Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Ariëns herdenken en verbeelden: dossier 454 uit het archief-Aalberse

Datum bericht: 24 april 2020

Het archief-Aalberse ligt opgeslagen bij het Nijmeegse Katholiek Documentatie Centrum (KDC). Vanwege het enorme en wijdvertakte netwerk dat politicus Piet Aalberse (1871-1948) gedurende zijn leven heeft opgebouwd en onderhouden, vormt dit archief een rijke bron van kennis over verschillende aspecten van de Nederlandse geschiedenis, vaak maar niet uitsluitend op religieus terrein.

Door Chris Dols

Minister van Arbeid en toonaangevend katholiek politicus. Piet Aalberse is vooral bekend als de man die Nederland de 8-urige werkweek bracht. Maar zijn betrokkenheid bij de katholieke zuil strekte verder. Dat blijkt heel treffend uit zijn betrokkenheid bij de geheelonthoudersbeweging en zijn zorg voor het gedachtegoed van de katholieke voorman Alphons Ariëns. Dossier 454 geeft uitsluitsel.

Piet Aalberse is voor velen in de eerste plaats bekend als  minister van Arbeid in het eerste kabinet van de katholieke Charles Ruijs de Beerenbrouck (1918-1922) en minister van Arbeid, Nijverheid en Handel in het tweede kabinet-Ruijs de Beerenbrouck. Zo was Aalberse in 1919 verantwoordelijk voor de invoering van de 8-urige werkdag. Minder bekend is dat deze banketbakkerszoon een aandeel heeft gehad in de katholieke drankweer en het levend houden van het gedachtegoed van de bekende priester, sociale voorman en drankbestrijder Alphons Ariëns (1860-1928). Liep Aalberse voorop in de strijd tegen Koning Alcohol? We nemen een loopje met de geschiedenis wanneer we die vraag bevestigend zouden beantwoorden. In wat volgt zal ik op basis van één dossier kort laten zien hoezeer het archief-Aalberse onze kennis op dit terrein wél verrijken kan. Dit dossier met inventarisnummer 454 heeft betrekking op het Ariëns Comité en het initiatief om voor Ariëns een standbeeld op te richten. Uit het monumentale boek Aan plaatsen gehecht (2012) weten we over dat laatste alleen iets op hoofdlijnen. In het hoofdstuk over de receptie van Ariëns schittert de naam van Aalberse door afwezigheid. Toegegeven: zijn aandeel was klein, maar daardoor zeker niet minder interessant. We beginnen onze ontdekkingstocht met iets meer achtergrondinformatie over de katholieke strijd tegen het alcoholisme. Tegen dat decor vonden Ariëns en Aalberse elkaar in een religieus geïnspireerde bewogenheid met het lot van de medemens.

Ariëns in actie: de drankbestrijder

Zoals Johan Oosterman in een andere blog van Radboud Erfgoed laat zien, had Aalberse thuis meerdere edities van de encycliek Rerum Novarum (1891) op de boekenplank staan. Hierin riep paus Leo XIII op een einde te maken aan sociale misstanden die onder meer het gevolg waren van de industrialisatie. Hoewel de drankweer niet expliciet door hem genoemd werd, inspireerde de pauselijke boodschap mannen als Ariëns zeker. In 1895 stond deze kapelaan in textielstad Enschede aan de wieg van wat in enkele decennia tijd een katholieke matigheidsbeweging zou worden met op het numerieke hoogtepunt in 1921 iets meer dan 170.000 leden door heel Nederland. Er kwamen Kruisverbonden voor mannen, Mariaverenigingen voor vrouwen, Sint-Annaverenigingen voor ouders die beloofden hun kinderen tot aan het twaalfde levensjaar in geheelonthouding op te voeden, en Jongens- en Meisjesbonden voor de jeugdigen. De twee hoofddoelen van de sinds 1899 bestaande koepelorganisatie Sobriëtas waren de bestrijding van het alcoholisme en de bevordering van de christelijke hoofddeugd van de matigheid. Onder dit alcoholisme verstonden drankbestrijders ‘het complex van oorzaken dat tegenwoordig daartoe aanleiding geeft, met name de macht der drinkideeën, der dwingende drinkgewoonten, het wijdvertakte herbergwezen en vooral de honger van het reusachtige kapitaal, dat in den drankhandel gestoken is en op alle wijzen aan hooge rente zoekt te komen’. Het ‘probleemdrinken’ ofwel ‘ellende-alcoholisme’ lag volgens Ariëns en zijn strijdmakkers aan de basis van een complexere sociaal-culturele problematiek:

‘Ik heb het drankmisbruik gezien in al zijn vormen. Ik heb het gezien bij den krachtigen man van 27 jaar, in een paar uur weggesmakt door het delirium, en bij den vader van 50 jaar, die in wanhoop een eind aan zijn leven maakte. Ik heb het gezien bij meisjes van 20 jaar, die naar een sanatorium moesten, en bij oude vrouwen, die naar het krankzinnigengesticht gingen. Ik heb ’s Maandagsmorgens gestaan bij een huismoeder, die in stomme smart neerzat voor haar gebroken huisraad, omdat de man ’s avonds tevoren met een bijl alles kort en klein had geslagen. En ik heb het anders gezien (…) De drank had bij allen zijn gewoon werk gedaan. De hersens waren geraakt’.

Het alcoholisme gepersonifieerd door een koning op een tekening van Piet Gerrits, als omslag van het leerboek Koning Alcohol (1905) door frater C. Dieks.Het alcoholisme gepersonifieerd door een koning op een tekening van Piet Gerrits, als omslag van het leerboek Koning Alcohol (1905) door frater C. Dieks. Op rechts is de werkman ten prooi gevallen aan de verderfelijke listen van de koning. Op links blijven vrouw en kinderen ontredderd achter. Bron: KDC Nijmegen.

Ariëns herdenken: het Comité

Ariëns kwam te overlijden op 7 augustus 1928, 68 jaar oud. Onmiddellijk schoot een aanzienlijk aantal invloedrijke katholieken uit de startblokken om zijn woorden en daden te behoeden voor de vergetelheid. Genoemd dossier uit het archief-Aalberse laat mooi zien hoe een viermanschap daarin al op 19 september 1928 het voortouw nam. Het waren allereerst Charles Ruys de Beerenbrouck en Johannes Georgius, beiden politici en drankbestrijders, bovendien pastoor en medeoprichter van de KRO Willem van Koeverden, en tenslotte Ad de Bruijn van het R.K. Werkliedenverbond die toen hun naam zetten onder een circulaire. Dit document viel op de deurmat van de meest prominente voorvechters van de katholieke sociale actie, onder wie Aalberse. Het vFolder Ariëns Comitéiertal beoogde Ariëns op waardige wijze blijvend te eren. Door zijn voorbeeldig handelen was de geloofsgemeenschap dit aan hem verplicht: ‘Door de overgroote belangstelling in iederen vorm bij zijn zalig overlijden betoond is duidelijk gebleken, hoe èn de arbeidersbeweging èn de drankbestrijding èn de volksontwikkeling èn het missiewerk, in één woord: iedere godsdienstige, culturele en sociale actie in Nederland groote verplichtingen aan hem heeft’. Concreet vroegen de vier initiatiefnemers Aalberse en de anderen om hun naam te verbinden aan een in het leven te roepen nationaal comité dat zich zou gaan buigen over de vraag hoe het beste handen en voeten gegeven konden worden aan de receptie van de man en zijn werk. En zo kwam het Mgr. Dr. Ariëns Comité ter wereld, dat anno 2020 nog steeds bestaat.

Het Ariëns Comité zette deze folder in om de benodigde gelden te verwerven voor het op te richten standbeeld van de katholieke voorman in Enschede. Bron: KDC Nijmegen.

Ariëns verbeelden: het bronzen kunstwerk

Zoals blijkt uit twee gerelateerde dossiers, was Aalberse in die septembermaand van 1928 goed op de hoogte van de minder en meer recente ontwikkelingen op drankweergebied. Zo had hij tussen 1899 en 1925 een stevige correspondentie met Ariëns gevoerd (inv. nr. 278). In 1927 had de politicus bovendien samen met Ruys de Beerenbrouck zitting genomen in een studiecommissie van Sobriëtas (inv. nr. 278). Beide heren kenden elkaar uit Leiden, waar ze rechten hadden gestudeerd en in 1893 samen betrokken waren geraakt bij de oprichting van Sanctus Augustinus. Ruys de Beerenbrouck werd de voorzitter van deze studentenvereniging op instigatie van Aalberse, die zelf de rol van vicevoorzitter op zich nam. Hun wegen kruisten elkaar sindsdien frequent. Zo ook in het kader van het Ariëns Comité. Uit het verslag van een vergadering op 3 december 1928 blijkt dat de roep om steun had geleid tot maar liefst 84 positieve reacties. De naam van Tweede Kamerlid Aalberse prijkte bovenaan de weldra opgestelde, alfabetische lijst van zowel mannelijke als vrouwelijke leden. Ruys de Beerenbrouck kreeg de voorzittershamer van het nieuwe gremium in handen, met aartsbisschop Hendrik van de Wetering als erevoorzitter aan zijn zijde. Wat de receptie van Ariëns betreft, besloten Ruys de Beerenbrouck en de zijnen tot een uitgave van zowel diens belangrijkste geschriften als een greep uit zijn correspondentie. Een van de belangrijkste zichtbare speerpunten op de korte termijn werd echter de oprichting van een standbeeld in Enschede. Daarvoor was een bedrag nodig van 50.000 gulden. De helft daarvan moest komen uit het netwerk van de comité-leden. Waarschijnlijk heeft het een poos geduurd voordat de gelden bij elkaar waren gesprokkeld. Los daarvan is het de vraag of het aanvankelijke streefbedrag niet te hoog was ingeschat. Want rondom het overlijden van pastoor Van Koeverden in 1932 wist het bestuur van het comité Aalberse en de overige leden te melden dat August Falise bereid was gevoEnschede_03nden om de klus te klaren voor ongeveer 7.500 gulden. Deze Wageningse beeldhouwer had omstreeks 1925 ook al getekend voor standbeeld van Thomas van Aquino dat momenteel bij de Aula van de Radboud Universiteit staat. Het Ariëns-kunstwerk van brons zou drie meter hoog worden, bovenop een hardstenen voetstuk van zo’n twee meter. Het geheel moest goed zichtbaar geplaatst worden op een druk punt in het hart van Enschede; het liefste nabij de Hogere Textielschool, het ziekenhuis en de ambtswoning van de burgemeester, en anders op de Markt. Een uitnodiging voor de officiële onthulling op 16 juni 1934 is het jongste document uit dossier 454 uit het archief-Aalberse. Het dossier onthult dus zeker niet alles. Onder meer de vragen of Aalberse als genodigde de manifestatie heeft bijgewoond, welke locatie van de twee het uiteindelijk heeft gehaald, en hoe het beeld eruit is komen te zien, blijven onbeantwoord. Die laatste punten zijn met behulp van het internet echter snel opgehelderd. Zelfs originele filmbeelden die berusten bij het Historisch Centrum Overijssel kunnen worden bestudeerd. Komaan: op zoek naar Aalberse dan maar!

Dr. Chris Dols is cultuurhistoricus en als conservator Radboud Erfgoed verbonden aan de Nijmeegse universiteitsbibliotheek. Hij heeft uitvoerig gepubliceerd over het dagelijks leven in de katholieke geloofsgemeenschap in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw.

Literatuur

* Gerard Brom, Alfons Ariëns (Utrecht 1950)
* Jaap van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap. Vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland. Een historisch-sociologische studie (Hilversum 1995)
* Maartje Janse, De afschaffers. Publieke opinie, organisatie en politiek in Nederland, 1840-1880 (Amsterdam 2007)
* Chris Dols, De geesel der eeuw. Katholieke drankbestrijding in Nederland, 1852-1945 (Zaltbommel 2007)
* Peter de Haan, ‘Voor een tweede leven. De Ariënskapel in Enschede’, in: Jan Jacobs, Lodewijk Winkeler en Albert van der Zeijden (red.), Aan plaatsen gehecht. Katholieke herinneringscultuur in Nederland (Nijmegen 2012) 473-485
* Frans Verhagen, Toen de katholieken Nederland veroverden. Charles Ruijs de Beerenbrouck, 1873-1937 (Amsterdam 2015)

Meer lezen?