Een vakvernieuwingscommissie klassieke talen herziet de examenprogramma’s Griekse Taal en Cultuur en Latijnse Taal en Cultuur voor de bovenbouw van het gymnasium. Er ligt nu een voorstel om de ongeziene vertaling te schrappen in het centraal eindexamen; scholen zouden zelf mogen kiezen of ze nog een ongeziene vertaling in het schoolexamen toetsen. Die vertaling lijkt de eeuwige worsteling met ons vak. In navolging van de titel van ons schoolplan ‘Terug naar de Kern’, zou ik willen adviseren: ‘Blijf bij de Kern’. Behoud de ongeziene vertaling in het centraal eindexamen en het schoolexamen.
Voor mij hoort het vertalen bij de kern van mijn vak. Het vertalen is een krachtig middel om aan elkaar duidelijk te maken hoe het er staat. In de les een Griekse of Latijnse tekst behandelen betekent: kijken wat er staat en hoe het er staat. In de praktijk komt het vaak neer op eerst precies vertalen en dan bespreken wat er bedoeld wordt. Het eerste deel gaat over grammatica en woordbetekenissen. Bij het tweede deel kan er van alles gebeuren.
In V6 hebben we pas de fameuze bolletjesmensen bij Plato behandeld. Dat geeft natuurlijk gesprekken over homoseksualiteit. De algemene informatie in het boek over homoseksuele relaties in Athene rijmt niet met alles wat Aristophanes zegt. Juist het precies vertalen levert vragen op omdat het lezen vertraagd wordt en je je zo bij elke zin afvraagt wat de schrijver bedoelt.
En nou lijkt het misschien alsof het vertalen slechts een bruggetje is om tot intercultureel bewustzijn te komen, maar vertalen is meer. Vertalen is soms een hele puzzel waarvan de hersenen kraken. Leerlingen moeten analyseren, leren doorzetten en worden zich bewust van hun eigen taal. Natuurlijk heeft vertalen zijn beperkingen. Als ik wil weten of een leerling de waarde van een imperfectumvorm begrijpt, is een vertaling niet altijd afdoende. Dat kan ik prima testen met vragen over reeds behandelde teksten.
Er zijn mensen die twijfelen aan de waarde van ‘gemiep’ over taal op de vierkante centimeter, maar om me heen hoor ik de laatste tijd zoveel klachten over taalvaardigheid van eerstejaars studenten, dat ik graag een lans breek voor pietepeuterigheid. Laten we alsjeblieft op allerlei manieren de taalvaardigheid van leerlingen stimuleren. Niet alleen met lezen en schrijven maar ook met vertalen.
Ik snap ook dat er dingen anders moeten op het gymnasium bij Grieks en Latijn. Vertalen wordt als moeilijk en tijdrovend ervaren waardoor leerlingen nauwelijks zelfstandig zouden kunnen vertalen aan het eind van 6 gymnasium. Daar heb ik niet zomaar de oplossing voor, maar ik noem hier enkele overwegingen die ook aandacht verdienen. Grieks en Latijn hebben een speciale status: met deze vakken behaal je niet een gewoon vwo-diploma, maar een gymnasiumdiploma. Dan is het logisch dat voor Grieks en Latijn veel meer studielasturen staan dan voor andere vakken en dat je ook andere dingen doet. Dat leerlingen relatief veel tijd worden geacht te besteden aan Grieks en Latijn komt echter maar voor een deel terug in het aantal lesuren: weliswaar krijgen leerlingen hiervoor meer lesuren dan voor de meeste andere vakken maar in verhouding tot het aantal studielasturen zijn het er weinig.
Er is een tekort aan bevoegde leraren (volgens mij niet de oorzaak van het lage aantal lesuren). Dat los je niet op door de vertaling weg te halen. Sterker nog, daarmee vergroot je de druk op de huidige docenten die anders moeten gaan lesgeven om hun leerlingen op een andere manier voor te bereiden op het examen. Tot slot een lichtpuntje. Corona heeft afgelopen jaren impact gehad op het onderwijs, wat ook ten koste ging van de vertaalvaardigheid van leerlingen. Zelf zie ik nu na corona in de onderbouw dat leerlingen een mooie basis voor vertalen opbouwen. Ik voorzie voor hen een beter vervolg met vertalen in de bovenbouw dan voor de huidige zesdeklassers. Dus hopelijk bieden we hun over een paar jaar de gelegenheid dat te demonstreren op hun eindexamen.