Election polling place

“Only when it is dark enough can you see the stars”

Over de campagnespeeches van Amerika’s presidentskandidaten wordt altijd veel geschreven en gepraat. Dat is logisch, want aan zulke speeches wordt veel zorg besteed. De kandidaten stellen hun voorgenomen beleid voor, en minstens zo belangrijk: ze presenteren zichzelf en hun opvattingen over hun tegenstander. Bovendien worden de speeches gehouden in een spannende tijd: misschien is de spreker binnenkort één van de machtigste mensen op aarde. Om vergelijkbare redenen worden ook overwinningsspeeches en inaugurele redevoeringen met spanning gevolgd en vaak haarfijn ontleed. 

Een genre dat minder belangstelling geniet is de concession speech, ofwel de speech waarin de verliezer haar of zijn nederlaag erkent. In de oudheid is dit geen afzonderlijk genre en ook in onze tijd wordt er betrekkelijk weinig over gedacht en geschreven. Dat is jammer, want bij een concession speech kanaliseert de spreker toch de gevoelens en gedachten van bijna de helft van de kiezers. En dat niet alleen, er is ook ruimte voor een blik op de toekomst, en niet zelden vormt de speech de opmaat tot een nieuwe campagne. De concession speech die Kamala Harris op 6 november hield in Howard University, Washington, is hiervan een krachtig voorbeeld – zowel door wat de vice-president wél, als door wat ze níet zegt.

Gedrags- en communicatiewetenschappers hebben de verzamelde concession speeches van presidentskandidaten uit de tweede helft van de twintigste eeuw onder de loep genomen en er een aantal kenmerken uit gedistilleerd. Zij merken op dat de meeste speeches beginnen met een uitgebreid dankwoord aan de achterban, gevolgd door felicitaties voor de winnaar, een ode aan de verkiezingen als ultieme viering van de democratie en een oproep aan de achterban om zich eensgezind achter de winnaar te scharen: na de verdeeldheid die in de campagnes is gezaaid, is het nu tijd om samen, verzoend, verder te gaan.

Ook Harris begint haar speech met een uitgebreid dankwoord. Vervolgens spreekt ze haar trots uit op de manier waarop de race is gelopen, waarbij ze het wel over eenheid heeft, maar in het midden laat of die zich ook uitstrekt tot de Republikeinen:

Look, I am so proud of the race we ran. And the way we ran it. Over the 107 days of this campaign, we have been intentional about building community and building coalitions, bringing people together from every walk of life and background, united by love of country with enthusiasm and joy in our fight for America's future. And we did it with the knowledge that we all have so much more in common than what separates us.

De winnaar van de verkiezingen feliciteert ze niet rechtstreeks. In plaats daarvan meldt ze dat ze hem gelukgewenst heeft en hem ervan heeft verzekerd dat hij de benodigde assistentie krijgt wanneer hij zijn intrek neemt in het Witte Huis, “and that we will engage in a peaceful transfer of power”. Goede verstaanders horen hierin een verwijzing naar de gewelddadige Capitoolbestorming op 6 januari 2021. Harris vervolgt: 

A fundamental principle of American democracy is that when we lose an election, we accept the results. That principle, as much as any other, distinguishes democracy from monarchy or tyranny. And anyone who seeks the public trust must honor it.

Het is moeilijk voor te stellen dat deze stelling geen kritiek op Donald Trump bevat. Hij accepteerde zijn verlies niet; dus heeft hij zich als een monarch of tiran gedragen. Maar de felle bewoordingen van de eerdere campagne – criminal, fascist – hebben plaatsgemaakt voor een beroep op gedeelde waarden. Harris draagt er zorg voor om vastberaden, maar niet belligerent over te komen: haar ethos is nu belangrijker dan pathos, het opwekken van emoties als angst en woede bij haar publiek. Ze valt Donald Trump niet expliciet aan en suggereert tegelijkertijd dat de democraten wél weten hoe het hoort.

Dat wil niet zeggen dat de speech vlak van toon is. Waar eerdere concession speeches vooral beeldspraak hanteren uit de domeinen van sport en ridderlijkheid, vinden we deze niet in de speech van Harris. Deze, kort als ze is, bevat daarentegen twintigmaal een vorm van het woord fight. Dit is het woord dat de voorbije campagne verbindt aan de toekomstige: 

While I concede this election, I do not concede the fight that fueled this campaign – the fight: the fight for freedom, for opportunity, for fairness, and the dignity of all people. A fight for the ideals at the heart of our nation, the ideals that reflect America at our best. That is a fight I will never give up.

Harris zet haar taal effectief in om bekwaam, betrokken en betrouwbaar over te komen. Ook aan de reacties van het publiek is te merken dat Harris hiermee haar ethos goed op orde heeft. Dit stelt haar in staat om richting het einde wat meer op pathos in te zetten en daarmee vertrouwen en actiebereidheid te vergroten. Niet wanhoop, maar moed en vastberadenheid zijn aan de orde – juist wanneer de situatie er somber uitziet:

There's an adage a historian once called a law of history, true of every society across the ages. The adage is, only when it is dark enough can you see the stars. I know many people feel like we are entering a dark time, but for the benefit of us all, I hope that is not the case. But here's the thing, America, if it is, let us fill the sky with the light of a brilliant, brilliant billion of stars. The light, the light of optimism, of faith, of truth and service.

Met deze optimistische metafoor lijkt Harris haar publiek te troosten en te bemoedigen. De concession speech is paradoxaal genoeg waarschijnlijk haar sterkste campagnespeech.

Bekijk en lees de speech terug.

Geschreven door
prof. dr. B.M.C. Breij (Bé)
prof. dr. B.M.C. Breij (Bé)
Bé Breij is hoogleraar Antieke Retorica en directeur van het Radboud Kenniscentrum voor Retorica Peitho. Ze gebruikt haar kennis over antieke retorica ook om taalgebruik in het hedendaagse publieke debat te analyseren.