Onlangs, op vrijdag 29 mei, startten de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie naar de aanpak van de Coronapandemie. In het kader daarvan was CPG-directeur Ronald Kroeze te gast bij Spraakmakers op Radio 1. De enquête is het zwaarste informatie en controle-instrument waarover de Tweede Kamer beschikt. Kroeze ging in op de taak van de huidige commissie en besprak hoe het enquête-instrument in de jaren tachtig werd herontdekt. Waarom toen? En wat zegt dat over de transformatie van de parlementaire democratie? Hij vertelde ook over het lopende CPG onderzoek naar ‘veertig jaar parlementaire enquêtes’. Hieronder een uitwerking van het gesprek dat Kroeze had met interviewer Carl-Johan de Zwart, mede op basis van vragen van luisteraars.
De Zwart: “Hoe kwam het dat deze enquêtecommissie niet echt snel uit de startblokken kwam?
Kroeze: “Er is inderdaad al in 2021 een motie aangenomen om een enquêtecommissie in te stellen. Daarna zijn er meerdere verkiezingen geweest, een kabinetsval, commissieleden die niet herkozen werden en discussie over de aanpak. Dat zijn een aantal redenen waarom het zo lang heeft geduurd.
De Zwart: “Is dat gebruikelijk, dat gedoe vooraf als je naar al die parlementaire enquêtes van de afgelopen decennia kijkt?
Kroeze: “Er is altijd wel een proces vooraf waarin moet worden afgesproken wat precies onderzocht gaat worden. Daar wordt ook over onderhandeld en dat leidt ook wel eens tot frictie want verschillende politici en partijen willen soms verschillende onderdelen onderzoeken. In dit geval was op een gegeven moment alleen voorzitter Daan de Kort nog over na de laatste verkiezingen. Dus het heeft zeker wel wat langer geduurd.”
De Zwart: “Dat heeft ook met de politieke onrust te maken en het stormachtige landschap. Ze waren er de afgelopen veertig jaar met grote regelmaat: 14 enquêtes in ruim 40 jaar tijd. Als dit het zwaarste instrument van de Tweede Kamer is zou je haast de conclusie kunnen trekken dat de kabinetten in de afgelopen decennia er een potje van hebben gemaakt?”
Kroeze: “Ik zie dat iets anders. In het boek ‘De herontdekking van de parlementaire enquête’ dat ik vorig jaar heb uitgebracht, heb ik beschreven waarom die enquête weer is herontdekt. Het bestaat al sinds de beroemde grondwetswijziging van Thorbecke uit 1848. De Kamer heeft toen dat recht gekregen, het is toen een paar keer gebruikt maar daarna een hele tijd niet. Wat zijn nou de redenen dat het na de Tweede Wereldoorlog na decennia weer in beeld komt? De overheid breidt enorm uit, de verzorgingsstaat wordt opgebouwd dus de regering gaat over steeds meer onderwerpen. De Kamer stelt zich dan al langer de vraag: hoe houden we hier nog controle op? De Kamer is controleur van de regering, dat is een van de belangrijkste taken. In de jaren zeventig zie je ook het aantal affaires toenemen. In de Verenigde Staten is het Watergate-schandaal heel belangrijk, die affaire wordt onderzocht met publieke verhoren door een senaatscommissie. Die publieke verhoren, dat mocht in Nederland nog niet volgens de oude enquêtewet, maar er komt een wijziging van die wet in 1977. Nieuw is dat ook bewindslieden, onder ede, gehoord kunnen worden en dat verhoren in het openbaar zijn. Die combinatie van uitbreidende overheidstaken en die aangepaste enquêtewet leidt er toe dat als er zich een groot schandaal voordoet, dat recht gebruikt wordt. Een voorbeeld hiervan is de financiering van Rijn-Schelde-Verolme (RSV), dat bedrijf kreeg in de jaren zeventig honderden miljoenen subsidie van de overheid, maar gaat toch failliet in 1983. De Kamer zegt dan: hoe heeft dit kunnen gebeuren? We hebben dat instrument van die enquête en gaan dat gebruiken.”
Ronald Kroeze werd vervolgens ook gevraagd waar het CPG zich momenteel op richt bij het project ‘veertig jaar parlementaire enquêtes’.
Kroeze: “De enquête is weer herontdekt, hoe kun je dat begrijpen. Waarom wordt dat instrument ingezet? Je ziet dat sinds de RSV-enquête de enquête goed is bevallen, als instrument om informatie naar boven te halen en om controle uit te oefenen achteraf. Vaak ook worden er politieke consequenties getrokken. En een vierde functie is lessen trekken. Interessant is om te zien welke van deze functies prioriteit heeft. Deze commissie, die de aanpak van de Coronapandemie onderzoekt, zet sterk in op lessen trekken. Dat vinden velen belangrijk. We moeten wel beseffen dat een parlementaire enquête in een politieke context plaatsvindt dus de politieke dynamiek gaat altijd een rol spelen.
Luisteraar: “Hebben parlementaire enquêtes wel zin? De lessen worden snel vergeten, zoals bij de enquête naar de gaswinning in Groningen. Men wil de gasputten weer openen.”
Kroeze: “Parlementaire enquêtes hebben zeker wel effect. De mate van invloed kan wisselen, maar als je bijvoorbeeld kijkt naar RSV dan heeft dat geleid tot aanpassing van het staatsteunbeleid, de bouwfraude rond 2000 leidde tot de aanpassing van het mededingingsbeleid. En ook bij de IRT-affaire werden grenzen gesteld aan opsporingsmiddelen van de politie. Ik ben het eens met de vragensteller dat zo’n enquête wel veel tijd kost. Het is een zwaar middel en vraagt lang vooronderzoek. Als je dan bepaalde conclusies trekt na zo’n lang onderzoek en je gaat daar vrij kort daarna weer aan morrelen, dat zou vreemd zijn. Zeker als je kijkt naar een andere functie van zo’n enquête: het herstellen van vertrouwen. Als een enquête wordt ingesteld om vertrouwen te herstellen moet je geen onduidelijkheid laten bestaan over de vraag ‘wat gaan we er dan weer mee doen?’, dan kan het averechts werken.
Luisteraar: “Draagt zo’n enquête niet ook bij aan de huidige polarisatie?”
Kroeze: “Een terechte vraag. Even terugkijkend: in de jaren vijftig en zestig, dat waren de jaren van verzuiling, met gezag en respect voor bestuurders. Journalisten die ministers met ‘excellentie’ aanspraken. Die tijd is al lang weer verdwenen, het is nu meer doorgeslagen de andere kant op. Het enquête-instrument is daar ook weer onderdeel van geworden. Eerst was het misschien een aanjager van een wat kritischer blik uit de Kamer en de samenleving richting bestuurders en de regering, nu speelt de vraag soms op: slaat het niet door? En we hebben dat versplinterde politieke landschap. Tegelijkertijd, dit hoort wel bij een democratie, conflicten horen er in principe bij.”
De Zwart: “Maar zetten parlementaire enquêtes de verhoudingen op scherp?”
Kroeze: “Een enquête vindt plaats in een politieke context, dus dat kan. Als je beslissingen blootlegt waarover onduidelijkheid bestaat, kan dat wantrouwen verminderen maar ook vermeerderen. Bijvoorbeeld bij Corona zie je dat veel besluitvorming onder druk is gebeurd, veelal met de beste bedoelingen, maar dat de precieze overwegingen soms niet openlijk werden gedeeld. Met RSV werd dat ook duidelijk, achter de beslissingen om verschillende malen staatsteun te verlenen aan dit in moeilijkheden verkerende bedrijf, zaten zeker wel ideeën: om het te revitaliseren, om banen te redden. Een enquête kan helpen om daar meer inzicht te krijgen: ‘hoe werkt zo’n besluitvormingsproces en hoe kunnen we dat dan in de toekomst verbeteren?’. Wat we ook vaak zien bij enquêtes, ook bij RSV, is dat mensen zeggen: ‘goh, wat we nu zien, dat is wel heel ernstig’. Ik heb daar ook onderzoek naar gedaan. Bij RSV zag je bijvoorbeeld ingezonden brieven waarin stond de enquête heeft blootgelegd: ‘het is nog veel erger dan ik dacht’. Dat effect kan een enquête dus ook hebben. Maar naar mijn idee moet je dan niet zeggen: dan gaan we dus maar geen onderzoeken meer doen omdat het potentieel dat risico met zich mee brengt.”
De Zwart: “Is het belangrijk te weten wat de exacte onderzoeksopdracht van zo’n enquêtecommissie is. Dus wat gaan we onderzoeken en waarom?”
Kroeze: “Ja, deze huidige commissie is zoals gezegd sterk gericht op lessen trekken en wil weg blijven van alleen maar het blootleggen van fouten en daaraan politieke consequenties verbinden, het bijltjesdagidee. Dat is ook bij eerdere enquêtes wel zo geweest, er kwam na RSV in 1983 ook enorme druk te staan op minister Van Aardenne van Economische Zaken, die voor het steunbeleid aan RSV verantwoordelijk was geweest. De enquêtecommissie concludeerde dat hij de Kamer had misleid en onvolledig was geweest. Er kwam een debat opgang met de vraag ‘moet deze minister niet weg?’. Hij kon ternauwernood aanblijven, maar daardoor is dat instrument sinds RSV wel gekoppeld aan het idee dat als er zware conclusies worden getrokken, dan moet er eigenlijk ook een politiek gevolg zijn. Daar kun je natuurlijk meer of minder op inzetten. Hoe dat deze keer gaat uitpakken, dat zullen we moeten gaan zien.”
De Zwart: “Zijn er kabinetten gevallen over parlementaire enquêtes? Het kabinet-Kok II na Srebrenica, maar dat is opgestapt naar aanleiding van het NIOD-onderzoek. De enquête kwam pas daarna.”
Kroeze: “Een aantal keer zijn individuele ministers opgestapt. Het parlementair onderzoek van het toeslagenschandaal, dat voorafging aan de enquête, is een aanleiding geweest voor de val van het derde kabinet-Rutte. Het is wel een zwaar wapen.”
Vragensteller: “Gideo van Meijeren zou uit de commissie zijn gestapt omdat hij zijn eigen vragen niet zou mogen stellen. Welke vragen mogen niet gesteld worden en zijn de vragen die gesteld worden standaard? En hoe staat het met de onafhankelijkheid van zo’n commissie?”
Kroeze: “Wat een spanningsveld is, is dat de Kamer in meerderheid en soms zelfs unaniem instemt met het voorstel dat er een onderzoek moet komen. Daar is breed draagvlak voor. Daarna wordt een commissie ingesteld om de onderzoeksvraag verder uit te werken. Dan wordt het onderzoek ook afgebakend. Zaken die al elders zijn uitgezocht of waar een strafrechtelijk onderzoek naar loopt, in dit geval de mondkapjesaffaire, daarvan heeft de commissie gezegd daar gaan wij niet naar kijken. Er zijn dus altijd afbakeningen. Het is wel eigen aan het instrument om te zeggen: we gaan dat als een team doen. Daarin moet je elkaar gaan vinden. Ook dat is weer politiek. Deze commissie heeft ook een protocol opgesteld met zaken als waar houden we ons aan en waar gaan we ons op richten.”
Vragensteller: in hoeverre is de slagkracht van zo’n commissie belangrijk? Wordt er rekening mee gehouden dat het zo lang kan duren?
Kroeze: “Deze commissie zegt echt te willen leren van Corona en wil beter voorbereid zijn op zo’n crisis, in plaats van alleen maar terug kijken.”
Meer over parlementaire enquêtes
- Donderdag 28 mei was Ronald ook te gast om te spreken over parlementaire enquêtes bij De Rode Draad op Radio 1.
- Donderdag 28 mei werd Ronald Kroeze geciteerd in NRC: ‘Parlementaire enquête coronabeleid moeizaam van start door onenigheid en personeelswisselingen’
- Ronald Kroeze – De herontdekking van de parlementaire enquête. Het RSV-schandaal (1983/84) en de transformatie van de democratie (Amsterdam 2025)
- De Parlementaire Podcast #16 De herontdekking van de parlementaire enquête
- Lopend onderzoek CPG: Veertig jaar parlementaire enquêtes. Van de RSV-enquête tot de toeslagenaffaire
- Lopend onderzoek CPG: Promotieonderzoek Wiek van Gemert – De politiek van lessen trekken