Aanleiding voor het onderzoek is de groeiende aandacht voor de band die mensen ervaren met specifieke plekken in het landschap. Juist bij ingrepen zoals bomenkap of aantasting van natuurgebieden wordt duidelijk hoe groot die betrokkenheid is. Voor veel mensen hebben zulke plekken een diepe emotionele en soms ook spirituele betekenis. Tegelijk staan deze relaties onder druk door ecologische crises zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Ook in het ruimtelijk beleid is weinig tot geen aandacht voor de spirituele dimensie van het landschap.
Van der Ziel onderzoekt hoe deze verbondenheid samenhangt met ideeën over ‘het heilige’ en spiritualiteit. Daarbij laat hij zich onder meer inspireren door het werk van Thomas Merton, die spiritualiteit nadrukkelijk verbond met de natuur. Door inzichten uit theologie en geografie te combineren, wil hij beter begrijpen hoe mensen betekenis geven aan hun leefomgeving en of daarin ook wordt verwezen naar iets wat hen overstijgt (het hogere, God).
Centraal in het onderzoek staat de vraag waar en hoe mensen in de huidige samenleving het heilige ervaren, en of zulke ervaringen kunnen bijdragen aan een duurzamere omgang met de aarde. Het project bestaat onder meer uit literatuuronderzoek, veldstudie en gesprekken met mensen over hun ervaringen met betekenisvolle plekken.
Met dit onderzoek sluit Van der Ziel aan bij een bredere maatschappelijke zoektocht naar zingeving en een nieuwe relatie met natuur en leefomgeving.