Baby met ouder
Baby met ouder

Jubileum Babylab: 25 jaar onderzoek naar kleine leermachines

Een proefpersoon die halverwege een experiment in slaap valt, plots begint te huilen omdat ze honger heeft of het bedachte experiment compleet negeert: de meeste wetenschappers kunnen zich hier niets bij voorstellen, maar voor de onderzoekers van het Baby & Child Research Center (BRC) zijn dit soort ervaringen maar al te herkenbaar. Dit onderzoeksinstituut werd in 1999 opgericht door psycholinguïst Anne Cutler als eerste babylab van Nederland en viert dit jaar haar vijfentwintigste verjaardag. ‘Soms moet je even wachten op bruikbare data.’

Het oorspronkelijk Baby Research Center is in 1999 opgericht door Prof. Dr. Anne Cutler. Samen met collega's onderzocht zij de taalontwikkeling van baby's. Inmiddels is het Baby & Child Research Center nadrukkelijk ingebed op de campus, met collega’s van Letteren, Sociale Wetenschappen en het Radboudumc die nog veel meer onderzoeken dan alleen de taalontwikkeling.

‘Tegenwoordig kijken we ook naar cognitieve ontwikkeling, de interactie van het kind met de omgeving en de relatie tussen kinderen en hun ouders’, vertelt Sabine Hunnius, hoogleraar cognitieve psychologie. ‘En waar we eerst alleen baby’s bestudeerden, doen we tegenwoordig ook onderzoek met jonge kinderen.’ 

Kleine leermachines

In een kwart eeuw BRC zijn op al die verschillende onderzoeksgebieden belangrijke ontdekkingen gedaan. Communicatiemedewerker Josje de Valk somt op: ‘We weten tegenwoordig dat baby’s die meer huilen andere bacteriën in hun darmen hebben dan baby’s die minder huilen. Verder hebben we ontdekt dat huid-op-huid-contact tussen moeder en kind positieve effecten heeft. Baby’s huilen minder, slapen meer en ook moeders voelen zich beter. Op het gebied van taalontwikkeling zijn eveneens grote stappen gemaakt. We weten nu dat kinderen al vanaf heel jonge leeftijd klanken in hun moedertaal kunnen onderscheiden en patronen in de taal ontdekken.’

Hunnius vult aan: ‘Het is wonderlijk hoe baby’s in zo’n korte tijd zoveel opsteken. Het zijn echt kleine leermachines.’ In haar onderzoek kijkt Hunnius naar nieuwsgierigheid bij baby’s. ‘Baby’s zijn extreem nieuwsgierig en dat helpt ze zo ontzettend snel te leren. En natuurlijk kun je als ouder baby’s en peuters helpen leren, door in te spelen op hun interesses, nieuwe dingen aan te wijzen en ze liefdevol in hun ontwikkeling te stimuleren.’

Festival voor mini's

Taal voor twee

Een van de kenmerken van het BRC is dat onderzoeksresultaten snel hun weg naar de praktijk vinden. ‘We hebben een mooie overeenkomst met KION, de kinderopvang in Nijmegen en omstreken, maar ook met veel verloskundigen en kraamverzorgers.’ Hunnius en De Valk noemen daarnaast een bijzonder project: ‘Paula Fikkert heeft met Taal voor twee een lesprogramma, speciaal voor niet-Nederlandstalige moeders ontwikkeld. In dat programma leren moeders de taal die nodig is om over  de ontwikkeling van hun jonge kind te praten, om aan te kunnen geven hoe het met het kind gaat of wat het nodig heeft. Momenteel draait er een pilot onder moeders uit Oekraïne en het is de bedoeling om dit programma in meerdere gemeentes in heel Nederland uit te rollen.’

Naast samenwerkingspartners uit de regio, weten ook ouders uit de wijde omgeving het BRC goed te vinden. De Valk: ‘Ouders uit Amsterdam of Groningen stellen vragen over onze onderzoeken en zijn geïnteresseerd in deelname. Gelukkig kunnen steeds meer onderzoeken, bijvoorbeeld vragenlijsten voor ouders, online plaatsvinden. Daarnaast hebben we tegenwoordig onze eigen BRC-bus waarmee we naar de mensen toe gaan. Dit doen we bijvoorbeeld in ons onderzoek naar het leren van gebarentaal. Maar het meeste onderzoek vindt nog steeds op de campus plaats.’

Festival voor mini's

Feest met poffertjes

Dat zoveel ouders bereid zijn mee te helpen met onderzoek is geen vanzelfsprekendheid. De Valk: ‘Het vergt nogal wat, zowel van ouders als de kinderen, om bij het babylab langs te komen, soms zelfs een paar keer. Toch merken we dat het steeds makkelijker wordt om ouders te bereiken. We proberen onze experimenten steeds in te richten als een spelletje zodat het voor  ouder en kind aanvoelt als een leuk uitje.’

Behalve ouders moeten ook de onderzoekers van het BRC flexibel zijn. ‘Een experiment gaat lang niet altijd zoals gepland’, lacht Hunnius. ‘Een baby kan in slaap vallen, kan gaan huilen omdat die honger heeft of vindt het spelletje dat we bedacht hebben niet interessant. Dat vergt creativiteit en aanpassingsvermogen als onderzoeker. Soms loopt het experiment even anders en levert het geen nieuwe data op. Dat hoort er allemaal bij.’

Om het jubileum te vieren organiseerde het BRC begin juni een festival, gericht op kinderen van nul tot en met zes jaar oud. ‘Er was theater, muziek en spelletjes voor de mini’s. Ondertussen konden ouders kijken naar presentaties over de voornaamste mijlpalen in vijfentwintig jaar BRC. En er waren poffertjes! Dit feestje was speciaal voor de kinderen en hun ouders, want zonder hen was vijfentwintig jaar BRC nooit mogelijk geweest.’

Contactinformatie

Thema
Opvoeding, Radboud toen en nu