Gezicht beschilderd met regenboogkleuren
Gezicht beschilderd met regenboogkleuren

Hoogleraar Communicatie en Beïnvloeding Enny Das draagt bij aan Gezondheidsraad-advies over transgenderzorg voor jongeren

Het is een onderwerp waar internationaal al jaren discussie over woedt: de veiligheid en effectiviteit van puberteitsremmers en genderbevestigende hormonen bij jongeren met genderdysforie. Naar aanleiding van Kamervragen hierover vroeg de minister van VWS de Gezondheidsraad om advies. Op 30 juni 2026 bracht de raad haar oordeel uit: er is onvoldoende aanleiding om de transgenderzorg voor jongeren in Nederland anders in te richten dan nu het geval is. 

Volgens de commissie is de Nederlandse zorg zorgvuldig ingericht, met een uitgebreide diagnostische fase en begeleiding door multidisciplinaire teams. Tegelijk erkent zij dat over langetermijneffecten, bijvoorbeeld op cognitie en vruchtbaarheid, nog te weinig bekend is. De commissie adviseert onder meer betere scholing van huisartsen en ggz, strengere zorgvuldigheidseisen in de Kwaliteitsstandaard, en landelijke monitoring van uitkomsten, inclusief spijt en detransitie. 

Een geesteswetenschappelijk perspectief in de commissie

Prof. dr. Enny Das, hoogleraar Communicatie en Beïnvloeding bij het Centre for Language Studies (CLS), was als lid van de tijdelijke commissie Transgenderzorg voor jongeren betrokken bij de totstandkoming van dit advies. Das droeg eerder al bij aan het rapport Mijn Gender, Wiens Zorg? (2023), dat in opdracht van het ministerie van VWS de toename en verandering van de hulpvraag bij transgenderpersonen in kaart bracht. Vanuit die achtergrond, en vanuit een geesteswetenschappelijk perspectief, duidde zij binnen de commissie hoe de transgenderzorg voor jongeren in Nederland is ingericht. Zij benadrukt het belang van de brede samenstelling van de commissie, met naast artsen ook juridische, methodologische, theologische en geesteswetenschappelijke expertise, omdat vragen om hulp of zorg volgens haar nooit op zichzelf staan. 

Hulpvragen en zorgvragen ontstaan niet in een vacuüm — ze hangen samen met iemands sociale omgeving en met bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals wetgeving, het politieke klimaat en discriminatie. Pas als je die context meeneemt, krijg je goed zicht op de complexiteit van dit vraagstuk. Dat de discussie in de commissie is gevoerd door experts die elk een stukje van die puzzel inbrengen, vind ik heel waardevol. – Enny Das

Wat de wetenschap wel en niet kan zeggen 

Das wijst er daarnaast op dat het advies meer inzicht geeft in de grenzen van wetenschappelijk bewijs binnen de klinische praktijk; welke conclusies wetenschappelijke studies wel en niet toelaten, en hoe die zich verhouden tot de principes van evidence-based medicine. Dat helpt volgens haar misverstanden wegnemen over de rol die wetenschappelijke literatuur speelt bij de besluitvorming rond deze zorg. Ook wijst zij op de aanbeveling om huisartsen en de reguliere ggz beter toe te rusten voor verkennende gendervragen, zodat minder snel wordt doorverwezen naar gespecialiseerde gendercentra, iets wat volgens haar pathologisering en medicalisering van deze vragen kan voorkomen. 

Het volledige advies is te lezen op gezondheidsraad.nl.

Contactinformatie