Foto José Sanders
Foto José Sanders

Over luisteren - Column José Sanders

In de voorbije maand hebben we, als college van bestuur van de Radboud Universiteit, veel oproepen gekregen om ons duidelijker uit te spreken over, of vóór, of juist tegen de eisen van actievoerende studenten en de medewerkers die hen ondersteunen.

Afgelopen vrijdag kwamen actievoerders zelf verhaal halen in het Berchmanianum; ze scandeerden in de wachtruimte minutenlang op luide toon leuzen, drongen vervolgens de kamer van de voorzitter binnen, verstoorden diens gesprek met de vicevoorzitter en namen bezit van zijn kamer tot ze, na het raadplegen van de boekenkast, het eten uit een doos chocola die op tafel stond en andere activiteiten ruim twee uur later vertrokken.

In het weekend heb ik naar aanleiding van dit gebeuren veel nagedacht over de handelingen die we met taal en communicatie uitvoeren in onze verschillende rollen. Actievoerders eisen dat de universiteit de genocide veroordeelt, samenwerkingen met Israëlische universiteiten benoemt en banden verbreekt. Het college van bestuur spreekt zijn afschuw uit over het geweld op 7 oktober in Zuid-Israël en het als maar verergerende geweld in de Palestijnse gebieden, laat weten welke internationale samenwerkingsverbanden de Radboud Universiteit heeft, gaat contact opnemen met Israëlische universiteiten waarmee op instellingsniveau samenwerkingsverbanden zijn, fixeert deze verbanden in de huidige toestand en kondigt een Adviescommissie Samenwerkingsverbanden aan. Dit bij elkaar genomen is het college van bestuur volgens nogal wat mensen niet genoeg het gesprek aangegaan, of naar andere opinies juist teveel. Allemaal talige en communicatieve handelingen naar aanleiding van een verschrikkelijk conflict waarin daden van geweld en mensenrechtenschendingen de boventoon voeren.

Ik realiseerde me dat de handelingen in mijn werk aan de universiteit gaandeweg zijn veranderd met de opeenvolgende functies, van informeren en debatteren (onderwijs geven) via veronderstellen en concluderen (onderzoek doen) naar uitnodigen en luisteren (besturen). Als departementsvoorzitter, decaan en uiteindelijk rector verlopen gesprekken steeds luisterender aan mijn kant. Zo’n gesprek eindigt vaak met mijn uitspraak: ik heb goed gehoord wat je hebt gezegd, dank dat je dit hebt gedeeld. Emoties kunnen daarbij uitgewisseld worden; vaak ben ik blij, soms gefrustreerd en soms bedroefd met degenen die komen praten. Het delen van dergelijke ervaringen maakt, in elk geval wat mij betreft, deze gesprekken hoe dan ook waardevol. Direct uitspraken doen is vaak niet mogelijk, omdat de informatie niet compleet is door het ontbreken van die uit andere posities; of omdat het betreffende onderwerp meer expertise vraagt; of omdat een uitspraak doordacht moet worden op bestuurlijke implicaties. Beslissingen en uitspraken vinden plaats aan andere tafels omdat ze eerst beleid moeten worden of in overeenstemming moeten zijn met beleid.

Een universele handeling in alle universitaire functies en rollen is uiteraard het vragen. In onderwijs is kennisoverdracht zinloos zonder studenten naar hun inbreng te vragen. In onderzoek is elke theorie van ieder ander te bevragen. En in bestuurlijke gesprekken kan luisteren niet zonder doorvragen. Een vragende houding lijkt me de essentie van elke taak en rol in de universiteit. Gesprekken die worden gestart en geëindigd met eisen zijn daardoor heel ingewikkeld. Luisteren is mogelijk, maar ervaringen wisselen is moeilijk als dit een opmaat is naar het herhalen van eisen. Als die niet worden ingewilligd leidt dit naar wantrouwen: ervaringen zijn niet echt gedeeld, emoties zijn niet waarachtig. Zo begrijp ik de veelgehoorde uitspraak “het college van bestuur luistert niet”. 

Aangezien ik luisteren als bestuurlijke kerntaak ervaar, raakt dit me. Soms wordt gezegd: het is niet persoonlijk. Maar degene die beschuldigd wordt, wiens naam wordt geroepen en wiens kamer wordt binnengedrongen, die wordt toch echt persoonlijk aangesproken. Welke taalhandelingen zijn er dan nog over? Heel luide taalhandelingen roepen vooral stilte op.

Het college van bestuur luistert breed. Het interacteert aan verschillende tafels, en maakt beleid. Actievoerende studenten en medewerkers hebben veel bereikt: de universiteit verandert, met horten en stoten zoals dat gaat in grote kennisorganisaties met evenveel visies als mensen en evenveel regels als wensen.

Ik hoop, en vertrouw erop, dat uiteindelijk het open gesprek weer mogelijk is waarin allen, met luide èn zachte stemmen, vanuit diverse posities, met waardigheid hun talige en communicatieve rol kunnen nemen en houden: op een manier die past bij onze universitaire waarden, want die waarden gaan lang terug, en moeten lang mee. Respect voor zowel de zienswijze als de persoon van de ander is een kernwaarde. Begrip voor rollen een andere. Streven naar een betere wereld door relevante, interdisciplinaire kennis bij te dragen een derde. Afschuw om wat er gebeurt en hoop op verbetering hoeft ons niet te verdelen maar kan ons verbinden. Daarbij is luisteren naar de meerstemmigheid in onze gemeenschap hard nodig.