Nieuwsgierigheid en leren: Van het lab naar het klaslokaal
prof. dr. H. Bekkering, dr. L.L.F. van Lieshout (DCC)
Nieuwsgierigheid speelt een centrale rol in hoe kinderen omgaan met nieuwe informatie en leerervaringen. Dit project onderzoekt nieuwsgierigheid als een motivatieproces dat exploratie aanstuurt en leren over tijd ondersteunt. De focus ligt op kinderen van 10–12 jaar, een belangrijke fase in hun schoolse ontwikkeling. Door gecontroleerde experimenten te combineren met onderzoek in echte klaslokalen bestuderen we hoe nieuwsgierigheid werkt in het brein, in gedrag en in het dagelijks leren. Door deze perspectieven te integreren, draagt het project bij aan een beter begrip van hoe nieuwsgierigheid functioneert bij verschillende kinderen en in verschillende leercontexten.
De ontluikende geest: Een modelgebaseerde benadering van cognitieve ontwikkeling in de vroege kindertijd
prof. dr. S. Hunnius, dr. M. Hinne (DCC)
Wij onderzoeken hoe baby’s hun omgeving verkennen om daarmee hun leerproces en cognitieve ontwikkeling op lange termijn te voorspellen. Met computermodellen gaan we een unieke “cognitieve vingerafdruk” van elke baby identificeren en bestuderen hoe verzorgers hun interacties hierop het beste kunnen afstemmen. Ons doel is om manieren te vinden om alle kinderen optimaal te kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling.
Florerende levens: welzijn herdefiniëren als collectief proces van tijd, relaties en natuur (THRIVE)
prof. dr. E.B.P. de Jong (RSCR)
Waarom lijken gemeenschappen stabiel terwijl relaties verzwakken, milieudruk toeneemt en toekomsten onzeker worden? Huidig wellbeing-onderzoek richt zich vooral op individuele tevredenheid en mist zicht op de collectieve processen die gemeenschappen in stand houden. THRIVE ontwikkelt een nieuwe benadering en onderzoekt hoe gemeenschappen floreren via drie samenhangende dimensies: hoe zij tijd organiseren (balans tussen heden en toekomst), relaties onderhouden (zorgnetwerken en gedeelde verantwoordelijkheden) en met hun omgeving samenleven (mens–natuurrelaties). Door veldwerk in Indonesische kuststeden die klimaatverandering ervaren, test THRIVE of een gemeenschapsgerichte aanpak beter werkt dan individuele modellen. Het onderzoek levert praktische instrumenten voor beleid om collectief welzijn te versterken.
Hoopvolle toekomstbeelden: een fenomenologie van eco-emoties, verbeelding, en artistieke praktijken in tijden van klimaatverlamming
prof. dr. M. Oele (RICH), prof. dr. A. Dufourcq (FFTR)
Dit filosofische onderzoeksproject onderzoekt een paradoxale situatie: eco-emoties worden intens gevoeld, maar vertalen zich nauwelijks naar hoopvolle toekomstbeelden die aanzetten tot klimaatactie en klimaatbeleid. Door filosofische analyse te combineren met participatieve eco-kunstprojecten, ontwikkelt dit onderzoek een fenomenologie van eco-emoties en verbeelding en biedt het inzicht in hoe eco-emotie en verbeelding daadwerkelijk worden gevoeld, waargenomen en geactiveerd. Door middel van fenomenologische interviews met deelnemers aan eco-artistieke activiteiten en workshops laat het project zien hoe kunstzinnige belevenissen mensen kunnen helpen om apathie en klimaatverlamming tegen te gaan.
Zien vanuit mentale voorstelling
prof. dr. M.V. Peelen (DCC)
We kunnen onze omgeving niet alleen begrijpen door ernaar te kijken, maar ook door naar een beschrijving ervan te luisteren. Met behulp van hersenscans en gedragsexperimenten gaan de onderzoekers ontrafelen hoe de hersenen van blinden en zienden omgevingen construeren op basis van verbale beschrijvingen, hoe dit proces overlapt met visuele waarneming (bij zienden), en hoe beschrijvingen slechtzienden kunnen helpen om visuele signalen beter te interpreteren.