‘Zou ik hier mogen zitten?’, vroeg ik aan het treinpersoneel toen ik uit een overvolle treincoupé vermoeid de eerste klas binnenliep. De drukte en het lawaai in de spits werden mij te veel. ‘Ik heb een handicap en ik heb veel last van die drukte.’ Zelf zaten de medewerkers er comfortabel bij en hield een van hen door zijn houding zelfs twee stoelen bezet. ‘Nee dat mag niet’, antwoordde hij kortaf. Ik legde hem uit dat ik neurodivergent ben en daardoor snel overprikkeld raak. ‘Dat had je kunnen weten’, zei hij alleen maar.
In dit soort situaties kunnen mensen met onzichtbare beperkingen zich heel alleen voelen. Dit is waarom ik mij samen met andere studenten hard maak om op de universiteit een community te vormen. Een plek waar andere neurodivergente studenten en studenten met onzichtbare beperkingen of andere gezondheidsuitdagingen elkaar kunnen ontmoeten. Daar ontstaan gesprekken over gezamenlijke ervaringen. Je ziet dat mensen elkaar helpen met praktische tips en elkaars ervaring herkennen: ‘dat heb ik ook!’.
In die trein had ik ook wel wat steun kunnen gebruiken. Al geeft zo’n situatie ook weer inspiratie om nieuwe gedichten te maken. Als ik met de trein reis, denk ik vaak diep na. Die gedachten schrijf ik vervolgens van mij af door een notitie in mijn telefoon te zetten. Zo blijven die spinsels niet in mijn hoofd zitten. Als ik de woorden teruglees die ik opschreef na het incident met het NS-personeel, voel ik mij sterk. Het voelt fijn om te weten dat ik een gedicht over deze mensen kan schrijven, weliswaar geanonimiseerd natuurlijk. Het podium dat ik als campusdichter krijg, wil ik dit jaar gaan delen met mensen die een belangrijke stem hebben maar soms onzichtbaar zijn.’
Jet Sterkman is student master Literatuur en Samenleving en campusdichter.