Een dakkoffer, een olievat en een antenne: het veld bij het kassencomplex verraadt nog niet direct dat hier wetenschap wordt bedreven. Maar de dakkoffer en het olievat zitten vol apparatuur om kosmische straling te meten.
Kosmische straling
Kosmische straling bestaat uit hoogenergetische deeltjes die afkomstig zijn uit de ruimte en die constant op de aarde neerkomen. Dat kunnen verschillende types deeltjes zijn, zoals protonen, atoomkernen, elektronen en andere deeltjes.
Die deeltjes komen uit verschillende bronnen. Een belangrijke bron is de zon, die geladen deeltjes uitzendt als onderdeel van de zonnewind. Daarnaast komt kosmische straling van buiten ons zonnestelsel, bijvoorbeeld van supernova-explosies. "Het is dan niet de explosie zelf, maar de schokgolven van zo'n supernova die de deeltjes versnellen tot een bepaalde energie", legt masterstudent Marie-Nour Hartman uit. "We weten eigenlijk nog niet precies hóe ze versneld worden. Dat is ook een belangrijk deel van het onderzoek."
Wanneer zo'n deeltje de atmosfeer bereikt, botst het bovenin op een luchtdeeltje, bijvoorbeeld een zuurstof- of stikstofatoom. Door de enorme energie worden er bij die botsing nieuwe deeltjes gemaakt, die op hun beurt weer botsen. Het resultaat is een zogenaamde deeltjeslawine.
Van die lawine merken wij op de grond niets. De aarde wordt grotendeels beschermd door haar magnetisch veld, dat veel geladen deeltjes afbuigt, en door de atmosfeer, die de straling absorbeert. "Per seconde vliegen er honderden deeltjes door je heen", zegt Jochem. Medestudent Marie-Nour vult aan: "Stel je voor dat je in de ruimte was, dan zou de kans op DNA-mutaties in je lichaam veel groter zijn. We mogen dus best dankbaar zijn voor onze dampkring."
Dat onderzoek is belangrijk, bijvoorbeeld voor de ruimtevaart: kosmische straling kan invloed hebben op astronauten en op de elektronica in satellieten en vliegtuigen.