Painted plate with depictions of the Cape Colony and Dutch-flagged ships

Op zoek in het archief

Geschiedenis wordt voor mij vooral interessant wanneer ik individuele mensen en hun levenservaringen kan doorgronden. Mijn interesse gaat dan ook altijd uit naar microhistorische vraagstukken en de zoektocht naar mensen die in het grotere historische geheel vaak naamloos blijven. Aangezien ik zowel als historicus als archeoloog ben opgeleid, is een van mijn favoriete bezigheden het speuren naar bronnen die mensen hebben achtergelaten, hetzij in archieven, hetzij in het veld.

Mijn academische loopbaan heeft me van mijn studie geschiedenis en archeologie in Berlijn, Uppsala en Londen naar een doctoraat in de geschiedenis geleid aan het Bonn Center for Dependency and Slavery Studies van de Universiteit van Bonn. Mijn werk als historica wordt gekenmerkt door uitgebreid archiefonderzoek en het samenvoegen van verschillende soorten bronnen om inzicht te krijgen in hoe mensen, met name vrouwen, hun dagelijks leven vormgaven. In mijn promotieonderzoek volgde ik deze interesses en richtte ik me op een onderwerp – of liever gezegd: een persoon: de gouvernante Antonia Forster (1758–1823). Hoewel ze deel uitmaakte van een bekende intellectuele familie uit de 18e eeuw, is Antonia Forster zelf tot nu toe grotendeels over het hoofd gezien in historisch onderzoek. Een van de doelstellingen van mijn proefschrift was dan ook om haar biografie zo uitgebreid mogelijk te schrijven, om haar als persoon in beeld te brengen. Hiervoor heb ik meer dan twintig archieven in verschillende steden, landen en continenten bezocht. Met behulp van een mondiale biografische benadering onderzocht ik in mijn werk de uiteenlopende redenen die de beslissingen van Antonia Forster beïnvloedden en de loop van haar leven bepaalden.

Via het onderzoeksteam waarvan ik tijdens mijn promotieonderzoek deel uitmaakte, heb ik Eva Lehner leren kennen. Niet alleen heb ik veel gehad aan haar inbreng en begeleiding bij het werken met kerkregisters, maar ik ontdekte ook dat we vergelijkbare theoretische en methodologische interesses delen. Tijdens mijn promotieonderzoek waren onze gesprekken over onze ervaringen en de uitdagingen waarmee we te maken kregen bij het werken met Nederlandse koloniale bronnen in archieven in Kaapstad (Eva) en Paramaribo, Suriname (ik), een grote steun. We verdiepten ons in vragen over hoe we verschillende bronnen met elkaar konden verbinden, hoe we over gemarginaliseerde groepen en mensen konden schrijven – of dat nu in koloniale of vroegmoderne Europese contexten was – en hoe kwalitatief en kwantitatief onderzoek met een intersectionele benadering ons begrip van categorieën en de handelingsruimte van gemarginaliseerde groepen zou kunnen uitdagen. Ik was dan ook meer dan geïnteresseerd toen Eva me vertelde over de ideeën die zij, Dries Lyna en Wouter Ryckbosch aan het ontwikkelen waren voor een gezamenlijk onderzoeksproject, en ik was enthousiast toen de financiering werd toegekend door de Gerda Henkel Stichting.

In mijn project „In God we Trust? Support Networks of Unmarried Women in Colonial Cape Town“ richt ik me op het leven van ongetrouwde vrouwen in het vroege koloniale Kaapstad, waarbij ik inga op hun complexe sociale realiteit binnen een samenleving die sterk werd beïnvloed door de Nederlands-Hervormde Kerk. Ongetrouwde vrouwen, of ze nu vrij, vrijgelaten of tot slaaf gemaakt waren, bevonden zich in het 18e-eeuwse koloniale Kaapstad in een kwetsbare sociale positie vanwege het ontbreken van een mannelijke voogd. Seksuele relaties vóór of buiten het huwelijk vormden vooral een bedreiging voor de eer van vrouwen. Vrouwen in slavernij werden nog verder buitengesloten, omdat het hun verboden was te trouwen.

Vanaf 1781 moesten ouders van buiten het huwelijk geboren kinderen persoonlijk verschijnen voor de voltallige kerkenraad in Kaapstad om toestemming voor de doop aan te vragen. Door hun verzoekschriften te analyseren, in combinatie met doopregisters en ledenlijsten, brengt het project de sociale netwerken van deze vrouwen aan het licht. Vanuit een intersectionele benadering laat het project zien hoe verschillende kruispunten van gender, religieuze overtuiging en burgerlijke en juridische status de sociale positie van een vrouw in de Kaapkolonie bepaalden. Door de levens en ervaringen van vrouwen en kinderen centraal te stellen, belicht het project de ondersteuningsnetwerken die zij opbouwden, de strategieën die zij gebruikten om zich binnen verschillende gemeenschappen te positioneren, en hoe zij omgingen met de sociale dynamiek en machtsstructuren van de koloniale context.

Tijdens mijn deelname aan het ‘Economies of Trust’-project kijk ik vooral uit naar een reis naar Zuid-Afrika en een bezoek aan het kerkarchief in het tweede jaar, en naar mijn bijdrage aan de productie van drie korte documentatiefilmpjes. Met een masterdiploma in publieke archeologie en een grote interesse in het overbrengen van onderzoek aan het brede publiek, vind ik het geweldig om eraan te werken ons onderzoek toegankelijk te maken voor het geïnteresseerde publiek.

Painted plate with depictions of the Cape Colony and Dutch-flagged ships

Informatie over de afbeelding

  • Titel: Bord met Hollandse schepen voor anker in de Tafelbaai
  • Kunstenaar: anoniem
  • Datering: ca. 1740 - ca. 1760
  • Locatie: China
  • Beschrijving: Bord van porselein, beschilderd op het glazuur in blauw, rood, groen, zwart en goud. Op het plat een voorstelling van verschillende Hollandse schepen voor anker in de Zuid-Afrikaanse Tafelbaai, bij de Hollandse vestiging; de rand met twee decoratieve banden. Europese voorstelling in emailkleuren.
Julia Schmidt MA (Universität Bonn)

Geschreven door

Julia Schmidt MA (Universität Bonn)

Julia Schmidt is historica en archeologe gespecialiseerd in de vroegmoderne periode, met een bijzondere interesse in gender en microgeschiedenis. Haar werk wordt gedreven door de vraag hoe men mensen kan opsporen en beschrijven die in historisch onderzoek vaak naamloos blijven. In haar huidige onderzoek richt ze zich op het leven van ongetrouwde vrouwen (slavinnen, vrijgelatenen en vrije vrouwen) in het Kaap van de 18e eeuw, waarbij ze onderzoekt hoe zij omgingen met hun complexe sociale realiteit en welke ondersteuningsnetwerken zij opbouwden.