Herdenken is belangrijk maar niet genoeg - Column Han van Krieken

Herdenken is belangrijk maar niet genoeg - Column Han van Krieken

Op 11 april liep ik samen met tientallen medewerkers en studenten van de Radboud Universiteit en het Radboudumc de dagelijkse Sunset March, onder leiding van een veteraan. Dat doen we elk jaar, omdat op 11 april 1943 mijn voorganger Hermesdorf de universiteit sloot. Hij wilde niet meewerken aan het bevel dat hij van de bezetter had gekregen om alle studenten een loyaliteitsverklaring te laten tekenen. Hij vond dat de nationaal-socialistische ideologie niet te verenigen was met de katholieke leer, in lijn met zijn voorganger - de binnenkort Heilige - Titus Brandsma en kardinaal de Jong. Daar was moed voor nodig. Sindsdien had hij een koffertje met essentiële spullen naast de voordeur staan want hij hield er ernstig rekening mee dat hij zou worden opgepakt. Studenten steunden de rector, maar kregen plotseling geen vrijstelling meer voor de Arbeitseinsatz. Zij moesten kiezen: werken in Duitsland voor de bezetter of onderduiken. Vrijwel allemaal kozen ze voor het laatste maar dat had natuurlijk grote consequenties.

Tijdens het lopen van de Sunset March gaan precies op het moment van passeren één voor één de 48 lampen aan, symbool voor de 48 soldaten die sneuvelden tijdens de oversteek van de Waal, als onderdeel van Operatie Market Garden, 78 jaar geleden. Elke lamp die aanging, voelde voor mij als een schot dat een soldaat van het leven beroofde. Een jonge man uit een ver land die ongetwijfeld heel andere dromen had gehad, geliefden achterlatend voor de bevrijding van een land waar die geliefden waarschijnlijk nog nooit van gehoord hadden.

We lopen de Sunset March om te herinneren en te gedenken, net zoals we vandaag, op 4 mei, de slachtoffers herdenken van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Slachtoffers van gevechten en terreur, waarbij we in het bijzonder stilstaan bij diegenen die vermoord werden omdat ze zijn wie ze zijn: Joden, Roma, Sinti, homoseksuelen, mensen met een verstandelijke beperking. We herdenken zodat we ons realiseren welk kwaad er is, opdat het niet weer gebeurt en opdat we ons realiseren dat democratie en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn.

Na twee jaar van coronamaatregelen zijn we dit jaar weer bij elkaar om verhalen te delen en samen te herdenken. Toch is het samenzijn niet het grootste verschil met de afgelopen twee jaar. Het grootste verschil is het trieste gegeven dat we dit jaar de dodenherdenking houden terwijl er weer oorlog in Europa is. Op dit moment vallen er weer slachtoffers in Oekraïne, omdat Rusland Oekraïne wil inlijven en de democratie en vrijheid wil beëindigen. Het gebeurt dus toch weer. Jaarlijks herdenken is blijkbaar niet genoeg. Moeten we meer doen en wat dan? Durven en kunnen we opstaan, staan voor onze waarden, voor in vrede kunnen samenleven?

We zitten niet in de situatie van de studenten die moesten kiezen tussen werken voor de bezetter of onderduiken. Er wordt niet aan ons gevraagd om naar een land te gaan dat we nauwelijks kennen om ons leven te geven voor hun vrijheid en democratie. Op dit moment wordt om solidariteit gevraagd, in woord en gebaar. De verwarming wat lager, geld geven, ons uitspreken. Maar is het genoeg?

Tijdens het lopen van de Sunset March vroeg ik me af wat ik zou doen als het oorlog wordt. Ik weet niet welke keuze ik zou maken. Ik kan natuurlijk denken dat ik moedig zou zijn, dat ik het juiste zou kiezen, dat ik in het verzet zou gaan, dat ik een oversteek onder mitrailleurvuur zou doen. Maar moet ik niet gewoon eerlijk zijn en toegeven dat ik, zoals ook toen de meesten, gewoon zou proberen mijn leven zo goed en kwaad als dat kan te leiden? Wat heb ik over voor de democratie in ons land of een ander Europees land? Ik kan natuurlijk zeggen, als 65-jarige: ‘Ik ben te oud om te vechten’. Maar wat zou ik ervan vinden als mijn studenten en kinderen, familieleden zouden worden opgeroepen hun dienstplicht te vervullen? Ik merk hoe moeilijk ik deze vraag vind, hoe moeilijk het is zelfs om erover na te denken. Ik dacht altijd dat het nooit meer zou hoeven, nooit meer zou gebeuren.

Herdenken en herinneren is belangrijk en nodig. Alleen al het feit dat er ook nu nog, zo’n 80 jaar en dus twee generaties later, nieuwe verhalen uit de Tweede Wereldoorlog opduiken, maakt duidelijk hoe ingrijpend oorlog is. Erover lezen, de verhalen horen zoals afgelopen Holocaust Memorial Day op onze campus, maar ook de afschuwelijke beelden van de oorlog nu, het raakt ons allemaal. Zeker vandaag zijn we ermee bezig. Er zijn veel herdenkingen in Europa, de Europese Unie is opgericht om vrede in Europa te bewaren, maar blijkbaar is het helaas niet genoeg om de vrede in Europa te bewaren.

Velen hebben ons gewaarschuwd, maar we wilden het niet horen, niet geloven. Ik heb bewondering voor de moed van de vele Oekraïners die vechten voor hun land, hun waarden. Ik hoop dat ik net zo moedig zou zijn. Zouden Nederlanders die moed ook hebben? Vinden we onze democratie en vrijheid de moeite waard om voor sterven? Veel Nederlanders zijn best trots op Nederland, zeker als Max Verstappen wint, Ben Feringa de Nobelprijs krijgt, Titus Brandsma heilig wordt verklaard. En misschien ook wel als we koningsdag vieren.

Nederland heeft een belangrijk verhaal te vertellen. Een verhaal met positieve kanten maar helaas ook negatieve. Ook die moeten we bespreken om ervan te leren. Door de eeuwen heen waren mensen vanwege hun geloof in Nederland vaak veilig, maar ook hier werden mensen wegens hun geaardheid of huidskleur lang niet altijd geaccepteerd. Ons verhaal is er één van strijd tegen het water, maar ook strijd in overzeese gebieden. Begin dit jaar bleek uit onderzoek dat de Nederlandse regering doelbewust het stelselmatig en wijdverbreid gebruik van extreem geweld door Nederlandse militairen in de oorlog tegen de Republiek Indonesië tolereerde. De internationale rechtsorde was nodig om de Nederlandse regering letterlijk tot de orde te roepen

Nederland is ook het verhaal van velen die in vrijheid hun plek in de samenleving kunnen vinden, ongeacht hun achtergrond. Maar helaas geldt ook dat nog niet voor iedereen. Een verhaal van vrijheid in verbondenheid, niet voor niets het thema van vandaag. Vooral een verhaal dat verdergaat, met kansen, hopelijk voor iedereen. Een verhaal waar het ‘wij’ weer wat belangrijker wordt - en dat hoeft niet ten koste te gaan van het ‘ik’-, waar solidariteit weer iets is om na te streven en trots op te zijn.

Laten we vanavond gedenken en morgen vieren dat we vrijheid hebben, ook voor hen die het gevoel hebben er niet helemaal bij te horen, omdat ze zijn wie ze zijn. Maar laten we overmorgen onszelf en elkaar de ongemakkelijk vraag stellen: wat moeten we nog meer doen? Het antwoord heb ik niet, heeft waarschijnlijk niemand in haar eentje. Het antwoord is in elk geval onderdeel van het verhaal van Nederland, een land waar veel is om trots op te zijn, maar waar ook veel is dat nog verbeterd moet worden, een land dat nog lang niet af is.

Han van Krieken sprak deze tekst op 4 mei 2022 uit bij een bijeenkomst in de Sint Stevenskerk ter gelegenheid van de jaarlijkse dodenherdenking in Nijmegen.

Han van Krieken is rector magnificus van de Radboud Universiteit.

Aan deze website wordt nog gewerkt. Meer informatie: 'een nieuwe website'.