Hermann Häring werd geboren in 1937 in Pforzheim (D). Hij studeerde filosofie en theologie en promoveerde aan de Universiteit van Tübingen (1970), waar hij later ook werkzaam was. In Tübingen werkte hij nauw samen met de invloedrijke theoloog Hans Küng aan het Institut für Ökumenische Forschung. In deze intellectueel dynamische omgeving ontwikkelde hij zijn blijvende belangstelling voor fundamentele theologie, oecumene en de verhouding tussen religie en moderne cultuur.
In 1980 werd hij benoemd tot hoogleraar systematische theologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, tegenwoordig Radboud Universiteit. Formeel was hij opvolger van Piet Schoonenberg, maar toen Edward Schillebeeckx in 1983 op emeritaat ging nam hij de toga van laatstgenoemde over. Gedurende vijfentwintig jaar leverde Hermann Häring een wezenlijke bijdrage aan het theologisch onderwijs en onderzoek in Nijmegen. Hij stond bekend om zijn intellectuele openheid, zijn internationale oriëntatie en zijn vermogen om complexe theologische vraagstukken helder en kritisch te analyseren. Generaties studenten herinneren zich zijn colleges als uitdagend, actueel en diepgaand, steeds gedragen door een groot vertrouwen in de waarde van kritisch denken. In de jaren negentig was Hermann Häring twee aansluitende termijnen decaan van de Nijmeegse Faculteit der Theologie. In 1999 werd hij de eerste directeur van het Nijmeegse interdisciplinair Heyendaal Instituut voor Theologie, Wetenschap en Cultuur dat tot doel had de theologie in gesprek te laten treden met andere wetenschappelijke disciplines en de bredere culturele ontwikkelingen. Onder leiding van Häring groeide het Heyendaal Instituut uit tot een internationaal gewaardeerde ontmoetingsplaats voor reflectie over de plaats van religie en zingeving in een snel veranderende samenleving.
Het academische werk van Hermann Häring kenmerkte zich door een voortdurende zoektocht naar de geloofwaardigheid van religie in de moderne wereld. In zijn publicaties behandelde hij thema’s als kerkelijke autoriteit, vrijheid van geweten, religieuze identiteit, secularisering en de relatie tussen wetenschap en geloof. Daarbij combineerde hij systematische scherpte met maatschappelijke betrokkenheid. Hij behoorde tot die generatie katholieke theologen die de vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie niet enkel historisch wilden bewaren, maar ook verder wilden doordenken in het licht van nieuwe maatschappelijke en culturele ontwikkelingen
Hermann Härings omvangrijke oeuvre weerspiegelt zijn brede intellectuele belangstelling. Das Problem des Bösen in der Theologie (1985) werd een klassieker voor al wie zich met theodicee bezighoudt. Maar bij het brede publiek werd zijn kritische Theologie und Ideologie bei Joseph Ratzinger (2001) bekender. Daarin biedt hij een kritische analyse van het theologische denken van zijn voormalige docent in Tübingen. Eénmaal tot Paus Benedictus XVI verkozen in 2005, kon Häring niet anders dan daarop een nieuwe publicatie te laten volgen: Im Namen des Herrn. Wohin der Papst die Kirche führt (2009). Originele en kritische betrokkenheid valt ook af te lezen in Freiheit im Haus des Herrn: Vom Ende der klerikalen Weltkirche (2011) en Keine Christen zweiter Klasse!: Wiederverheiratete Geschiedene (2014). Eerder waren er nog monografieën, en andere zouden later volgen. Daarnaast publiceerde hij talrijke bijdragen over oecumene, wereldethos, interreligieuze dialoog en de toekomst van het christendom in Europa in internationaal gerenommeerde tijdschriften en theologische bundels.
Jarenlang was Hermann Häring ook pleitbezorger en éen van de belangrijkste dragers van het Internationale Tijdschrift voor Theologie Concilium. Daarmee trad hij in het voetspoor van zijn leermeester Hans Küng en Edward Schillebeeckx die het tijdschrift samen met Yves Congar, Karl Rahner en anderen in 1965 hadden opgericht. Binnen Concilium speelde Häring een belangrijke rol in het internationale debat over kerkvernieuwing, pluraliteit, oecumene en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van religie. Het tijdschrift is tot op de dag van vandaag een belangrijk forum voor kritische en grensoverschrijdende theologie dat in zes talen verschijnt.
Met Hermann Häring verliest de Radboud Universiteit een geleerde die wetenschap beschouwde als een vorm van verantwoordelijkheid: tegenover de waarheid, tegenover de samenleving en tegenover de menselijke waardigheid. In dat licht is het niet verwonderlijk dat hij tot lang na zijn emeritaat bijzonder actief bleef, onder meer in de intellectueel kritische gemeenschap Wir sind Kirche. Collega’s herinneren hem als een loyale en erudiete gesprekspartner; studenten als een docent die intellectuele nieuwsgierigheid wist te verbinden met persoonlijke aandacht en academische vrijheid. Zijn werk en geestelijke nalatenschap blijven voortleven in de vele studenten, collega’s en lezers die hij heeft geïnspireerd. De Radboud Universiteit is hem daarvoor grote dank verschuldigd. Onze gedachten gaan uit naar zijn familie, vrienden en allen die zich met hem verbonden weten.
De uitvaart zal plaatsvinden op dinsdag 19 mei 2026 om 13.00 uur in de Trauerhalle van het Tübingse Bergfriedhof.