De Kaap de Goede Hoop zo as 't zig vertoonde Ao. 1787, Jan Brandes

“Je weet pas echt waar je naartoe gaat als je weet waar je bent geweest”

Dankzij de genereuze steun van de Gerda Henkel Stiftung konden we een maand geleden eindelijk met dit prachtige project van start gaan. Voordat we er dieper op ingaan en de teamleden voorstellen, wil ik even de tijd nemen om het ontstaansverhaal te delen. Wij historici hechten immers veel waarde aan chronologie. Begrijpen waar we vandaan komen, helpt verklaren waar we naartoe gaan, zoals Maya Angelou ooit zo treffend zei. Voor degenen die enige tijd in de academische wereld hebben doorgebracht, klinkt dit verhaal over lessen die zijn geleerd uit zowel succes als mislukking wellicht bekend. Voor degenen die nog niet zo lang in het vak zitten, biedt het wellicht een kijkje in de vaak onzichtbare machinerie achter onderzoek: het langzaam rijpen van ideeën, de administratieve hindernissen en, onvermijdelijk, momenten van teleurstelling.

De oorsprong van het project ligt in het voorjaar van 2021. Destijds werkte ik een eerste concept uit naar aanleiding van een aanstaande oproep voor een Nederlandse infrastructuursubsidie. Wat volgde waren maanden van intensieve samenwerking met collega’s uit Utrecht en Rotterdam, evenals met Kate Ekama van de Universiteit van Stellenbosch. We bouwden het voorstel stukje bij beetje op, stelden een complex budget op, hielden talloze vergaderingen met faculteitsleden en baanden ons een weg door de fijne kneepjes van projectadministratie, financiën en HR. Het was een serieuze, gezamenlijke inspanning.

En toen werd het afgewezen.

Het voorstel werd niet alleen afgewezen, maar ook ongeschikt bevonden. Naar mijn mening had de financier de regels tijdens het proces in feite veranderd. Ik heb dagenlang aan een weerwoord gewerkt, maar dat maakte geen verschil. Het besluit bleef staan.

Het was een moeilijk moment. Ik voelde me gedesillusioneerd, zelfs enigszins beschaamd dat het voorstel de eerste ronde niet had gehaald. Uiteindelijk werd het project opgeborgen op een vertrouwde plek, een map op mijn laptop vol met ongerealiseerde ideeën, halfgeschreven artikelen en onvervulde academische ambities. Daar bleef het jarenlang liggen, terwijl de academische trein doorging en andere, kleinere projecten voorrang kregen.

Wat alles op zijn kop zette, waren twee ogenschijnlijk onbeduidende, bijna toevallige ontmoetingen. Eind september 2024 bood ik een voormalige collega, Wouter Ryckbosch, na een bijeenkomst in Utrecht een lift naar huis aan. We praatten bij over het leven en ons werk. De volgende dag nam hij contact met me op om het gesprek voort te zetten en te kijken of we samen iets concreets konden opzetten.

Diezelfde week kwam ik ook in contact met Eva Marie Lehner, een postdoctoraal onderzoeker bij het Bonn Center for Slavery and Dependency Studies. Ik volgde haar werk al een tijdje en we hadden een gemeenschappelijke connectie in Kate Ekama.

Op dat moment kwam het oude idee weer boven. Het leek mogelijk om het eerdere plan nieuw leven in te blazen, het infrastructuurvoorstel af te stoffen en het om te vormen tot een onderzoeksproject.

We hadden nog maar twee maanden voor de deadline, wat zorgde voor een intense werkperiode. We kwamen regelmatig bijeen, verfijnden het concept en ik navigeerde opnieuw door de vertrouwde carrousel van voorbereidende vergaderingen met het universiteitsbestuur om interne hindernissen uit de weg te ruimen.

Uiteindelijk dienden we het voorstel eind november 2024 in en lieten we het los. De academische trein stopt nooit. Het lesgeven nam al snel mijn aandacht in beslag en het voorstel verdween geleidelijk naar de achtergrond.

Maar toen, in april 2025, kwam er plotseling een e-mail binnen in mijn inbox. Hij was afkomstig van Anna Kuschmann, projectmanager bij de Gerda Henkel Stiftung. Er waren twee bijlagen en een bericht met slechts één raadselachtige zin: „Ik stuur u graag de bijgevoegde brieven toe.“ Ik opende de bestanden meteen en las dat het project was goedgekeurd voor financiering. Ik was dolgelukkig, liep op wolken, en nam meteen contact op met Wouter, Kate, Eva en alle anderen die hadden geholpen om dit mogelijk te maken.

Als er één les uit dit verhaal te trekken valt, dan is het deze: verwijder nooit die map met ongebruikte projectideeën. Academisch werk verloopt zelden in een rechte lijn. Ideeën hebben tijd nodig om te rijpen, en soms wachten ze gewoon op de juiste combinatie van mensen en omstandigheden. Bewaar die oude ideeën. Blaas vroegere samenwerkingen nieuw leven in. En sta open voor nieuwe contacten, want je weet nooit welk gesprek een project weer tot leven kan brengen.

Geschreven door
dr. D.B.G.W. Lyna (Dries)
dr. D.B.G.W. Lyna (Dries)
Dries Lyna is sociaal-economisch historicus van de 17e en 18e eeuw en houdt zich bezig met VOC-nederzettingen in de Indische Oceaan. Hij is projectleider van het internationale Gerda Henkel Foundation-project ‘Economies of Trust’ over sociale netwerken van de stedelijke armen in de 18e-eeuwse Kaapkolonie, samen met Eva Marie Lehner (Universiteit van Bonn) en Wouter Ryckbosch (Vrije Universiteit Brussel/Universiteit Gent).