Lerarenopleider Tirsa Guelen-Satink over de rol van pedagogiek in de universitaire lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs.

In september is de Radboud Docenten Academie van start gegaan met een nieuw curriculum, van toepassing op studenten in de educatieve minor/module, de eenjarige educatieve master en de tweejarige educatieve master. Het vak pedagogisch handelen is nieuw in het curriculum. Lerarenopleider Tirsa Guelen-Satink vertelt er meer over.

‘Het is vooral belangrijk studenten te stimuleren hun eigen antwoorden te vinden.’

In het oude curriculum van de docentenacademie was pedagogiek onderdeel van het vak algemene didactiek. Dat vak bestaat in het nieuwe curriculum niet meer. Het algemeen-didactische deel van dit vak is samengegaan met vakdidactiek, en het pedagogisch-didactische deel is ondergebracht en verstevigd in de cursus pedagogisch handelen. Die cursus bestaat nu uit dertien bijeenkomsten van anderhalf uur. Er is aandacht voor, zoals we dat noemen, ‘het instrumentele’ van de pedagogiek en voor visievorming. Bij ‘het instrumentele’ moet je denken aan het uitbreiden van het handelingsrepertoire, bijvoorbeeld rondom klassenmanagement, contact maken en groepsdynamiek. Bij visievorming proberen studenten middels verschillende leeractiviteiten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch prioriteitenspel, onder woorden te brengen wat ze willen bereiken bij hun leerlingen en waarom, én welke handelingen ze daarvoor zouden kunnen inzetten. 

Wat verstaan jullie onder pedagogiek?

In het onderwijs gaat pedagogiek over hoe docenten de wereld ontsluiten in contact met hun leerlingen. Vragen als ‘Waartoe geef ik mijn vak?’ en ‘Hoe gaan we in onze maatschappij, en in het klein op school, met elkaar om?’ zijn pedagogische vragen die het handelen van de docent beïnvloeden. Net als de vraag: ‘Wat is voor deze leerling, op dit moment, het meest in diens belang om te doen?’. Ook lerarenopleiders hebben een pedagogische taak. Wij ontsluiten ‘de wereld van het docentschap’ voor onze studenten. We laten ze nadenken over hoe ze naar hun leerlingen kijken, over wie ze willen zijn als docent en waarom. Zo maken we binnen de opleiding ruimte voor het ontwikkelen van een eigen pedagogische visie.

Waarom is het belangrijk voor een docent om een pedagogische visie te hebben?

Lesgeven is normatief, een docent maakt continu keuzes, weegt belangen tegen elkaar af. Het hebben van een pedagogische visie kan helpen bij het maken van deze pedagogische keuzes. Denk aan keuzes voor lesinhoud of werkvorm, maar ook aan keuzes die een docent in onverwachte situaties maakt: stel je voor dat een leerling niet wil samenwerken met een andere leerling. Hoe reageer je dan? Er zijn allerlei verschillende mogelijkheden die, afhankelijk van persoonlijke visie en de situatie, meer of minder passend zijn. We willen studenten laten nadenken over wat er allemaal mogelijk is en waarom je voor het één of het ander zou kiezen. Door verschillende scenario’s te overdenken kunnen studenten hun handelingsrepertoire uitbreiden en hun visie concretiseren. Op die manier kunnen momenten van handelingsverlegenheid hopelijk zoveel mogelijk worden voorkomen. 

Hoe ziet de inhoud van deze cursus eruit?

De student werkt gedurende de cursus aan twee eindproducten: ‘portretten’ en ‘beelden’. ‘Portretten’ bestaat uit een onderzoeksdossier over een klas, leerlingen in die klas en de eigen rol als docent in die klas. Hierin worden bijvoorbeeld de groepscohesie en -normen van de klas beschreven, er wordt gekeken naar de ondersteuningsbehoeften van individuele leerlingen en de interactie met leerlingen wordt geportretteerd en geanalyseerd. ‘Beelden’ bestaat uit (visuele) beschrijvingen en analyses van zogeheten ‘bumpy moments’ die de student heeft ervaren. Dit zijn niet, zoals vaak gedacht, momenten waarbij de student niet wist wat te doen. Bumpy moments zijn juist momenten waarop de student op een legitieme, dus verdedigbare manier heeft gehandeld, maar achteraf ook op andere legitieme manieren had kunnen handelen. We onderzoeken daarbij dilemma’s die onder zo’n moment schuilgaan, zoals bijvoorbeeld het strikt hanteren van de regels versus het laten vieren van de teugels. Studenten leggen dan uit waarom bijvoorbeeld het strikt hanteren van de regels op dat moment gerechtvaardigd was, maar onderbouwen ook in welke context er gekozen kan worden voor het vieren van de teugels. Op die manier leren studenten dat de handelingskeuze situationeel is en afhangt van veel verschillende factoren. 

Ik ben zelf groot fan van deze bumpy moment didactiek, die onder andere ontwikkeld is door Carlos van Kan, lector Pedagogische professionaliteit van leraren bij de Hogeschool van Rotterdam. Met behulp van deze didactiek blijf je weg van ‘fout-goed’-denken, omdat het uitgangspunt een legitieme handeling is. Door na te denken over waarom er in een situatie op een bepaalde manier is gehandeld, kan je je eigen pedagogische visie verder ontwikkelen.   

Hoe kan de werkplekbegeleider de student ondersteunen bij het vormen van een eigen pedagogische visie?

Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door het eigen handelen te expliciteren voor de student. Docenten hebben allerlei routines en automatismen in het contact met hun leerlingen, en handelen (vaak onbewust) vanuit bepaalde overtuigingen of waarden en normen. Door die te expliciteren, verhelderen ze voor de student (en meestal ook weer voor zichzelf!) het waarom en waartoe van hun manier van interacteren. De student kan vervolgens onderzoeken of dit ook bij hem of haar past. Vaak zijn er meerdere legitieme handelingen mogelijk. Het gesprek hierover aangaan, helpt de student vervolgens om zijn of haar eigenheid te vinden. Studenten vinden het niet altijd makkelijk om zelf richting te geven aan hun handelen. Ze vragen vaak om tips en dat is logisch, want ze willen hun handelen verbeteren en kennen, zeker aan de start van de opleiding, nog weinig alternatieven. Die tips kun je als begeleider geven, maar het is vooral belangrijk studenten te stimuleren hun eigen antwoorden te vinden. 

Tot slot: in de wandelgangen hoor je weleens dat leraren in opleiding op het hbo beter zijn in pedagogiek dan universitaire leraren in opleiding. Hoe kijk jij daarnaar?

Ik ben het daar niet mee eens. Het zou ook geen wedstrijd moeten zijn. Ongeacht hun opleiding brengen alle studenten hun eigen kwaliteiten, valkuilen en interesses mee naar de onderwijspraktijk. Het is aan ons als lerarenopleiders op het instituut en op de school om ervoor te zorgen dat studenten de begeleiding krijgen die nodig is om zich verder te ontwikkelen, ook op pedagogisch vlak. Natuurlijk hebben tweedegraads docenten in opleiding vier jaar de tijd om te groeien in hun rol als docent, maar het is niet zo dat je pedagogisch automatisch beter handelt wanneer je meer vlieguren hebt gemaakt. Juist door betekenis te geven aan die ervaringen groeit het pedagogisch bewustzijn. Daarom vind ik het zo belangrijk dat studenten niet perse steeds meer lesuren gaan draaien, maar vooral dat ze de tijd nemen en krijgen om te reflecteren op wat ze hebben gedaan, waarom ze dat hebben gedaan en wat ze daarvan vinden. Zo kunnen studenten ook in een kortere periode grote stappen maken. Dat er nu een cursus is die zich volledig richt op pedagogisch handelen, draagt hier hopelijk aan bij. 

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Radboud Docenten Academie
Thema
Onderwijs