Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) gaan samen om tafel om binnen enkele weken een ‘positieve agenda’ op te stellen. Dit is het advies dat verkenner Wouter Koolmees op 11 november aan de Tweede Kamer presenteerde. Jetten en Bontenbal zijn graag bereid om op deze manier de formatie in een nieuwe fase te brengen. ‘De vorige keer heeft dit proces te lang geduurd. En daarom kiezen we er voor om dit nu in drie weken voor elkaar te boksen’, aldus Jetten.
Koolmees grijpt terug op een beproefd middel dat in de recente parlementaire geschiedenis al vaker is toegepast om vastgelopen formaties los te wrikken: het aanwijzen van één of enkele partijen om alvast wat inhoudelijke lijnen op papier te zetten. Andere partijen kunnen vervolgens op basis van het hoofdlijnenstuk bezien of zij willen aansluiten. Via de weg van de inhoud worden partijen verleid om hun eigenlijke voorkeuren los te laten.
Basis voor Paars
Een blik op de recente parlementaire geschiedenis leert dat deze strategie met wisselend succes is toegepast. In de zomer van 1994 bleek het een geslaagd middel om de impasse in de formatie los te breken. Onderhandelingen tussen PvdA, VVD en D66 waren gestrand op de inkomenspolitiek en ook andere meerderheidscoalities lagen niet voor de hand. Na overleg met haar vaste adviseurs besloot koningin Beatrix verrassend genoeg om Wim Kok (PvdA) tot informateur aan te wijzen en hem de opdracht te geven een ‘regeringsprogramma op hoofdlijnen’ te schrijven.
Binnen drie weken had hij zijn ‘proeve’ van een regeerakkoord af, waarin ruim 17 miljard gulden aan bezuinigingen was opgenomen. De andere partijen zagen aanknopingspunten, waarna informateur Kok besloot dat er voldoende basis was om de gesprekken over een PvdA/VVD/D66- kabinet te hervatten. Zo geschiedde, en een maand later stond het eerste Paarse kabinet op de trappen van Huis ten Bosch.
Toch niet met PvdA en GroenLinks
In de zomer van 2021 koos informateur Mariëtte Hamer voor een vergelijkbare strategie – maar met minder resultaat, zo zou blijken. De onderhandelingen waren op dat moment compleet vastgelopen. Elke mogelijke meerderheidscoalitie riep blokkades op. Een kabinet van het ‘motorblok’ VVD/D66/CDA met PvdA en GroenLinks – die alleen sámen tot een coalitie wilden toetreden – was tegen de zin van Mark Rutte (VVD). Een voortzetting met de ChristenUnie zag Sigrid Kaag (D66) dan weer niet zitten.
Hamer stelde daarom voor dat VVD en D66 binnen enkele weken gezamenlijk een ‘document op hoofdlijnen’ zouden schrijven, waarna bekeken moest worden welke andere fracties daarbij konden aansluiten. Namens hun partijleiders gingen secondanten Sophie Hermans (VVD) en – ook toen – Rob Jetten aan de slag. Het stuk dat half augustus aan de partijleiders van de overige partijen werd voorgelegd, riep vooral bij Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) enthousiasme op. Wopke Hoekstra (CDA) en Gert-Jan Seegers (ChristenUnie) waren daarentegen een stuk terughoudender.
Toch was de uitkomst van deze informatieronde níet dat er met PvdA en GroenLinks verder onderhandeld werd. VVD en ook CDA volhardden namelijk in hun afwijzing van coalitiebesprekingen met beide partijen, omdat voor een meerderheid slechts één van de twee nodig was. Hoewel het hoofdlijnenstuk van Hermans en Jetten tot inhoudelijke toenadering tussen de twee liberale partijen had gezorgd, had het niet tot een doorbraak geleid.
Hoge blokkades
Dat Koolmees voor deze route kiest is begrijpelijk. Het lijkt de enige manier om de resolute uitsluiting van GroenLinks-PvdA door VVD-leider Yeşilgöz niet te belonen door dan maar meteen over rechts te formeren. Tegelijkertijd ligt het risico op de loer dat het nu niet heel veel anders zal gaan dan in 2021. De blokkades die momenteel zijn opgeworpen zijn ogenschijnlijk nog hoger dan vier jaar geleden, juist die van de VVD, terwijl een meerderheidscoalitie zonder deze partij niet voor de hand ligt. Bovendien wordt het middel nu wel erg vroeg van stal gehaald. Zowel in 1994 en 2021 was de formatie al maandenlang onderweg. Of een ‘proeve van een regeerakkoord’ partijen nu al kan verleiden hun voorkeuren los te laten, is maar zeer de vraag.