toga's Radboud Universiteit in togakamer

Monitor vrouwelijke hoogleraren: aandeel vrouwelijke hoogleraren aan Radboud Universiteit afgenomen in 2021

Het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de Radboud Universiteit is 29,2 procent, zo blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2022. Die monitor neemt als peildatum 31 december 2021; op dat moment was het aandeel vrouwelijke hoogleraren 1 procentpunt minder dan het jaar ervoor, toen het op 30,2 procent lag.

De Radboud Universiteit streeft naar een hoger percentage: 36 procent vrouwelijke hoogleraren eind 2025. Hoewel dat geen eenvoudige opdracht is gezien het gedaalde percentage, is er ook goed nieuws: het aandeel vrouwelijke universitair hoofddocenten aan de Radboud Universiteit vertoonde een opvallende stijging van 28,7 naar 35,2 procent. Deze groep vormt een belangrijke basis voor toekomstige hoogleraarsbenoemingen.

Nederlandse universiteiten

Het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten eind 2021 was gemiddeld 26,7 procent, een jaar eerder was dat nog 25,7 procent. De gemiddelde groei van het aandeel vrouwelijke hoogleraren is de laagste in de afgelopen vijf jaar. Net als bij de Radboud Universiteit daalde het percentage bij twee andere universiteiten. Tien universiteiten hebben een beperkte groei en bij een universiteit bleef het aandeel vrouwelijke hoogleraren gelijk. 

Andere functiecategorieën

De Radboud Universiteit houdt ook oog op de in-, door- en uitstroom van vrouwelijke wetenschappers in de verschillende wetenschappelijke posities. Het aandeel vrouwelijke universitair hoofddocenten (UHD’s) is toegenomen van 28,7 naar 35,2 procent, terwijl daar het jaar ervoor een daling te zien was. Het aandeel vrouwelijke universitair docenten (46 procent) en promovendi (49,5 procent)  is nagenoeg gelijk gebleven.

36 procent in 2025

In 2020 stelde het college van bestuur het streefcijfer voor het aandeel vrouwelijke hoogleraren bij naar 36 procent, eind 2025 (inclusief het Radboudumc), omdat de het streefcijfer van 30 procent toen behaald werd. Ook nu er sprake is van een daling, blijft het streefcijfer van kracht.

Han van Krieken, rector magnificus: ‘De ambitie die we hadden, hebben we nog steeds. De toename van het aandeel vrouwelijke UHD’s is positief en biedt kansen. Ook het aandeel vrouwelijke wetenschappers op andere functieniveaus ontwikkelt zich gunstig – maar het is duidelijk dat het allemaal niet vanzelf gaat. Een betere genderverdeling vraagt structurele aandacht. Grote inspanningen blijven nodig, als college zijn we daarover voortdurend in gesprek met de faculteiten. Daarnaast gaat diversiteit om meer dan het aandeel mannen en vrouwen. Ook daar moeten we oog voor hebben.’