De formatie is na het afscheid van informateur Sybrand Buma in een nieuwe fase beland. Is een minderheidskabinet ditmaal wel een serieuze optie? In het recente parlementaire verleden kon deze variant op weinig enthousiasme rekenen.
Vorige week maandag leverde informateur Buma zijn eindverslag in, waarover de Tweede Kamer op 10 december in debat ging. Een meerderheidscoalitie is vooralsnog niet voorhanden. In zijn eindverslag adviseert Buma daarom dat de drie partijen D66, VVD en CDA in een volgende formatiefase gaan werken aan een akkoord ‘waarop een stabiel kabinet kan worden geformeerd’. Om die stabiliteit ̶ lees: steun voor beleid in beide Kamers ̶ te bereiken zijn andere partijen nodig, want samen hebben zij slechts 66 zetels. Hoe ze dat probleem oplossen, is geheel aan hen, stelt Buma. Dat kan als minderheidskabinet, waarbij ze per onderwerp wisselende meerderheden zoeken. De Kamer staat niet te juichen, al zien sommige fracties er wel de voordelen van in. Zo vindt Jan Struijs (50Plus; 2 zetels) het minderheidskabinet gunstiger, omdat zijn fractie dan per onderwerp invloed heeft. Andere fractievoorzitters voorzien vertragingen door ‘ruzie en gedoe’, en dat terwijl ‘de wereld in de fik’ staat.
In de kabinetsformatie van 2021 was het minderheidskabinet ook als mogelijkheid ter tafel gekomen. Ook toen bestonden sterk uiteenlopende opvattingen en tegenstrijdige voorkeursposities van de twee partijen die getalsmatig onmisbaar waren in een nieuwe coalitie. De VVD met Mark Rutte aan het roer gaf de voorkeur aan een rechts-conservatief kabinet, terwijl D66-leider Sigrid Kaag een links-progressieve samenwerking prefereerde. Hoewel in de gefotografeerde notitie van verkenner Kajsa Ollongren (D66) stond dat er ‘weinig echt enthousiasme/geringe steun’1 voor een minderheidskabinet was, bleef deze mogelijkheid op tafel liggen.
Een half jaar later, op 7 september 2021, kreeg informateur Johan Remkes de opdracht deze mogelijkheid te onderzoeken. Zijn opdracht luidde: ‘coalitieonderhandelingen te begeleiden waarbij het op dit moment voor de hand ligt deze te richten op het vormen van een minderheidscoalitie uit een nader te bepalen combinatie van VVD, D66 en CDA. Daarbij zal deze minderheidscoalitie een constructieve en vruchtbare samenwerking moeten zoeken met de Staten-Generaal’. Het was voor het eerst sinds de Grondwetwijziging van 1917 dat expliciet onderzoek werd gedaan naar een minderheidskabinet.2 Tijdens de kabinetsformatie van 1973 waren wel minderheidsvarianten de revue gepasseerd – zowel van progressieve als confessionele zijde –, maar het stond niet expliciet vermeld in de opdracht aan de (in)formateur(s).
Informateur Remkes onderzocht met onderhandelaars van VVD, D66 en CDA de mogelijke combinaties voor een minderheidskabinet. Na diverse gesprekken, ook buiten Den Haag op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum, kwam hij op 27 september tot de conclusie dat hiervoor onvoldoende draagvlak bestond: niet realistisch en te instabiel.3 Het wegstrepen van deze optie(s) en de oplopende tijdsdruk leidden tot wat beweging in het proces, het zou uiteindelijk leiden tot een voortzetting van de samenwerking tussen VVD, D66, CDA en CU. Aan die ‘stabiliteit’ kwam in juli 2024 een einde, amper twee jaar nadat het kabinet-Rutte IV zich op het bordes van Paleis Noordeinde had gepresenteerd.
Het versnipperde politieke landschap en de onderlinge blokkades nopen tot het opnieuw in overweging nemen van een minderheidskabinet. Onder meer de Raad voor het Openbaar Bestuur4 en de Staatscommissie-Remkes5 braken er al eens een lans voor. Ook de politieke praktijk lijkt zich die kant op te bewegen, want vanaf 2010 wordt vrijwel voortdurend geregeerd door kabinetten zonder meerderheid in de Eerste Kamer.
Vast staat dat voor een succesvolle samenwerking van een minderheidscoalitie met verschillende partners heldere afspraken onontbeerlijk zijn. Met bij voorkeur permanente gedoogpartner(s) worden langetermijnakkoorden gesloten, in ruil voor voldoende zekerheid wat betreft het vertrouwensvotum (niet zomaar het kabinet wegsturen) en het budget (zonder steun is geen begroting mogelijk). Tegelijk moet worden voorkomen dat het minderheidskabinet te zeer afhankelijk is van één partij en ‘in gijzeling’ kan worden genomen. Ondanks de weerzin lijkt de geest langzaam te rijpen voor een minderheidskabinet.
___
1 ‘Notities Ollongren zichtbaar, ‘positie Omtzigt, Functie elders,’’ NOS, 25 maart 2021. https://nos.nl/artikel/2374063-notities-ollongren-zichtbaar-positie-omtzigt-functie-elders.html
2 Overgangs- en interimkabinetten na kabinetscrises niet meegerekend. Ook het minderheidskabinet met gedoogsteun dat in 2010 tot stand kwam blijft hier buiten beschouwing.
3 Kamerstukken II 2021/22, 35788, nr. 58, 30 september 2021.
4 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2016/06/30/politieke-versnippering