraketten na bemiddeling van Van Eeghen. Van Eeghen was ook wegbereider voor het bezoek van een delegatie van Nederlandse parlementariërs (o.a. Klaas de Vries en Joris Voorhoeve) aan de Sovjet-Unie. Hij organiseerde via zijn Stichting De Burght conferenties over mensenrechten en internationale samenwerking en was een van de drijvende krachten achter de actie Help de Russen de winter door. Hij bracht ook belangrijke militairen bij elkaar. Op foto’s met politici zie je hem vaak op de achtergrond staan.
Tussen 1984 en 1988 organiseerde Frans Lurvink acht conferenties in zijn kasteel Den Alerdinck, in New York, Wenen, Boedapest, Moskou en Parijs. Belangrijke politici, woordvoerders, wetenschappers en journalisten schoven daar aan. Zo was er een grote conferentie in het Ritz met Chirac en Kissinger in december 1988. Journalisten en andere media professionals wilden stereotypes van oost en west doorbreken. Elsevier, die Zeit en The Economist publiceerden er stukken over en die werden allemaal geschreven door mensen die erbij waren. Ook gaf Lurvink enige tijd een krant uit in het Engels én het Russisch, die moest bijdragen aan wederzijds begrip, maar dat werd te begrotelijk.
Zowel Van Eeghen als Lurvink probeerden doelbewust de traditionele diplomaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland als die van de Sovjet Unie en de VS te omzeilen, om hen heen te werken. Dat kon ook in de jaren tachtig in Rusland omdat de machtsverhoudingen meer fluïde waren: de ene na de andere sovjet-leider ging dood in de eerste helft van de jaren tachtig (tussen 1982-1985 stierven drie Sovjetleiders; daarna kwam Gorbatsjov aan de macht).
Nederlandse politici zoals premier Lubbers en de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek vonden Van Eeghen ‘irrelevant’. Russische archiefstukken geven een ander beeld, vertelde Scott-Smith. En op heel veel beelden zien we Van Eeghen in de coulissen.