Bij het voorlezen van een (prenten)boek wordt vaak een beroep gedaan op de voorkennis van leerlingen binnen een bepaald thema. Maar wat als deze voorkennis niet aanwezig is? Wat als een kleuter nooit ervaren heeft hoe het op het strand is? Of in een bos? Voor deze leerlingen is het moeilijker om te luisteren naar een verhaal en om het boek te begrijpen. Dit project laat kleuters op school met Virtual Reality (VR) actief nieuwe omgevingen beleven en woorden ontdekken.
Virtuele havenstad helpt kleuters hun woordenschat te vergroten
De eerste tien co-creatieprojecten van NOLAI zijn in september 2023 gestart. Wat is er sindsdien allemaal gebeurd? Wie werken er mee aan de verschillende projecten? En hoe gaat zo’n co-creatieproject in de praktijk nou precies in zijn werk? Deze keer een kijkje in de keuken van het project ‘Woordenschat ontwikkelen met VR’.
Pilot op 3 basisscholen
In dit co-creatieproject werkt NOLAI samen met Flores Onderwijs, Delta Scholengroep, VRLearningLab en onderzoekers van de Radboud Universiteit. Het team onderzoekt hoe VR kan bijdragen aan het stimuleren van de woordenschatontwikkeling van kleuters met een onderwijsachterstand. Onlangs vond op drie basisscholen van Flores onderwijs en Delta Scholengroep in Arnhem een pilot plaats. Hierover spraken we met projectleider Antoon Sturkenboom, zelfstandig adviseur voor leren en ontwikkelen, en sinds 2024 betrokken bij het project.
Virtuele wereld
In een virtuele havenstad gaan de kinderen op ontdekkingsreis en leren ze nieuwe woorden op een speelse en interactieve manier. “We hebben een VR-applicatie ontwikkeld om te kijken of we de woordenschat kunnen verbeteren door kinderen uit groep 2 in zo’n virtuele omgeving te laten leren,” vertelt projectleider Antoon. VR wordt al vaak toegepast als leermiddel, maar nog weinig voor jonge kinderen. Er gelden speciale voorzorgmaatregelen, waardoor kinderen geen enkel risico lopen tijdens dit onderzoek. In de pilot werd de eerste versie van de applicatie getest.
Op ontdekkingsreis
De kinderen waren enthousiast over de 3D-wereld waarin ze opdrachten uitvoerden en met een avonturier op reis gingen. “Het thema is haven en zee en wat daar allemaal gebeurt. We hebben een soort havenstadje gemaakt. De kinderen komen in die wereld en ontmoeten daar een ontdekkingsreiziger, Lana. Zij nodigt hen uit om mee aan boord van het schip te gaan en te helpen. In het voorbereiden en tijdens het maken van de reis komen ze (nieuwe) woorden tegen, zoals kompas, hijsen en varen,” legt Antoon uit. In deze speelse setting zijn ze actief bezig met deze woorden; ze kiezen voorwerpen uit om mee te nemen, hijsen de vlag en sturen het schip. Tegelijkertijd stimuleert Lana de kinderen om actief te praten en nieuwe begrippen op te pikken.
AI-ondersteuning
De technologie wordt bewust afgestemd op de doelgroep: jonge kinderen met een taalachterstand, bijvoorbeeld door een andere thuistaal of beperkte toegang tot taalrijke omgevingen. “We hopen dat het onderzoek uitwijst dat dit een manier is om die achterstand sneller in te lopen,” zegt de projectleider. Hoewel virtuele reisleider Lana nu nog door begeleiders wordt aangestuurd, werkt het team aan een AI-ondersteunde versie die automatisch zinnen kan voorstellen op basis van de input van het kind.
Script en software ontwikkelen
Het co-creatieproject wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met basisscholen, softwareontwikkelaars en onderzoekers. VR Learning Lab, een softwarebedrijf uit Leiden, is verantwoordelijk voor de 3D-omgeving, die ontwikkeld wordt op basis van themakeuzes en woordenschatdoelen van de scholen. “Het hele script met de handelingen die kinderen kunnen doen en hoe het virtuele personage met de kinderen praat en hen uitdaagt om te spreken, dat is natuurlijk ook heel belangrijk,” benadrukt de projectleider. Alles wordt zorgvuldig afgestemd op haalbaarheid en educatieve waarde.
Volgende stappen
Nu de pilot is afgerond, is het wachten op de resultaten. Op basis daarvan volgt volgend jaar een grotere validatiestudie. Het uiteindelijke doel is om aan te tonen of deze methode daadwerkelijk leerwinst oplevert en op termijn op grotere schaal ingezet kan worden. “Je moet eerst kijken: heeft dit effect? En dan ga je kijken: heeft dit voldoende meerwaarde boven de huidige interventies om het ook echt door te ontwikkelen?” legt Antoon uit. Als de resultaten positief zijn, kan het project mogelijk leiden tot een compleet product dat kan worden geïmplementeerd in het onderwijs.
Contactinformatie
- Organisatieonderdeel
- Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI)
- Thema
- Kunstmatige intelligentie