De afgelopen weken heeft een afvaardiging van het faculteitsbestuur jaargesprekken gevoerd met alle onderzoeksinstituten. De belangrijkste gespreksonderwerpen waren wat het instituut heeft gepresteerd en of het binnen het budget is gebleven en wat er uit het afgelopen jaar is te leren over de toekomst. Dat klinkt saai, maar blijkt eigenlijk een feest. Alle instituten hebben uitstekend gepresteerd en allemaal binnen een krapper budget dan we zouden hopen. We vragen de instituten dan ook de hoogtepunten van afgelopen jaar te benoemen. Los van de gewonnen prijzen en verkregen subsidies kwam daar ook een keur van nieuwe metingen en inzichten voorbij. En dat laatste is precies waar het om zou moeten gaan. We kunnen dan de waardering laten zien van het faculteitsbestuur aan de instituutsdirectie. Die waardering betreft natuurlijk alle medewerkers en ondersteuners van de instituten. Bravo allemaal!
Behalve met de instituten zijn er, als het goed is, jaargesprekken met alle medewerkers. Dat wordt niet allemaal gedaan door het faculteitsbestuur, maar door de directe leidinggevende. Voor veel mensen, zeker ook leidinggevenden, klinkt dat als een “moetje”. Idealiter spreken medewerker en leidinggevende elkaar regelmatig door het hele jaar heen. Het formele jaargesprek is dan de kans om vast te leggen wat je allemaal kan. Als het niet zo goed gaat, is dat een moment om te kijken hoe het beter kan, en het lucht vaak op als je zo merkt dat je er niet alleen voor staat. Gaat het wel goed, dan is dat een feestje dat we best mogen vieren.
Met de nieuwe vereenvoudigde formulieren kunnen de gesprekken efficiënt worden voorbereid en gevoerd. Er is dus geen excuus om je die kans te laten ontnemen.