Op donderdag 28 augustus organiseerde het CPG de sessie Lesje geleerd op de Historicidagen in Leiden. Op deze editie van dit tweejaarlijkse congres stond De toekomst van de geschiedenis centraal. Deze thematiek sloot op een boeiende manier aan op het onderzoek naar parlementaire enquêtes dat momenteel op het CPG wordt verricht: kunnen deze enquêtes worden beschouwd als een vorm van toekomstgerichte geschiedschrijving?
De sessie had de vorm van een talkshow, waarin CPG-promovendus Wiek van Gemert in een drietal gesprekken verkende hoe de parlementaire enquête kan worden gebruikt om lessen te trekken voor de toekomst. In het eerste gesprek schoven CPG-directeur Ronald Kroeze en Hanco Jürgens, onderzoeker van het Duitsland-centrum, aan om de grote lijnen van het instrument in kaart te brengen. Zij bespraken de geschiedenis en beoogde functies van het instrument, waarbij steeds explicieter de nadruk is komen te liggen op het leren van lessen. Ronald Kroeze benadrukte dat er vaak te negatief gedacht wordt over het lerend vermogen van de politiek, mede omdat er te weinig grip is op wat leren eigenlijk inhoudt. Jürgens vroeg zich af of de enquêtes zich niet meer op de toekomst moesten richten om leren te bevorderen: de angst voor een enquête die de schijnwerpers zet op misstanden uit het (recente) verleden zou bestuurders kunnen weerhouden ambitieuze projecten aan te gaan.
In het tweede panel bespraken CPG-onderzoekers Laurien Crump en Fons Meijer twee spraakmakende enquêtes uit het verleden: naar de genocide van Srebrenica en de Bijlmerramp. De Bijlmerramp bleek de bron voor verschillende complottheorieën, die de enquête trachtte te ontkrachten. De beladen sfeer die daardoor ontstond, maakte het echter moeilijk om lessen te trekken. De enquête over de val van Srebrenica volgde op een reeks andere onderzoeken, waaronder van het NIOD. Toch werd ‘het zwaarste middel van het parlement’ van stal gehaald. Hoewel het zeker niet alleen aan de enquête toe te schrijven is, wordt de val van Srebrenica nog regelmatig aangehaald als historisch ijkpunt waar we van moeten leren. Tot slot gaf Marieke Harpe, die als ambtenaar van de Dienst Analyse en Onderzoek van de Tweede Kamer aan meerdere enquêtes meewerkte, een kijkje achter de schermen. Zij vertelde hoe door het proces van vooronderzoek, besloten verhoren en openbare verhoren langzaam maar zeker het verhaal ontstaat dat de enquêtecommissie wil vertellen. Tussendoor werd de kennis van de aanwezigen over de rijke geschiedenis van de parlementaire enquête getest met een korte quiz. De sessie was goedbezocht en liet zien dat er nog veel meer te zeggen valt over de parlementaire enquête.