Gerard Leckiepad
Gerard Leckiepad

Radboud geeft haar gebouwen graag een naam (maar welke?)

Namen doen ertoe, weet iedereen die voor de keuze staat een naam voor een baby te kiezen. Zo ook op de Radboud Universiteit, waar het wemelt van de namen van gebouwen, paden en pleinen, en die je, anders dan meestal bij baby’s, opnieuw tegen het licht kunt houden. Deugen de namen nog? En waarom is de universiteit zo verzot op grote namen van veraf (en niet op de eigen geleerden).

Op de eerste dag van oktober - Diversity Day – is de aftrap gegeven van een nieuwe bezinningstour over de campusnaamgeving, waarbij in diverse rondleidingen de namen van gebouwen en straten in ogenschouw werden genomen. En om het denken aan te scherpen, worden suggesties gevraagd voor een nieuwe benaming van het Erasmusplein. Wie mee wil denken, is welkom bij een van de ‘dialoogsessies’ van Radboud Reflects over de naamgeving.

Bij de rondleiding wijst hoogleraar Johan Oosterman op een opvallend Nijmeegs trekje in de naamkeuze: waar andere universiteiten een voorkeur hebben voor zaaknamen – zie ‘Flux’ en ‘Helix’ van de TU Eindhoven - of een mix van zaken en personen, kiest Nijmegen voor bijna alle belangrijke straten en gebouwen voor persoonsnamen. Met het risico dat een naam in diskrediet raakt, zoals de naamgever van de Beelzaal in Huize Heyendael. 

Besmet blazoen

Beel was alumnus van de rechtenfaculteit en premier, reden voor de vernoeming. Als minister-president en even later als Hoge Commissaris van Nederlands Indië droeg hij verantwoordelijkheid voor de ‘’politionele acties’ die gepaard ging met excessief geweld. De Beelzaal in Huize Heyendael is onlangs herdoopt tot De salon, de oorspronkelijke naam van de zaal. ‘Ook aan Linnaeus zou een smet kleven’, luidde het bij de wandeling. De achttiende-eeuwse naamgever van het bètagebouw zou zich bij zijn biologische taxonomie schuldig hebben gemaakt aan racisme.  

De personifiëring van gebouwen is in Nijmegen een relatief moderne trend, en nog steeds niet alom aanwezig – zie het Collegezalencomplex, de Aula of de Researchtoren van het Radboudumc. Maar elk nieuw faculteitsgebouw krijgt een naam, wat bij de rondwandeling druk wordt bediscussieerd. Waarom leunen we vooral op geleerden van ver weg, luidt het. Waarom geen ‘eigen’ geleerden hernoemd (zoals de oprichters-hoogleraren Schrijnen of Post), en wél eer voor Comenius, Grotius, Erasmus, Spinoza of Maria Montessori?

Bord Maria Montessorigebouw

Minderwaardigheidscomplex

Universiteitshistoricus Jan Brabers, tevens deelnemer aan de rondleiding, kan zich wel iets bij de kritiek voorstellen. Behalve de ‘Reinier Postlaan’ is in de openbare campusruimte weinig Nijmeegse glorie voorhanden – overigens wel in menig zaal in de Aula, Huize Heyendaal en elders. ‘Met de namen van grote geleerden wil de universiteit laten zien waar ze bij wil horen: bij de grote wetenschap. Maar ik vind het wel jammer dat we de namen niet uit de eigen geschiedenis halen. Het leunen op grote namen (“Kijk toch eens met wie we verbonden zijn”) heeft wellicht ook te maken met een in het verleden spelend minderwaardigheidscomplex. Er is wat mij betreft goede reden om gebouwen te vernoemen naar mensen als Schrijnen of Post.’

Thea Ivenspad en Gerard Leckiepad

Christine Mohrmann Plein

Moet de naamgeving inclusiever, met meer variëteit in kleur en gender? Brabers wijst erop dat bij de naamgeving vorig jaar van tien campuspaden hier volop aandacht voor is geweest: zie de nieuwe naar studenten genoemde paden, zie bijvoorbeeld ook de Surinaamse Gerard Leckie die nu ook voortleeft in een campuslaan. Leckie is alumnus psychologie en een van de slachtoffers van de Decembermoorden in 1982. Brabers stelt vast dat de wil tot variëteit regelmatig botst met stringente eisen: de vernoemde moet behalve van onweersproken gedrag ook minstens tien jaar dood zijn.   

Komt er een opvolger als naamgever van het Erasmusplein? Dat mag wel, luidt het oordeel: de geleerde is al vereerd met een gebouw, een straat en een standbeeld. Op tafel komen een paar nieuwe namen: Karl Marx en – inclusiever – Christine Mohrmann, de eerste vrouwelijke hoogleraar van de universiteit (in 1953). Zoals dat met namen kan gaan, stuit de naam van Mohrmann op aarzelingen. ‘We moeten ons dan wel realiseren dat zij een wel erg ouderwetse geloofsovertuiging vertegenwoordigt’, aldus Brabers. ‘Ze had bovendien geen gemakkelijk karakter en verliet de universiteit met de nodige brouille.’ Maar ja, luidt het in het gezelschap: weten we van alle mannelijke naamgevers of ze van onbesmet blazoen zijn? Mohrmann is en blijft onze eerste vrouwelijke hoogleraar. Reden genoeg voor een plein naar haar naam.’ En daar kan ook Brabers mee instemmen.

Meedenken over de naamgeving op de campus? Schrijf je dan in voor een van dialoogsessies van Radboud Reflects. Woensdag 30 oktober, 14.30 – 16.30 (voertaal Engels) of dinsdag 5 november, 15.30-17.30 (Nederlands), beide in  Huize Heyendael. Meer informatie en inschrijven via deze link.

Contactinformatie

Thema
Diversiteit, Radboud toen en nu