De dood van Tiberius Gracchus (Lodovico Pogliaghi)
Demonisering: hoe en wat?
Demonisering is een beproefd concept. Het is de kunst van politiek bedrijven door een concurrent of bevolkingsgroep af te schilderen als boosaardig en bedreigend en door campagne te voeren op de angst die je daarmee oproept. Klinkt niet onbekend, toch?
Soms vallen bij zulke campagnes doden. Tiberius Gracchus is een van hen, een politicus in de Romeinse Republiek. Of hij daadwerkelijk een ernstige bedreiging vormde of niet, feit is dat de Senaat een antwoord had: Ja, Tiberius was een gevaar. Dus werd er een intensieve demoniseringscampagne op touwen gezet.
Tiberius Gracchus: een korte introductie
Eerst wat context. We beginnen in het voorjaar van 133 vC. De verkiezingen voor het ambt van volkstribuun waren net geweest, Tiberius begon aan zijn termijn. In zijn nieuwe functie kon hij tegelijkertijd wetten voorstellen en tegenhouden: geen geringe verantwoordelijkheid dus. Echter, omdat de Senaat van oudsher de grootste machtsfactor in Rome was, hadden veel van Tiberius’ voorgangers wel steeds de samenwerking opgezocht bij hun plannen. Zo was het eeuwen gegaan, maar binnen een jaar zette Tiberius deze verhoudingen op hun kop.
Tiberius’ eerste termijn werd getekend door een crisis: Rome kwam soldaten tekort. Jarenlang had de Republiek binnen en buiten Italië oorlogen gevoerd om grondgebied te verdedigen en te veroveren. Dit imperialisme leidde uiteraard tot een grote vraag naar goede soldaten.
Om Romeins soldaat te worden moest je alleen wel aan bepaalde eisen voldoen. Een van die eisen was het bezit van een aantal hectaren land. Laat dat nu net een ander probleem zijn uit de tijd van Tiberius: veel Romeinen hadden door de jaren heen hun land verloren. Dit was vaak in de handen gevallen van rijke grootgrondbezitters, die daar vervolgens gigabedrijven opzetten waarbij veel arbeid door slaven werd uitgevoerd.
Tiberius vond dat deze opkomst van grootgrondbezit en slavenarbeid een halt moest worden toegeroepen. In zijn eerste termijn stelde hij daarom de Wet op de staatsakkers voor, waarmee een maximum werd gesteld aan het aantal hectaren dat een enkele Romein mocht bezitten. Alle hectaren grond die het maximum overschreden, zouden worden verdeeld onder arme Romeinen, wat Tiberius grote steun opleverde. Veel Romeinen kregen perspectief op een eigen akker, een plek in het leger en het opbouwen van een gezin. Daarvoor kon je maar al te goed een beetje weiland gebruiken om voedsel op te verbouwen. Laat dat precies het voorstel van Tiberius zijn geweest!
Conflict met de Senaat
Tiberius kreeg veel steun van de Romeinse bevolking, maar maakte zich met zijn Wet op de staatsakkers – zacht gezegd – impopulair bij de Senaat. In de Senaat zaten veel ondernemers, die juist die gigabedrijven runden waarop het wetsvoorstel een aanval opende.
De Senaat besloot tot een tegenaanval: ze kregen een van Tiberius’ medetribunen zover om het wetsvoorstel te vetoën. Het gevaar leek geweken, maar Tiberius deed na het veto een voorstel deze tribuun, Octavius, af te zetten. Als volkstribuun moest je het volk beschermen tegen de Senaat, dat had Octavius verzaakt, volgens Tiberius, dus was hij zijn ambt niet meer waardig. Het volk stemde in, Octavius werd vervangen, het wetsvoorstel werd door de volksvergadering ingestemd.
De verhoudingen verslechterden met de dag. De wet was goedgekeurd, maar de Senaat blokkeerde de uitvoering door nauwelijks geld vrij te maken. Toen Rome opeens de erfenis van een bevriende koning Attalus kreeg – zijn enorme vermogen en de stadstaat Pergamon – besloot Tiberius de Senaat indirect een middelvinger op te steken. Hij deed een wetsvoorstel aan het volk om al het geld in te zetten voor de uitvoering van zijn Wet op de staatsakkers. Gedurfd, want normaal ging de Senaat over zowel Financiën als Buitenlandse Zaken.
Demonisering: Tiberius tiran!
De Senaat stelde vast dat Tiberius voor teveel onrust zorgde en de eigen belangen tezeer bedreigde, dus werd een demoniseringscampagne opgetuigd. Hoofdboodschap was: Tiberius wil koning worden. En van koningen hadden de Romeinen een traumatische afkeer, sinds de tirannieke Tarquinius in 509 vC verdreven was. Veel Romeinen hadden in de eeuwen daarna gezegd: “dit nooit meer”.
Er werden verschillende verhalen verspreid, waarvan de feitelijkheid niet eenduidig vast te stellen is. In de Senaat werd bijvoorbeeld verteld dat Tiberius de kroon en mantel van koning Attalus had gekregen, voor als hij koning van Rome zou worden.
Op de dag van Tiberius’ herverkiezing, die tevens zijn sterfdag werd, zou hij zichzelf zonder verkiezing tot tribuun hebben uitgeroepen en zijn negen collega’s hebben afgezet. Bovendien had hij gevraagd of iemand een kroon wilde brengen, aldus de geruchten. Zijn laatste adem zou Tiberius hebben uitgeblazen aan de voet van het Koningenbeeld, hoe typisch!
Conclusie: Lessen voor nu?
Ziehier een dodelijke demoniseringscampagne. De Senaat bestempelde Tiberius als koning, als gevaar voor de rechtsstaat, en rechtvaardigde daarmee zijn dood. Als hij koning wilde worden, mocht hij worden vermoord en – achteraf bezien – als hij vermoord mocht worden, wilde hij kennelijk koning worden: zo had de Senaat een selffulfilling prophecy opgezet. Tiberius zou de boeken ingaan als de net-niet-dictator.
Tegenwoordig kunnen we veel leren van Tiberius’ verhaal. Als de rechtsstaat onder spanning staat, is demonisering niet de oplossing. Het is als pacifisme prediken met een AK-47 in je handen. In een rechtsstaat zoek je de redelijkheid op, het gesprek en het compromis. Je strijdt met woorden. Verlies je die strijd? Dan moet je bij jezelf te rade gaan in plaats van valsspelen.
Juist als het schuurt, kan de rechtsstaat zichzelf op zijn best laten zien: als een plek waar je niet zelf voor rechter speelt en oordeelt, maar de rechter laat spreken. Demonisering is een bedreiging voor de rechtsstaat, geen bescherming.