Een anekdote en een experiment
Na het uitkomen van de monitor vrouwelijke hoogleraren 2025 van de LNVH leek het me interessant een eigen anekdote te delen en een klein experiment te doen.
Ik weet niet meer precies wanneer het was; ik schat ergens in 2022, toen ik net hoofd van de afdeling Microbiologie was geworden. Ik stond in mijn kantoor met een stapel proefschriften. De deur stond open. Naast de deur van mijn kantoor hangt een naambordje. In de deuropening verscheen een man van middelbare leeftijd. Hij keek op het naambordje en vervolgens naar mij.
“Zou je dit aan Prof. van Niftrik willen geven?”, vroeg hij.
Het was een informatiefolder voor een aankomende reünie op de faculteit, waarvoor wij als afdeling Microbiologie een rondleiding zouden verzorgen. Ik had daarover gemaild met – zeer waarschijnlijk – deze man. De situatie scheen mij bizar en een beetje lachwekkend. Om hem, en misschien ook mezelf, niet verder in verlegenheid te brengen, antwoordde ik: “Natuurlijk, ik zal het aan Prof. van Niftrik geven.” Waarna de man weer vertrok.
Een bizarre situatie, en ik heb er later erg om moeten lachen met collega’s. Grappig – maar misschien ook niet zó grappig. Het is inmiddels een anekdotisch verhaal geworden. Een verhaal dat symbool staat voor stereotypen, en hoe die beïnvloeden wat we zien. Ik neem aan dat deze persoon blijkbaar een ander beeld van de hoogleraar of het hoofd van de afdeling Microbiologie had dan wie hij zag staan in het kantoor.
Ik vroeg me af of dat stereotype beeld van een hoogleraar inmiddels is veranderd. Bij wijze van een n = 2-experiment vroeg ik mijn twee kinderen een hoogleraar/professor te tekenen en deze vervolgens te beschrijven. Niet bepaald een representatieve steekproef met een moeder als hoogleraar, dacht ik....