Enkele weken geleden behandelden we Tiberius Gracchus, een Romeinse politicus die na een demoniseringscampagne vermoord werd. Hij werd afgeschilderd als gevaar voor de rechtsstaat en aspirant-autocraat. Wellicht klonk het voor de lezer al verdacht actueel: in vele opzichten was Tiberius inderdaad een voorloper van de Nederlandse politicus Pim Fortuyn.
Wat kunnen we leren van het tragische lot van beide politici? En wat voor impact heeft demonisering in het algemeen op een rechtsstaat? Die vragen zullen centraal staan in deze blog. Alvorens we Tiberius en Fortuyn vergelijken, zullen we eerst kort bespreken wie Pim Fortuyn was en hoe hij gedemoniseerd werd.
Pim Fortuyn: een korte introductie
Pim Fortuyn kwam eind jaren ’90 in contact met de politieke partij Leefbaar Nederland. Als columnist had hij zich toen al jaren beziggehouden met, en geopinieerd over de Nederlandse politiek, dus het voelt als een logische stap om de arena, na zovele bezoeken als toeschouwer, ook daadwerkelijk te betreden. Leefbaar Nederland wilde meer democratisering en een kritischer asielbeleid. Pim Fortuyn sloot zich bij hen aan en wilde het land “teruggeven aan de mensen in het land”, zo stelde hij. Hoe democratisch hij daadwerkelijk was, en of hij alle “mensen in het land” bedoelde, valt echter zeer te betwisten.
Fortuyn had voornamelijk kritiek op de twee kabinetten-Kok, ook wel Paars-I en Paars-II genoemd. Hij bundelde zijn overwegingen samen in De puinhopen van acht jaar Paars: de gezondheidszorg, het onderwijs, de veiligheid en het asielbeleid werden stuk voor stuk fel door hem bekritiseerd. Hij stelde dat Nederland een elitedemocratie was, geregeerd vanuit achterkamertjes. Tegen deze vermeende elite wilde hij zich verzetten, al was hij zelf een van de meest elitaire figuren van zijn tijd. Hier zien we Tiberius ook: een lid van de elite die zich tegen diezelfde elite verzet.
Pim Fortuyn in de politiek
Een belangrijk onderdeel van Fortuyns politieke idealen vormden islamkritiek en een streng migratiebeleid. De islam en de islamitische cultuur vond Fortuyn verwerpelijk, zelfs achterlijk, en hij pleitte voor een ‘open en helder debat, waarin de modernen en de islamieten van velerlei snit in ons land elkaar de nieren proeven’ (Fortuyn 2002).
Binnen Leefbaar Nederland wekte Pim Fortuyn veel enthousiasme, maar ook weerstand. Manuel Kneepkens (LN-leider in Rotterdam) vergeleek hem publiekelijk met Mussolini en landelijk voorzitter Jan Nagel had een moeizame verhouding met Fortuyn. Toch stemde 89% van de leden voor Pim Fortuyn als lijsttrekker van Leefbaar. Daarnaast werd hij voor Leefbaar Rotterdam lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Op 5 februari werd Fortuyn geïnterviewd door de Volkskrant. In dit interview sprak hij wederom over de islam als een achterlijke cultuur en formuleert hij de wens om geen enkele moslim meer op te nemen, al geeft hij toe dat dit rechtstatelijk onmogelijk is. Ook zou Artikel 1 afgeschaft moeten worden, ten behoeve van een open debatcultuur.
De kritiek is groot als op 9 februari de Volkskrant gepubliceerd wordt. VVD-leider Hans Dijkstal benadrukt dat Artikel 1 een waarborg is tegen herhaling van de nazitijd. Thom de Graaf (D66) citeert een passage uit Anne Franks dagboek en Ad Melkert (PvdA) roept Nederland op wakker te worden. Bij Leefbaar Nederland mag Fortuyn vertrekken, na een heftig overleg met het bestuur. Hij blijft echter actief in de politieke arena: de Lijst Pim Fortuyn wordt opgericht. Fortuyn maakt een doorstart en groeit steeds verder in de peilingen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart behaalt Leefbaar Rotterdam onder zijn leiding 17 van de 45 raadszetels, een ongekende prestatie. Uitgelaten neemt hij ’s avonds plaats aan de talkshowtafel: eindelijk kan hij zich meten met de zittende macht, met Paars.
Pim Fortuyn vermoord
Op 6 mei 2002 wordt Pim Fortuyn door Volkert van der G. doodgeschoten. Naar eigen zeggen wilde Van der G. leed voor moslims en illegalen voorkomen. Wat volgde? Straatprotesten, politieke chaos en een campagnestop. De Lijst Pim Fortuyn ging zonder Fortuyn verder en behaalde 26 zetels, de PvdA werd gehalveerd van 45 naar 23 zetels. Er ontstond ook een fel maatschappelijk debat over de toedracht van Fortuyns dood. Publieke uitspraken van Fortuyns tegenstanders werden tegen het licht gehouden. Zo was Fortuyn (direct of indirect) met Mussolini of Hitler vergeleken, twee van ’s werelds vreselijkste dictators. Het onderscheid tussen vergelijking en gelijkstelling was daarbij vaag: was Fortuyn echt een aankomende Hitler of deed hij slechts aan hem denken?
Pim Fortuyn en Tiberius Gracchus: dodelijk gedemoniseerd
De oplettende lezer heeft gemerkt dat het leven van Pim Fortuyn in veel opzichten vergelijkbaar is met dat van Tiberius Gracchus. Beide pleitten voor meer burgerparticipatie, verzetten zich tegen de gevestigde orde en werden daarom vermoord. Ook was Fortuyn even onorthodox en tegendraads als Tiberius, met een net zo grote dosis politieke durf.
Het meest valt op hoe beide politici op nagenoeg identieke wijze eindigden. Tiberius werd vergeleken met de gruwelijke Romeinse Koningen, Fortuyn met Hitler. Tiberius werd verafschuwd door de gevestigde orde, Fortuyn evenzeer. Tiberius werd vermoord nadat Senatoren een meute hadden opgeruid, Fortuyn werd doodgeschoten nadat Van der G. ervan overtuigd was geraakt dat dat nodig was.
Demonisering is van alle tijden en kent vaak een voorgeschiedenis. Tiberius en Fortuyn zochten de controverse op, ieder op zijn eigen manier. Tiberius banjerde met kaplaarzen door eeuwenoude politieke gebruiken, Fortuyn provoceerde, beledigde en zocht de grenzen op van het debat (die hij voor menigeen overschreed). De grenzen van het debat worden verschillend geplaatst, wat leidt tot botsingen, controverse en demonisering. Kent het debat inhoudelijke grenzen? Of is het beter alles uit te spreken? Misschien ligt het zo: een debat mag geen verliezers kennen. Dat houdt in: feiten staan centraal, meningen worden gerespecteerd, en de mens in de ander wordt altijd gezocht.