Tom Heskes

Is kennis een publieke waarde? - blog Tom Heskes

Eerlijk gezegd: ik heb geen idee. Wetenschappelijk gezien dan. Het definiëren van wat wel of geen publieke waarde is, is een vakgebied op zich dat ver buiten mijn expertise ligt. 

Na wat gespit in de literatuur denk ik te mogen concluderen dat er brede consensus is onder wetenschappers dat kennis een intrinsieke waarde (value) heeft. Gelukkig, we doen iets dat er toe doet. Wetenschappelijke kennis heeft ook alle eigenschappen van een collectief goed (public good) zoals beschreven door socioloog Robert K. Merton in zijn essay The Normative Structure of Science (1942). We ontvangen als universiteit dan ook terecht (maar te weinig…) publiek geld.

Je zou denken: value en public good, dus public value. Maar in de bestuurskundige literatuur ligt de lat hoger. Iets wordt pas een publieke waarde genoemd wanneer het gaat om maatschappelijke idealen die de overheid actief moet beschermen voor haar burgers, zoals rechtvaardigheid, democratie of privacy. In de standaardlijstjes, zoals die in het overzicht Public Values: An Inventory van Torben Beck Jørgensen en Barry Bozeman (2007), vind je geen ‘kennis’.

En vanaf hier wordt het ijs gladder. Want als je als bèta-onderzoeker gaat betogen dat kennis wél een publieke waarde is, loop je al snel het risico dat je als wc-eend wc-eend adviseert. Toch denk ik dat er minimaal twee argumenten zijn om kennis, volgens de striktere definitie, zelfs als publieke waarde te beschouwen.

Het eerste argument komt van Bozeman. In zijn theorie over Public Value Failure (2002) schrijft hij dat bepaalde zaken zo fundamenteel zijn voor het functioneren van de samenleving, dat ze simpelweg niet aan de markt overgelaten mogen worden. Zodra kennis de basis vormt voor medische beslissingen, klimaatbeleid of onze digitale infrastructuur, móét het een publieke waarde zijn, omdat de burger recht heeft op toegang tot onafhankelijke feiten. Vanuit dat perspectief is Open Science geen sympathieke luxe, maar een harde maatschappelijke verplichting.

Het tweede argument ligt in dezelfde lijn en raakt aan onze institutionele bestaansreden: onafhankelijkheid. De publieke waarde zit niet alleen in kennis als product, maar in het bestaan van een instituut dat die kennis onafhankelijk kan genereren en toetsen. Zoals rechtspraak rechtvaardigheid borgt, zo borgt de universiteit onafhankelijke waarheidsvinding, zonder winstoogmerk of politieke kleur.

Waarom staat ‘kennis’ dan niet in de standaardlijstjes? Misschien omdat het nooit nodig leek. Vroeger lag de intellectuele frontlinie als vanzelfsprekend bij de publieke universiteiten. Nu niet meer. We delen die frontlinie met partijen die over enorme rekenkracht en kapitaal beschikken, zie ook de DeepMind-Nobelprijs. Dat raakt onze soevereiniteit in de kern: we kunnen het ons niet permitteren voor onze kennisvergaring afhankelijk te worden van de marktbelangen van Big Tech.

Dus ja, het voelt soms als wc-eend die wc-eend adviseert. Als wij het belang van onafhankelijke kennis niet verdedigen, wie dan wel? We zullen flink moeten poetsen om die onafhankelijkheid te bewaren.

Geschreven door
Tom Heskes
Tom Heskes is Vice-Decaan Onderzoek bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. Hij is hoogleraar Data Science en doet onderzoek naar kunstmatige intelligentie.