In Nederland hebben onderwijsinstellingen een grote mate van autonomie. Tegelijkertijd moet het onderwijs ook bijdragen aan het algemeen belang, al was het maar omdat de overheid het onderwijs bekostigt. Zo moeten scholen bijvoorbeeld actief burgerschap en sociale cohesie bevorderen. Verder berust de verantwoordelijkheid van de opvoeding van kinderen nog altijd bij de ouders, die evenals kinderen zelf gelegitimeerde verwachtingen hebben ten aanzien van het onderwijs. Het onderzoek van Stefan Philipsen richt zich in het bijzonder op de botsende aanspraken die met betrekking tot de inrichting van het onderwijs bestaan en op de wijze waarop die spanningen binnen de democratische rechtsstaat kunnen worden weggenomen.
Over Stefan Philipsen
Stefan Philipsen (Nijmegen, 1986) studeerde Rechtsgeleerdheid aan de Radboud Universiteit, waar hij in 2012 met een richting Staats- en bestuursrecht is afgestudeerd. Hij zette zijn academische carrière voort bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij zijn promotieonderzoek in 2017 heeft afgerond. Met zijn proefschrift “De Vrijheid van Schoolstichting” richtte hij zich op artikel 23 Grondwet beschermde vrijheid van schoolstichting, een deelvrijheid van de ruimere vrijheid van het onderwijs.
Na zijn promotie in 2017 was Stefan Philipsen werkzaam als universiteit docent Staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam (2016-2018) en Universiteit Utrecht (2018-2020). Vervolgens is Philipsen in 2020 als coördinerend wetgevingsjurist in dienst getreden bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken in het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Sinds september 2024 is Philipsen ook werkzaam bij Streefkerk Onderwijsrecht als jurist. Daarnaast is hij per 1 januari 2025 door de regering benoemd tot lid van de Onderwijsraad.