José Sanders

Hoop - Speech Opening Academisch Jaar José Sanders

'Een kleine twee jaar geleden, in oktober ’23, vierden we het eeuwfeest van onze Radboud Universiteit. Wat lijkt dat lang geleden! Helaas is het collectieve gevoel niet heel feestelijk meer. En niet alleen bij de Radboud Universiteit. Het is niemand ontgaan dat we te maken hebben met forse bezuinigingen. Demografische ontwikkelingen, kostenstijgingen, politieke keuzes - tezamen leiden ze tot flinke tekorten die de academische gemeenschap onder druk zetten; we hebben elkaar hard nodig om een flinke opgave te klaren. Toch hebben we als thema voor het komende jaar hoop gekozen. Of misschien moet ik zeggen: juist nu hebben we hoop als thema gekozen.

Universiteiten worden in de verdediging gedrukt: hoe nodig zijn die kritische instituten eigenlijk? Velen zien graag dat we ons beperken tot vraagstukken die direct leiden tot economische opbrengst. Maar er is geen vooruitgang mogelijk zonder de vrijheid om kritische vragen te stellen. Dat maakt universiteiten bij autocratisch ingestoken volksvertegenwoordigers en hun volgers niet heel populair, en daarmee een doelwit voor bezuinigingen. 

Tegelijk zijn er, binnen en buiten onze universiteiten, invloedrijke groepen die juist menen dat de universiteit, als het erop aankomt, te weinig kritisch is, en daarmee maatschappelijk niet relevant genoeg; en die daarover grote zorgen hebben. In dit krachtenveld van tegenstellingen moet de universiteit evenwicht houden. De academische vrijheid als universitair basisprincipe wordt in het overgrote deel van de Europese Unie gelukkig krachtig onderschreven – en in die lijn van vrijheid willen wij in Nijmegen blijven staan. 

Vrije, kritische universiteiten zijn hard nodig in een open en democratische samenleving als de onze. Universiteiten leveren daaraan een cruciale bijdrage, zoals ook rechtspraak, journalistiek en veel geloofsgemeenschappen dat doen. Wij moeten waakzaam zijn en alert, en ons niet zomaar de democratie, die ons zo lief is, laten afnemen. Uiteraard komt academische vrijheid met verantwoordelijkheid.

'Vrije, kritische universiteiten zijn hard nodig in een open en democratische samenleving als de onze. Als brede universiteit hebben we meer dan ooit relevantie en impact.'

Als universiteit zijn we tevens voluit een professionele organisatie, die heel gewoon de nuttige taak uitoefent waarvoor ze is ingesteld en dat op een doelmatige manier. We zijn gehouden om steeds opnieuw uit te leggen hoe wij tegelijkertijd vrij èn professioneel kunnen zijn. Dat gaat goed samen, want kritische vrijheid helpt de universiteit juist om nuttig te zijn: vrij onderzoek vormt een motor van vooruitgang, die niet alleen welvaart maar ook welzijn oplevert. De Radboud Universiteit draagt daar volop aan bij. 

Laten we een voorbeeld nemen. Het is u ongetwijfeld ook opgevallen, dat we sinds kort heel ander groen zien overal; de een noemt het kleurig, de ander rommelig – in elk geval een ander zicht dan we gewend waren. Radboud-ecologen van het Future Dikes project hebben vastgesteld dat strakgemaaid groen onze dijken onnodig zwak maakt en insecten niet helpt. Onderzoek toont aan dat diepe wortels van bloeiend gras en bloemen sterkere dijken maken en tegelijk meer insecten aantrekken, die weer nodig zijn voor een duurzaam ecosysteem, en dat is bijvoorbeeld voor de tuinbouw heel belangrijk. 

Samenhang met microbiologie, milieutechnologie en landschapsontwikkeling ligt voor de hand. Maar er komen ook data-analytische, managementwetenschappelijke, rechtswetenschappelijke en economische kwesties bij om van al die inzichten beleid te maken bij overheden en bedrijven. En dat beleid kan geen praktijk worden zonder de kennis en kunde van landschapsbeheerders en boeren daarbij te betrekken. Zij worden in hun waardigheid als ervaringsdeskundigen gezet. 

Gedragswetenschappers en geesteswetenschappers kunnen helpen begrijpen wat deze veranderingen van landschap betekenen voor betrokkenen en voor de samenleving, hoe we dit alles historisch kunnen duiden en welke handelingsopties mogelijk zijn. Doordenkend vanuit Future Dikes kun je dus het geheel bezien: de ecologische, technologische, economische èn menselijke aspecten tezamen in ogenschouw nemen, in hun onderlinge relaties en afhankelijkheden. 

Als Radboud Universiteit vormen we een wetenschappelijke gemeenschap die zo’n brede blik op het geheel kan ontwikkelen op duurzaamheid in het landschap. We staan midden in de samenleving en hebben vanuit onze herkomst verbinding met zowel regionale organisaties als brede groepen in de samenleving. En als internationaal gerenommeerde wetenschapsinstelling participeren we in actuele kennisontwikkeling op de relevante wetenschapsgebieden.

En we hebben meerdere Radboud-samenwerkingsthema’s waarover ik een vergelijkbaar verhaal zou kunnen: de waarde van AI voor mens en samenleving bijvoorbeeld; of de werking van de hersenen, om er slechts twee te noemen. Wat een unieke positie hebben we om academische nieuwsgierigheid en maatschappelijke vraagstukken bij elkaar te brengen. Zo kunnen we blijven bijdragen aan een gezonde en vrije wereld met gelijke kansen voor iedereen. 

Met onze breedte hebben we dus meer dan ooit relevantie en impact. Maar het professioneel omgaan met zoveel disciplines is wel uitdagend, als de beschikbare middelen afnemen. Dat vraagstuk staat dan ook centraal in het strategieproces waar we sinds een half jaar, onder regie van onze voorzitter Alexandra van Huffelen, mee op weg zijn. Waarop - en waarom - moeten we als brede universiteit in de komende strategische periode, van 2026 tot 2031, focus aanbrengen?

Laten we eerlijk vaststellen dat het uitdagend is als een bezuinigingsperiode samenvalt met een periode waarin strategische beleidskeuzes worden voorbereid. Idealiter ligt een visie op de koers van de organisatie klaar waarop je bezuinigingskeuzes kunt baseren. Natuurlijk is hierover al wel veel overleg en voorbereiding geweest. Daarom biedt de strategische heroriëntatie ook een kans om versoberingen vorm te geven in samenhang met nieuw beleid. Bezuinigingen vragen in elk geval dat we doelmatiger, en duurzamer, omgaan met huisvesting en collegezalen. Daarnaast zal binnen de professionele diensten aanpassing en ook reorganisatie op een aantal punten onvermijdelijk zijn. 

'Laten we eerlijk vaststellen dat het uitdagend is als een bezuinigingsperiode samenvalt met een periode waarin strategische beleidskeuzes worden voorbereid.'

Digitalisering, verdere automatisering en meer samenwerking zijn essentieel in de doorlichting van onze bedrijfsvoering. Onder regie van vicevoorzitter Agnes Muskens wordt sinds een jaar hard gewerkt aan deze doorlichting. Nieuwe keuzes die hierbij gemaakt worden kunnen maken dat werk anders wordt verdeeld en ingericht, waardoor doelmatigheid toeneemt en ervaren werkdruk afneemt; dat zal tevens leiden tot een daling van de personele en materiële kosten. 

Uiteraard brengt dit zorgen en onzekerheid met zich mee. En ook wat betreft facultair onderwijs en onderzoek ontkomen we helaas niet aan besparingen. Faculteiten zijn al aan de slag met een doelmatigheidsproces. Eigenlijk gaat het om “zuiniger” omgaan met wetenschappelijke experts. Immers, de wetenschappelijke expertises zijn onze kostbaarheden, ons kapitaal, en we moeten zuinig zijn op de mensen die die expertises ontwikkelen en dragen. In het afgelopen jaar is diepgravend nagedacht over dergelijke kwesties, naar aanleiding van de instellingskwaliteitstoets die in mei werd doorlopen, en vanuit de noodzaak ons onderwijs werkbaar te houden èn tegelijk aantrekkelijk voor nieuwe generaties studenten – zeker in internationaal opzicht. 

Juist als brede universiteit moeten we minstens gelijkblijvende aantallen studenten aantrekken om onze breedte te kunnen blijven bekostigen. Sommige faculteiten zijn begonnen met het combineren van vakken binnen en tussen opleidingen; het reduceren van gedetailleerde keuzevakmogelijkheden; en het modulair opbouwen van innovatieve opleidingstracks die studenten meer keuze- en combinatiemogelijkheden moeten gaan bieden. 

Zoiets roept natuurlijk aarzeling op, en soms spanningen, want het gaat om zaken waar collega’s met hart en ziel aan werken, jarenlang. Tegelijk roept het ook vaak enthousiasme op. De afgelopen maanden zijn er vele positieve ontmoetingen geweest van collega’s die dergelijke nieuwe paden willen verkennen en inslaan met als gezamenlijke vraag: hoe kunnen we disciplinaire benaderingen verrijken met interdisciplinaire en interfacultaire mogelijkheden? Kortweg komt deze visie erop neer dat het aantal bouwstenen in het onderwijs wordt verminderd, terwijl de stapelmogelijkheden van die bouwstenen worden uitgebreid. Dat vraagt om stevig zelfvertrouwen bij de experts die meer gaan samenwerken, en bij onze organisatie als geheel. 

'Onze oorsprong, universiteit te zijn voor groepen die tot dan toe nog niet goed toegang hadden tot de academische wereld, is ook in de toekomst essentieel.'

Bij alle begrijpelijke aarzelingen mogen we ook dat zelfvertrouwen hebben. Vanaf onze oprichting geloven we dat we wetenschappelijke en maatschappelijke onderzoeksvragen gezamenlijk moeten aanvliegen. Onze nieuwe strategie wil die benadering uitstrekken tot in het onderwijs. Veel studenten hebben hun hoop op deze aanpak gevestigd, zoals ze al meermaals in de universitaire medezeggenschap hebben laten weten. Ze willen graag meer profiteren van de breedte die we hebben. De stappen die we zetten zijn daarom hoopvol: een mooie boodschap aan de generatie die ook vandaag weer verwachtingsvol aan hun academische studie begint. Onderwijs kan op die manier flexibeler en beter combineerbaar worden, en beter gaan aansluiten op interdisciplinair en interfacultair onderzoek. 

Die aanpak doet ook recht aan wat we in de loop van de afgelopen eeuw allemaal opgebouwd hebben en kan daarbij nieuwe, brede studentengroepen aanspreken. Daarmee raken we aan een andere, diepgewortelde betekenis van onze breedte als Radboud universiteit: de breedte van onze studentengroep is eveneens historisch geworteld. Onze oorsprong, universiteit te zijn voor groepen die tot dan toe nog niet goed toegang hadden tot de academische wereld, is ook in de toekomst essentieel. Onderwijs en onderzoek zijn immers een algemeen goed, voor iedereen; die principiële toegankelijkheid blijven we omarmen bij de Radboud Universiteit. 

Ik heb ons eerder een professionele organisatie genoemd, maar nog meer zijn we een gemeenschap – een community in goed Nederlands. Dát is wat de Radboud Universiteit onderscheidend maakt. In onze nieuwe strategie zullen we die toegankelijkheid verder uitwerken, want we zijn er juist ook voor wie nog niet precies weet wat te gaan studeren en voor wie studeren niet vanzelfsprekend is, omdat je de eerste bent in jouw omgeving of waar je vandaan komt. Ja, dat komt nog steeds voor, in sommige streken en groepen, ook in onze regio. Dat vraagt om nauwere samenwerking met scholen en andere instanties. 

Uiteraard geldt die toegankelijkheid ook voor mensen die later toekomen aan studeren, of die zich na hun academische opleiding willen bijscholen; en zeker ook voor studenten uit het buitenland! Om voor al die groepen toegankelijk te zijn, houden we evenwicht tussen vrijheid en professionaliteit.

We zijn geen politiek instituut, maar een kennisinstelling, en we vragen expliciet dat iedereen die in dit universitaire huis in vrijheid wil studeren of werken instemt met afspraken over respectvol omgaan met kennis en met elkaar. In onze community kunnen debatten schuren en acties spanning oproepen. Dat hebben we de afgelopen tijd meermaals ervaren. We ondersteunen graag het academisch debat en faciliteren demonstraties, maar roepen iedereen op daarbij te zorgen dat de campus een veilige en goede plek is om te zijn voor iedereen. Zo kunnen we, ook als we het niet met elkaar eens zijn, ervoor zorgen dat iedereen die oprecht kennis wil zoeken zich bij ons thuis kan voelen. 

'Laten we als universitaire gemeenschap saamhorig en verdraagzaam blijven optrekken, juist als we uitdagende tijden beleven zoals nu.'

Laten we als universitaire gemeenschap saamhorig en verdraagzaam blijven optrekken, juist als we uitdagende tijden beleven zoals nu. En uiteindelijk ligt onze wezenlijke impact op dat dieper gelegen niveau. Als universitaire gemeenschap bewaken we waarheid-zoeken en kennisontwikkeling als waarden in zichzelf. In een samenleving die het nut van kennis steeds meer lijkt te relativeren, geeft dit ons een morele positie die alleen maar belangrijker wordt.

De organisaties in onze omgeving, met wie wij samenwerken, maken duidelijk dat zij dit ook van onze universiteit verwachten. Wij moeten die kennis blijven zoeken en uitdragen; wij blijven kritisch bevragen; wij voeren het ongemakkelijke gesprek steeds opnieuw. Daarbij roepen we politiek verantwoordelijken met nadruk op onze wetenschappelijke taak weer voor de volle omvang te erkennen en financieren, en bezuinigingen terug te draaien. 

Intussen vragen de strategische keuzes en bezuinigingskeuzes die we als universiteit maken de komende maanden om verdere uitwerking, om draagvlak, om afstemming. We weten niet wat we precies gaan tegenkomen en wat nodig zal zijn; we kunnen helaas, net als andere universiteiten, reorganisaties niet uitsluiten. Dat maakt velen onzeker, en dat is heel begrijpelijk.

De keuzes vragen ook om het zien van kansen en het hebben van goede hoop. Soms wordt gesteld dat het beter is om optimistisch te zijn dan hoopvol. Optimisme, om met Paul van Tongeren te spreken, is verwachten dat het goed komt. Dat doe je vooral je als je daar redenen voor hebt; en we hebben een hoop goede redenen om optimistisch te zijn. 

'De strategische keuzes en bezuinigingskeuzes die we als universiteit maken, vragen ook om het zien van kansen en het hebben van goede hoop.' 

Maar hoop gaat verder dan dat. Hoop oriënteert ons, richt onze verwachting de goede kant op. Om Václav Havel te citeren: hoop is de zekerheid dat jouw pogen zinvol is, onafhankelijk van het resultaat. Hoop hebben doe je dus vooral omdat je er vertrouwen in hebt dat iets goed is om te proberen en je daarvoor in te spannen. Zo bezien is hoop vooral een houding, een deugd; het is een opdracht. 

Alle goede ideeën waar medewerkers mee komen in de taskforces en in het strategieproces; alle kansen op samenwerking die organisaties en mensen om ons heen naar voren brengen; alle positieve verwachtingen die studenten uitspreken: ja, die vormen tezamen een opdracht, die ons energie en richting geeft. 

Die opdracht pakken we op. Laten we met elkaar hoopvol aan de slag gaan. Als we gezamenlijk optrekken kunnen we onze zo gekoesterde breedte gestalte blijven geven- een nieuwe gestalte geven. We hebben elkaar hard nodig. En wij, tezamen, als Radboud Universiteit, wij zijn hard nodig.'