Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Amsterdamse begijnen in Nijmeegse kapel

Datum bericht: 25 februari 2020

Gezangen van Amsterdamse begijnen in Nijmegen: een meer dan vierhonderd jaar oud boek uit het Ronde begijnhof wordt vandaag de dag bewaard in de Universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit. De Utrechtse musicologe Ulrike Hascher-Burger onderzocht dit bijzondere boek. Het is een liturgisch getuigenis uit de periode van de huiskerken, en daarom van grote waarde. Onlangs werden de middeleeuwse gezangen uit het boek in Nijmegen voor het eerst in vierhonderd jaar weer ten gehore gebracht door het Trigon Ensemble onder leiding van Margot Kalse.

Dr. Ulrike Hascher-Burger is musicologe en mediëviste en als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt vooral muziek in de Moderne Devotie, de belangrijkste spirituele beweging uit de Nederlanden in de late middeleeuwen, en muziek uit Noord-Duitse vrouwenkloosters in de late middeleeuwen. Recent onderzoek richtte zich op een vroegmodern boek met gezangen. Het werd tot het eind van de 19e  eeuw bewaard in de priesterbibliotheek van het begijnhof Amsterdam. Na omzwervingen is het terecht gekomen bij de redemptoristen van het Neboklooster in Nijmegen. In de jaren 70 van de vorige eeuw is het boek, samen met de rest van de kloosterbibliotheek, ondergebracht in de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit. Daar wordt het nu bewaard als handschrift 402.

bb_3011_2019_53-web1Musicologe Ulrike Hascher-Burger vertelt over Hs. 402 in de Valkhofkapel in Nijmegen. Foto: Bert Beelen

Begijnhof Amsterdam

Toen Amsterdam in 1578 door de geuzen werd ingenomen en de stadsraad werd vervangen door calvinistische bestuurders, betekende dit de doodsklap voor de bloeiende middeleeuwse religieuze cultuur van de stad. De kerken werden overgenomen door de gereformeerden, kloosters werden gesloten en priesters en monniken doken onder of verlieten de stad. Nonnen en zusters mochten in de stad blijven, als ze maar hun conventen verlieten. Katholieke scholen werden verboden, de parochies verdwenen en bisschoppen waren nergens meer toegestaan. De kerkelijke infrastructuur was weggevallen. Maar er was één uitzondering: het begijnhof van Amsterdam, het Ronde begijnhof genoemd.

Omdat de huizen van het begijnhof in privébezit waren van de bewoonsters en hun vaak vooraanstaande katholieke families, konden zij niet zomaar worden onteigend. Het begijnhof bleef na 1578 als enige katholieke instelling open. Omdat de begijnenkerk, net als andere katholieke kerken, in dit jaar wel dicht ging, kwamen de begijnen gedurende een periode van zeventig jaar bijeen in hun huisjes op het hof.

bb_3011_2019_55 web1Handschrift 402 op 30 november 2019 in de Valkhofkapel in Nijmegen. Foto: Bert Beelen

Allround bundel voor kerk zonder status

Handschrift 402, het Amsterdamse gezangenboek, is geschonken aan het begijnhof in Amsterdam en werd daar vermoedelijk gebruikt in een van de huiskerken uit de begintijd van de Republiek. Hoewel na 1578 elke vorm van katholieke religieuze organisatie bij plakkaat verboden was, werden Katholieke kerkdiensten gedoogd. Zij moesten dan wel plaatsvinden in particuliere huiskamers en van de bijeenkomsten mocht op straat niets te horen zijn. Uit de vroege huiskerkentijd is, in tegenstelling tot de latere schuilkerentijd, weinig bekend op het gebied van liturgische vieringen. Juist voor die vroege periode, kan het gezangenboek meer uitsluitsel bieden.

Het boek is een allround bundel met liturgische teksten voor een kerk zonder officiële status. Het bevat twee gedrukte delen met teksten voor liturgische vieringen van de lauden (ochtendgebed) en vespers (avondgebed), de twee belangrijkste getijden voor de begijnen op zon- en feestdagen. Deze zijn gecombineerd met een dodenofficie en een begrafenisliturgie. Aan die gedrukte werken is een handgeschreven appendix toegevoegd met een- tot driestemmige gregoriaanse gezangen, wederom voornamelijk voor de vespers, een klein aantal voor de misgezangen, veel antifonen en responsories en geestelijke liederen in het Latijn en in het Nederlands. Kortom een liturgisch-muzikaal basisboek voor in de huiskamer.

Drie boeken in één band

Het Amsterdamse gezangenboek is een convoluut: een verzameling boeken in één band. Het handschrift is het derde deel van dit convoluut (en wordt wel aangeduid als Hs 402 Nr 3). Het convoluut is bijzonder, maar als genre is het niet uniek. Vermoedelijk heeft de Hollandse Missie, het interim-bestuur van de katholieke kerk in de Republiek, in het begin van de 17e eeuw voor dergelijk liturgisch basismateriaal gezorgd en dit verspreid onder de katholieke huiskerken (en later schuilkerken). Inmiddels zijn er drie andere convoluten bekend, met telkens dezelfde gedrukte delen (ook zijn deze soms met de hand overgeschreven) en een handgeschreven muziekappendix aan het eind. Juist deze toevoeging verschilt bij ieder convoluut: er waren mogelijkheden voor individuele invulling die ook werden benut. En juist dit maakt het Amsterdamse gezangenboek zo interessant als bron uit het begijnhof van Amsterdam. Deze appendix bevat namelijk als enige een aparte groep van gezangen voor het heilig Sacrament, en is later zowel voor- als achterin uitgebreid met losse stemmen van meerstemmige sacramentsliederen. Dit moet wel samenhangen met de verering van het Mirakel van Amsterdam op het begijnhof.

bb_3011_2019_47 webHet Trigon Ensemble zingt in de Valkhofkapel uit het handgeschreven deel van het gezangenboek. Foto: Bert Beelen

Concert met Trigon Ensemble

Op 30 november 2019, de vooravond van de eerste zondag van de advent, vond er een bijzonder concert plaat in de historische Valkhofkapel in Nijmegen. Het bekroonde Trigon Ensemble zong onder leiding van oprichtster Margot Kalse uit het handgeschreven derde deel van het Amsterdamse gezangenboek. De gezangen uit het begijnhof waren na vierhonderd jaar voor het eerst weer te horen. Ook het handschrift zelf was te bewonderen in de kapel.

Ensemble Trigon (genoemd naar de naam van een bewegingsteken in het gregoriaans, ook wel neum genoemd), zingt en bestudeert middeleeuwse muziek vanuit de originele bronnen: de handschriften. Ze doet dit omdat het notenbeeld met de neumen muzikale beweging kan uitdrukken, die in moderne notatie weg valt. Trigon heeft een interdisciplinaire benadering van de middeleeuwse muziek, gericht op muzikale en vocale uitvoering, maar met volop aandacht voor musicologisch, historisch, handschriftkundig, en taalkundig onderzoek.

bb_3011_2019_48 webHet Trigon Ensemble o.l.v. Margot Kalse op 30 november 2019 in de Valkhofkapel. Foto: Bert Beelen

Het mirakel van Amsterdam

Het concert in Nijmegen begon met liederen voor Jezus en Maria, die teruggaan tot in de 15e eeuw, gevolgd door liederen ter verering van Franciscus van Assisi. Het derde gedeelte was gewijd aan het Mirakel van Amsterdam. De stad was sinds het midden van de veertiende eeuw een belangrijke bedevaartsplaats, nadat er in 1345 een hostiewonder had plaatsgevonden: een uitgebraakte hostie werd volgens voorschrift in het vuur geworpen maar bleek de volgende dag ongeschonden. Dat leidde tot een stroom van duizenden pelgrims. Bovendien ontwikkelde zich in Amsterdam een rijke liturgie rond het heilig Sacrament. Het gezangenboek weerspiegelt dat. Bijzonder geliefd was de hymne O salutaris hostia. Het concert werd geëindigd in kerstsfeer, met een geliefd kerstlied uit de Moderne devotie, dat ook zijn weg heeft gevonden naar het begijnhof in Amsterdam. Ihesum corde colite gaat over de innerlijke verering van Jezus door te mediteren. In het Nijmeegse handschrift heeft dit lied nog een extra kersttintje. Het wordt er namelijk gecombineerd met een Nederlands kerstlied: Ons is gheboren een uitverkoren klein kindekin. De wereld van Amsterdamse begijnen, meer dan 400 jaar geleden, kwam ontroerend tot klinken in een Nijmeegse kapel.

Het handschrift is gedigitaliseerd en online volledig te bekijken.

bb_3011_2019_50 webHet Trigon Ensemble o.l.v. Margot Kalse op 30 november 2019 in de Valkhofkapel. Foto: Bert Beelen