Portret Sara Kinsbergen
Portret Sara Kinsbergen

‘We moeten het hebben over hoe wij anno 2024 wetenschap bedrijven’

Sara Kinsbergen is aangesteld als bijzonder hoogleraar op het gebied van ‘De rol van de burger in duurzame ontwikkeling’. En ze heeft er heel veel zin in. Tijdens haar oratie op 18 januari sprak Sara vurig over haar onderzoek naar en met de duizenden kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties die Nederland en andere landen rijk zijn. Maar ze ‘preekte’ ook over haar eigen rol als underdog binnen de universiteit, over het belang van samenwerking met maatschappelijke organisaties en over de rol die de universiteit heeft te spelen in de samenleving. Nadien stroomden de felicitaties binnen. Passievol, inspirerend, authentiek! Maar er viel ook regelmatig een woord dat Sara verraste: moedig.

‘In aanloop naar mijn oratie dacht ik: wat wordt er verwacht van iemand die hoogleraar wordt en dan een oratie houdt? Wist ik veel. Dus je gaat dat vragen. En ik dacht, mijn oratie moet in een mal passen. Ik moet een uiteenzetting doen van al mijn academische merites en allemaal namen noemen en publicaties laten zien. Toen dacht ik: Nee. Ik wil dit voor iets anders gebruiken.'

'We moeten er tot in onze diepste vezels van doordrongen zijn dat onze rol verder gaat dan deze academische wereld'

‘We moeten het hebben over hoe wij anno 2024 wetenschap bedrijven. We zeggen: Je bent nodig. Hoever zijn wij bereid te gaan met dat motto? In hoeverre willen wij universitaire systemen oprekken als het gaat over betekenisvolle maatschappelijke impact? We hebben al veel stappen gezet als het gaat over andere vormen van erkennen en waarderen. Maar misschien zegt het feit dat mijn oratie wordt beschouwd als onconventioneel en moedig minder over mij dan over de wereld waarin wij werken? We moeten er tot in onze diepste vezels van doordrongen zijn dat onze rol verder gaat dan deze academische wereld.’

Volledig omarmen

‘Het gaat erom dat we accepteren dat als wij gaan voor een universiteit die in de samenleving staat en die bijdraagt aan urgente, complexe maatschappelijke vraagstukken, dat we dan volledig omarmen dat je daar een diversiteit aan medewerkers voor nodig hebt. Mensen die helemaal voor het onderwijs gaan. Theoretici die hun tijd steken in het aanvragen van grote subsidies en publiceren in toptijdschriften. Én mensen die investeren in samenwerkingen met maatschappelijke organisaties, overheid en de burger. We moeten niet van elke individuele academicus een schaap met vijf poten willen maken, we moeten in gezamenlijkheid dat schaap zijn. 

‘Maar daar zijn we nog niet op ingericht, met name in onze denkwijze. Het zou even belangrijk moeten zijn dat een onderzoeker in een A-journal publiceert, als dat ik met mijn onderzoek bij Buitenlandse Zaken zit om te agenderen dat nu het moment is om opnieuw te gaan investeren in het versterken van draagkracht voor internationale solidariteit in Nederland. Maar daar zit veel spanning: de strategie van de universiteit vraagt om een andere invulling van ons metier, maar als mensen het ook daadwerkelijk doen… oeh, ongemakkelijk! In ons hoofd hebben we een meetlat voor hoe een wetenschapper moet zijn, wat die hoort te doen. En als je die meetlat naast mij legt, dan denk je: ‘Sara, da's een raar mens’. Maar blijven we dezelfde meetlat op iedereen loslaten? Ja, dan ben ik, en ik niet alleen, over twee jaar dood. Oké, niet dood, doods.’

Spotlights

‘We moeten spotlights plaatsen op daar waar het anders kan. Bijvoorbeeld op het herwaarderen - of misschien voor het eerst echt waarderen - van onderzoek waar maatschappelijke partners bij betrokken zijn. Alle financieringssystemen binnen de universiteit zijn toch vooral ingericht op geld uit grote nationale of internationale onderzoeksprogramma's van de overheid. Als ik geld ontvang van een maatschappelijke organisatie riskeer ik door dezelfde mallemolen te gaan als een ERC-grant van een paar miljoen. Zolang wij tweede geldstroom boven derde geldstroom zetten en daar systemen en waardering op inrichten, gaan die paar zotten die met kleinere bedragen werken van maatschappelijke organisaties zich echt afvragen of het nog de moeite waard is. En dat heeft heel veel impact op het naleven van ons motto, want die relatie met een maatschappelijke organisatie staat voor zo veel meer dan geld: die is voorwaardelijk voor de maatschappelijke impact die we zeggen na te streven.

Positief

‘Maar vergis je niet, ik ben heel positief gestemd! Ik zit hier. Ik ben benoemd tot afdelingsvoorzitter, tot bijzonder hoogleraar. Dat zijn tekenen van verandering, dat is het resultaat van leiders met lef en die hebben wij in toenemende mate. Ik zie het om me heen gebeuren, waardoor ik denk: yes, the time is now! Laten we het anders zijn koesteren en laten we de neiging om te denken dat je er op een bepaalde manier moet uitzien als academicus, hetzelfde moet doen als anderen om succesvol te zijn, opzijzetten.'

'Op verschillende plekken binnen de universiteit zie je the odd one out, de underdogs die hun rol in een eigentijdse jas proberen te vervullen'

‘Dat is geen utopie. Het is een werkelijkheid die er nog niet helemaal is, maar die er echt kan komen. Op veel verschillende plekken binnen de universiteit zie je the odd one out, de underdogs die hun rol in een eigentijdse jas proberen te vervullen. Ik denk dat we niet moeten onderschatten dat er een soort spill over effect van die mensen kan uitgaan naar studenten en jonge onderzoekers die andere voorbeelden krijgen. Dat je dat niet meteen afleest in het grote geheel, dat we nog steeds een redelijk klassiek beeld hebben van hoe een wetenschapper eruit hoort te zien, hoe academisch onderwijs eruit hoort te zien, waartoe wij behoren op te leiden, oké. Maar daar wordt voldoende nieuwe kleur aan toegevoegd om uiteindelijk tot een eigentijdse universiteit te leiden.’

Verantwoordelijkheid

‘Voor mij komt deze benoeming dus ook met een verantwoordelijkheid. Ik ben ervan overtuigd dat ik hier een rol te vervullen heb. Ik wil meebouwen aan een nieuwe universitaire wereld. Je voelt aan alles dat we zeggen: wij hebben mensen zoals ik nodig. En ik zeg dat in alle bescheidenheid, ik wil hier voorzichtig in zijn, dat de kop van dit artikel niet wordt: Sara vindt zichzelf belangrijk. Maar je voelt het. We hebben het in onze eigen macht. Die andere wereld begint echt bij onszelf. Dat is toch keigoed nieuws! Dus zullen we dan nu eens fatsoenlijk het gesprek met elkaar voeren over die tweede en derde geldstroom, of dat erkennen en waarderen, en over wat de consequenties daarvan zijn? ‘

De bijzondere leeropdracht van Sara Kinsbergen is een samenwerking tussen het Radboud Centrum Sociale Wetenschappen, de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies (CAOS) en Stichting Wilde Ganzen. In een interview dat verscheen op Kleinegoededoelen.nl vertelt Sara meer over haar onderzoek.