Het onderzoek van Vervloed past binnen de traditie van het Behavioral Science institute om in onderzoek aandacht te besteden aan mensen met beperkingen in zien, horen, bewegen en denken. Vervloed, die ook is aangesteld bij het onderwijsinstituut Pedagogische Wetenschappen, bestudeert de ontwikkeling van kinderen en jongeren met zintuiglijke en meervoudige beperkingen. De leerstoel biedt hem een kans zich te richten op de taalontwikkeling bij deze doelgroepen en de rol die Ondersteunde Communicatie (OC) hierbij kan spelen. Ondersteunde communicatie (OC) verwijst naar alle mogelijke vormen, strategieën, methoden, technieken en hulpmiddelen voor communicatie.
Het onderzoek wordt uitgevoerd langs drie lijnen. De eerste lijn is assessment van communicatieve competentie en onderbouwing van de klinische besluitvorming in de hulpverlening. Daarnaast is er een vernieuwende onderzoekslijn naar leren lezen met behulp van OC. De derde overkoepelende lijn onderzoekt hoe OC kan worden ingezet ten behoeve van participatie van kinderen met meervoudige beperkingen in de samenleving. De drie onderzoekslijnen worden uitgevoerd binnen het Milo ecosysteem: Stichting Milo voor diagnostiek en behandeling van kinderen met meervoudige beperkingen (KLIN© en ambulante behandeling); de Milo Academy voor scholing aan professionals en ouders; OOK-OC! voor praktijkonderzoek en innovatie; en de leerstoelgroep binnen het Behavioural Science Institute rondom Vervloed voor het wetenschappelijk onderzoek.
‘Voor kinderen met communicatief meervoudige beperkingen (CMB) is taal en communicatie niet vanzelfsprekend. We onderzoeken oorzaken en verklaringen én manieren waarop ondersteunde communicatie (OC) helpt bij het mogelijk maken van communicatie en geletterdheid. Het uiteindelijke doel is om de communicatie tussen kinderen met CMB en mensen om hen heen te verbeteren.’
Over Mathijs Vervloed
Vervloed (Hilversum, 1964) studeerde in 1988 af in de Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, op een proefschrift getiteld ‘Learning in preterm infants, habituation, operant conditioning and their associations with motor development’. Van 1994 tot 1997 was Vervloed orthopedagoog in de vroegbegeleiding aan kinderen met visuele beperkingen bij Bartiméus in Zeist en Deventer.
Vanaf 1997 is Vervloed verbonden aan de Radboud Universiteit. Tot 1999 werkte hij tevens bij een instelling voor kinderen met visuele beperkingen in Grave (nu Visio) en het instituut voor Doven in Sint Michielsgestel (nu Kentalis), om tot 2003 te werken in een diagnostisch centrum voor doofblinde mensen. Zijn aanstelling bij de Radboud universiteit is geleidelijk uitgebreid tot fulltime. Bij Pedagogische Wetenschappen is hij momenteel verantwoordelijk voor de masterspecialisatie Beperkingen en Handicaps. Sinds 2016 is hij universitair hoofddocent, en vanaf 2020 directeur van de Research Master Behavioural Science.
Vervloed ontving vooral subsidies van ZONMW en collectebusfondsen voor onderzoek naar kinderen met beperkingen. Hij heeft onderzoek gedaan naar de doelgroep zelf (tastontwikkeling bij blinde kinderen, slaapproblemen, kijkgedrag, cognitieve, taal- en spelontwikkeling) ten behoeve van hulpverleners (diagnostiek van de tactiele ontwikkeling en autisme bij mensen met meervoudige beperkingen, kijktraining) en de positie van mensen met beperkingen in de samenleving (attitudes jegens mensen met beperkingen, vriendschap, moreel redeneren en acceptatie afwijkend gedrag). In het buitenland heeft hij gewerkt in twee scholingsprojecten. Eerst in Kroatië en later in een periode van drie jaar middels een EU Tempus subsidie samen met Bert Steenbergen en collega's uit het Verenigd Koninkrijk en Hongarije, in Jordanië en de West Bank in Israël. Beide projecten betroffen scholingsprojecten op het gebied van vroegbegeleiding aan kinderen met visuele en meervoudige beperkingen