Zeg je Hyves, zeg je dansende banaan. En zie je de combinatie “:p” staan, dan denk je meteen aan die vrolijke smiley op MSN Messenger. Zo’n twintig jaar geleden kwamen mensen op dit soort platformen voor het eerst in aanraking met emoticons. Inmiddels zijn emoji niet meer weg te denken uit onze digitale communicatie. ‘Van jong tot oud, bijna iedereen vindt het leuk om emoji te gebruiken’, durft taal- en communicatiewetenschapper Lieke Verheijen wel te stellen.
Samen met student Tamara Mauro onderzocht Verheijen of er verschil zit in de manier waarop kinderen en volwassenen emoji gebruiken. ‘Welke soort emoji gebruiken ze, hoeveel gebruiken ze er, met welke functie en op welke plek in een bericht?’, somt Verheijen op. Dit onderzochten de taalwetenschappers met een experiment op het Kletskoppen Kindertaalfestival. Op een groot bord kregen de deelnemers berichtjes te zien als “RIP, Kat Poekie van oma is overleden” of “Yesss. Morgen naar de Efteling voor mn verjaardag!!”. Hieraan moesten jonge kinderen en hun ouders tegelijkertijd emoji(magneetjes) toevoegen, zonder dat ze bij elkaar konden afkijken.
‘Het viel op dat beide groepen vergelijkbare intuïties hebben als ze emoji gebruiken’, vertelt Verheijen. ‘Zowel volwassenen als kinderen kozen vaker gezichtjes dan voorwerpen en ze plaatsten emoji veelal aan het eind van het bericht. Daarbij gebruikten ze vooral emoji om positieve emoties uit te drukken.’
Huilen van het lachen
Naast het vergelijken van volwassenen en kinderen, onderzochten Verheijen en Mauro welke invloed demografische factoren op het emojigebruik van kinderen hebben. Verheijen: ‘We keken naar hun leeftijd, gender, of ze al een eigen telefoon hebben en of ze actief zijn op sociale media.’ Deze factoren beïnvloeden inderdaad hoe kinderen emoji gebruiken.
‘We zagen dat oudere kinderen, meisjes, kinderen met een eigen smartphone en kinderen die op sociale media zitten verfijnder gebruikmaakten van emoji. Bijvoorbeeld door emoji in het midden van berichten te gebruiken op de plaats van punten en komma’s’, legt Verheijen uit. ‘Bovendien maakten ze minder onlogische emojikeuzes’, vult Mauro aan. ‘Bij de zin over de overleden kat plaatste iemand een smiley die huilt van het lachen. Dat noemen we onconventioneel emojigebruik en dit zagen we bijvoorbeeld oudere kinderen nauwelijks doen.’
Hoewel deze studie voorlopige inzichten geeft in emojigebruik, benadrukken de taalwetenschappers dat extra onderzoek nodig is om echt stellige uitspraken te kunnen doen. ‘Tijdens deze experimentele studie hadden we maar vijftig verschillende emoji, terwijl er inmiddels duizenden bestaan, en konden ze elke emoji maar één keer gebruiken. Je wil deze resultaten vergelijken met onderzoek in een niet-experimentele setting, liefst met heel veel appjes van kinderen en volwassenen.’ Zo suggereert ander onderzoek van Verheijen dat kinderen meer de neiging hebben om emoji te herhalen (denk aan vijf dezelfde smileys op een rij).
Digital natives en digital immigrants
Emoji wel of niet verfijnd gebruiken, komt voort uit wat Verheijen en Mauro emoji literacy noemen; het vermogen om emoji op de juiste manier te begrijpen én gebruiken in geschreven digitale communicatie. ‘Emoji kunnen nieuwe, figuurlijke betekenissen krijgen en het kan moeilijk zijn om bij te blijven met al deze connotaties’, legt Mauro uit. ‘Zo zullen sommige mensen gek opkijken van een doodshoofd-emoji na een grap, terwijl anderen direct begrijpen dat iemand “doodgaat” van het lachen. Hetzelfde geldt voor de emoji van een pet wanneer je denkt dat iemand liegt.’ De taalwetenschappers wijzen op het verschil tussen digital natives die zijn opgegroeid met digitale communicatie en dus ook met emoji, en digital immigrants die pas op latere leeftijd in aanraking zijn gekomen met digitale communicatie.
‘Als je emoji gebruikt moet je rekening houden met je communicatiepartner of doelgroep, omdat het begrip van emoji uiteenloopt’, legt Mauro uit. ‘Als individu, maar zeker ook als organisatie’, benadrukt Verheijen. Mauro: ‘Een verkeerd gebruikte emoji is vergelijkbaar met een spelfout, daar kunnen mensen op afhaken.’
Ondanks die waarschuwing zien Verheijen en Mauro allerlei professionele gebieden waar emoji van pas komen. Denk aan marketing of webcare, oftewel online klantcontact. Of aan gezondheidscommunicatie waar kinderen via emoji kunnen aangeven hoe ze zich voelen. ‘Zolang mensen goed begrijpen wat emoji kunnen betekenen en hoe je ze kunt gebruiken, zijn ze een leuk én handig onderdeel van digitale communicatie.'
Lezing: de toekomst van taal
Op maandag 10 februari is Lieke Verheijen een van de sprekers tijdens een lezing over de toekomst van taal. Benieuwd naar de lezing?
Foto: Lidya Nada via Unsplash