AI heeft deze optie niet. Een taalmodel lijkt heel intelligent, maar maakt soms ook hele domme fouten. Een taalmodel stelt het antwoord namelijk op door de statistische mogelijkheid van een volgend teken te berekenen. Het spuugt letterlijk tekens uit, maar echt begrip heeft het systeem niet. Bij vraagstukken waar bijvoorbeeld ruimtelijke logica bij komt kijken, moet het eerst een model opbouwen op basis van gedrag en natuurkundige principes. Een kind van zes kan dat soort vraagstukken intuïtief veel sneller oplossen.
Een relevante vraag in AI-onderzoek is dan ook of een fysiek lichaam een voorwaarde is voor echte intelligentie (#embodiedAI). Dat zet mij aan het denken.
Want als ik kijk naar de meeste AI-toepassingen die we ontwikkelen, zie ik in de fysieke wereld een beweging de andere kant op. AI is veelal alleen toegankelijk via een #beeldscherm. Dat betekent dat we stil gaan zitten, en die fysieke dimensie even opzijzetten. Maken we ons daarmee niet stiekem minder intelligent?