Spacecific team vlnr Rik, Reinier en Benno
Spacecific team vlnr Rik, Reinier en Benno

Spacecific: studenten werken aan commercieel lokalisatiesysteem voor raketten

Als student meehelpen om een raket te lanceren? Dat is al heel wat. En als je dan ook nog rond je afstuderen een lening krijgt van 100.000 euro, om de vondst die je tijdens dat studieproject deed naar de markt te brengen, dan kun je wel stellen dat je goed bezig bent. Drie studenten van de TU Eindhoven, die ‘raketervaring’ opdeden bij het Radboud Radio Lab, konden dankzij die lening van Oost NL op het Nijmeegse Science Park met hun bedrijf Spacecific starten: met hun lokalisatiesysteem is het traceren van een bepaald type raket een stuk minder duur en is bovendien de hele vlucht te volgen.

Benno Driessen, Rik van de Wetering en Reinier Seuren zijn de mensen achter Spacecific, die een lening hebben gekregen van 100.000 euro van Oost NL, de ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Nederland. De afgelopen jaren werkten zij binnen het Radboud Radio Lab mee aan een project van Duitse, Zweedse en Europese ruimtevaartorganisaties waarmee raketten met aan boord studentenexperimenten worden afgeschoten. 

Spacecific team vlnr Rik, Reinier en Benno

Metingen op raketten

Het experiment van Benno, Rik en Reinier, dat inmiddels geleid heeft tot Spacecific, is een lokalisatiesysteem voor ‘sounding rockets’ of, in het Nederlands, sondeerraketten. Dat zijn kleine raketten met een diameter van zo’n 7 tot 30 centimeter. De lengte van een sondeerraket kan wel 3 tot 4 meter zijn, maar crucialer in dit verhaal is de diameter – want hoe kleiner de diameter, hoe moeilijker een raket te vinden is. ‘We werken nu zelfs aan een systeem voor een raket met een diameter van 3 centimeter’, vertelt Benno. 

Een sondeerraket is een meetraket, die vliegt op een hoogte van 40 tot 400 kilometer. Ze kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om telescopen die op satellieten geplaatst worden te testen – denk aan de James Webb Telescope. Sondeerraketten kunnen ook worden ingezet voor metingen in een toestand van gewichtloosheid. Want zo’n toestand kun je door de snelheid en de hoogte met zo’n raket bereiken, legt Reinier uit. Interessant voor bijvoorbeeld materialenonderzoekers, die graag materialen willen bestuderen zonder de invloed van de factor zwaartekracht. ‘Maar dan wil je wel heel precies weten op welk punt wat precies gebeurt in die raket. En dan komt ons systeem in het spel.’

Minder duur systeem

‘Het is een soort track your rocket’, vertelt Rik. ‘Het is extreem uitdagend om dit soort raketten te lokaliseren, vooral tijdens de vlucht. Ze gaan hoog en snel, en je kunt niet met GPS werken tijdens de vlucht. Met militaire systemen zijn de raketten wel tijdens de vlucht te lokaliseren, maar die systemen zijn niet toegankelijk voor andere partijen. Voor een commercieel lokalisatiesysteem gelden andere eisen. Daardoor hoeft het ook minder te kosten dan zo'n militair systeem.’

Samenwerking met rakettenbouwer

Spacecific werkt samen met T-minus engineering in Delft, een bedrijf dat sondeerraketten bouwt. ‘Hun klanten zijn onderzoeksinstituten zoals universiteiten en ruimtevaartorganisaties. Die zijn bijvoorbeeld bezig met atmosfeermetingen in de ionosfeer, tussen 30 en 80 km hoogte. Er zijn niet echt andere middelen om op die hoogte metingen te doen. En het is interessant om te weten hoe de ionosfeer zich gedraagt onder verschillende omstandigheden, want dat heeft invloed op satellietcommunicatie. Ook voor klimaatonderzoek is het van belang om te weten hoe de atmosfeer zich gedraagt.’

Er is, kortom, heel veel verschillende wetenschap die mogelijk gemaakt wordt door zo’n raket. Een goed lokalisatiesysteem, dat je precies vertelt wat waar gemeten is, is daarbij van belang. Zakenpartner T-minus en investeerder Oost NL geloven in het systeem dat Spacecific ontwikkeld heeft en dat momenteel verder getest wordt.

Het doel dat de jonge onderzoekers-ondernemers voor ogen hebben, is hun lokalisatiesysteem te verkopen aan partijen als het European Space Agency (ESA) en nationale ruimtevaartorganisaties in Europa. ‘Die zijn nu nog wat terughoudend, maar als de testvluchten succesvol verlopen, verwachten we meer interesse. Zo willen we het opbouwen en uitbreiden naar de rest van Europa.’

Spacecific: een spin-off van het Radboud Radio Lab

Het nog jonge bedrijf Spacecific is na EnginX, dat ook gevestigd is op het Science Park nabij de Radboud Universiteit, het tweede spin-offbedrijf van het Radboud Radio Lab. Marc Klein Wolt, directeur van dat lab, is er trots op: ‘Het Radboud Radio Lab richt zich op het ontwikkelen en testen van instrumenten voor de astronomie. We ondersteunen wetenschappers van de afdeling astrofysica van de Radboud Universiteit. Zo hebben we meegewerkt aan een project waarin 1600 antennes zijn toegevoegd aan het Pierre Auger Observatory in Argentinië. Ook ondersteunen we de Event Horizon Telescope, waarmee de eerste foto’s van een zwart gat gemaakt zijn. En zelf ben ik onder meer betrokken bij de bouw van de Africa Millimeter Telescope (AMT) in Namibië. 
In het Radboud Radio Lab werken sterrenkundigen en technici, engineers samen. Van meet af aan hebben we ook studenten daarin opgeleid: interessant voor hen en voor ons, nu en in de toekomst. Deels hebben we dat gedaan door studententeams raketten te laten bouwen en afschieten, zo zijn de mensen van Spacecific ook begonnen. 
Dat afschieten van raketten, daar gaat het ons niet om: je wilt ze kunnen volgen. Dat gaat steeds beter. Inmiddels ben ik zelf betrokken bij een project waarbij we bekijken of dezelfde technologie ook in het dagelijks leven toegepast kan worden. Denk bijvoorbeeld aan parkinsonpatiënten die zich vrijer kunnen bewegen als je ze van een afstand beter kunt volgen. Je denkt misschien dat dat makkelijker is dan een raket volgen, maar het tegendeel is waar: zo’n raket gedraagt zich doorgaans een stuk voorspelbaarder dan een mens. Kortom: Radboud Radio Lab blijft zich richten op astronomie, maar er kan nog allerlei ander moois uit voortkomen.’

Contactinformatie