Open brieven van wetenschappers zijn helemaal in. In mijn bubbel zie ik ze vooral over (wel of geen) AI en (iets gerelateerd aan meningsverschillen over) Palestina. We worden uitgenodigd, soms zelfs verleid, om onze handtekening te zetten. Hoewel ik begrijp dat deze brieven voortkomen uit betrokkenheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, heb ik vaak moeite met de vorm. Ze neigen al snel tot polariseren en moraliseren: onze mening is goed, alle andere meningen zijn fout. Open brieven zouden een uitnodiging tot gesprek kunnen zijn, maar in de gekozen vorm zetten ze vooral vast.
Zelfs met een uitgesproken mening blijkt de populariteit van een open brief best goed te sturen. Voorzichtigere formuleringen leveren een langere lijst ondertekenaars op. “Against the uncritical adoption of AI”: wie kan daar nu tegen zijn? Dat de schrijvers niet echt “In favor of the critical adoption of AI” zijn, valt pas op als je de brief goed leest. Krachtige, stellige taal (“Free Palestine. Fuck Israel”) trekt minder handtekeningen, maar wel een gesprek met het voltallige College van Bestuur en College van Decanen. Het aantal ondertekenaars zegt vrij weinig over de inhoudelijke kwaliteit van een standpunt, meer over sociale dynamiek.
Stiekem vind ik het wel vermakelijk om te volgen wie zo’n brief ondertekenen. Vaak zijn het dezelfde mensen; pas als iemand ontbreekt valt dat op. Hebben ze de mail gemist? Of waren ze het er deze keer echt niet mee eens? Dat die laatstgenoemde brief niet door een FNWI-collega was ondertekend, zorgde in het faculteitsbestuur in ieder geval voor een lichte zucht van verlichting. Soms ga ik met collega-ondertekenaars in gesprek. Met de initiatiefnemers zelf is dat lastiger: zo’n brief is toch vooral bedoeld om te zenden, niet om een gesprek met mij te starten. Maar met collega’s wat verder onderaan de lijst ontstaan vaak interessante, veel genuanceerdere gesprekken.
Kortom, met een beetje flexibiliteit kan ik het nut en zelfs de humor van open brieven nog wel inzien. Maar ik haak af wanneer open brieven wetenschappelijke artikelen gaan opvoeren als schijnbaar objectieve onderbouwing. Ja, helemaal prima als een klimaatbrief verwijst naar sterke, breed gedragen IPCC-rapporten: daar zijn ze voor. Wie echter selectief shopt in gekleurde of discutabele artikelen uit de eigen bubbel, ondermijnt niet alleen het eigen argument, maar ook het idee dat wetenschap een methode is. Betere reclame voor de populaire trend dat “wetenschap ook maar een mening is” is nauwelijks te maken. Wil je daar als bètawetenschapper je handtekening onder zetten?
Misschien is het tijd voor een open brief over open brieven: eentje die niet polariseert of cherrypickt, maar vriendelijk uitnodigt tot dialoog. Die onderteken ik met plezier!