Radboud Universiteit
Zoek in de site...

De blik van een bioloog

Datum bericht: 11 juni 2020

Bioloog Thomas van Goethem heeft het veld verruild voor het archief als biotoop. Oude flora’s en fauna’s bieden namelijk een schat aan informatie over ontwikkelingen in biodiversiteit. Neuzend in de erfgoedcollectie van de Universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit raakte hij enthousiast over een oud bomenboek.

Tekst: Bea Ros

Op de tafel van de Leeszaal Bijzondere Collecties in de UB ligt, met dank aan conservator Eefje Roodenburg, een keur aan fraaie plantenboeken uitgestald, onderdeel van de collectie Natuurlijke historie. Het oudste is een kruidenboek uit 1484, daarnaast zijn er enkele nieuwere flora’s, een boek over artsenijgewassen, een boek over het kweken en enten van bomen en eentje over Nederlandse appel- en perenrassen.

Een foto van het oudste kruidboekEen kruidenboek uit 1484, het oudste boek uit de collectie Natuurlijke historie.

Thomas van Goethem kijkt duidelijk anders dan een boekenliefhebber of boekwetenschapper. Zijn blik blijft niet hangen bij blozende appels, een houtsnede van koriander of een kleurenprent van venkel. Nee, hij bladert meteen door naar de inhoudsopgave en het register. Staan de planten per soort of per ziekte gesorteerd? wil hij bijvoorbeeld weten. En is het een echte flora of niet? ‘Een echte flora bevat een heldere systematiek van plantenfamilies’, legt hij uit. ‘Zo’n boek is bedoeld om planten te determineren, op basis van kenmerken als het aantal meeldraden, de stand van de bladeren en de vorm van de bloemen. De oudere kruidenboeken heten vaak ook ‘flora’, maar gaan vooral over het gebruik van planten in de keuken of tegen ziektes.’

Databank

Echte flora’s hebben bovendien het voordeel dat ze een overzicht geven van de soortenrijkdom van een bepaald gebied. En dat is precies de reden waarom Van Goethem tegenwoordig meer in archieven en bibliotheken te vinden is dan in het vrije veld. Als medewerker van het in 2019 gestarte ATHENA-project is hij op zoek naar gegevens over biodiversiteit in het verleden. ATHENA staat voor Access Tool for data on Historical ecology and ENvironmental Archeology en is een samenwerking tussen de universiteiten van Utrecht, Wageningen en Nijmegen om een centrale portal te ontwikkelen waarin data over biodiversiteit in Nederland door de eeuwen gebundeld worden.

Een foto van Thomas van Goethem in de Leeszaal Bijzondere CollectiesBioloog Thomas van Goethem bestudeert een boek in de Leeszaal Bijzondere Collecties.

Er zijn al heel veel bestaande databestanden gekoppeld, zoals die van Naturalis en die van het Instituut voor de Nederlandse Taal (vanwege dialectvarianten in dieren- en plantennamen). ‘De volgende stap is het ontsluiten van kleinere collecties en het digitaliseren van nieuw materiaal.’ En daarom is Van Goethem geïnteresseerd in oude flora’s en fauna’s. ‘Ze kunnen je iets leren over welke soorten ergens voorkwamen. Als je er maar genoeg hebt van een bepaald gebied, kun je de ontwikkeling in biodiversiteit zien.’ Al is het ook weer niet zo simpel: ‘In oude flora’s, van voor Linneaus zeg maar, is de indeling van plantenfamilies net anders. Bramen en paardenbloemen zijn bijvoorbeeld anders ingedeeld.’

Flora’s geven nog meer informatie prijs dan alleen soortenrijkdom. ‘Vaak bevatten ze ook informatie over de habitat van een plant. Daarin kun je verschuivingen vaststellen. Bovendien geven flora’s doorgaans informatie over wanneer planten bloeien. Verschuivingen daarin kunnen inzicht geven in klimaatverandering.’

Een foto van een boek met een prent van aarbeienEen prent van aardbezie-kruid in een boek uit de collectie Natuurlijke historie.

Luchtvervuiling

Er is weinig onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van biodiversiteit door de eeuwen heen, vertelt hij. ‘Pas sinds de jaren zeventig is er monitoring en echt betrouwbare cijfers zijn er pas vanaf de jaren negentig. Dus we weten eigenlijk heel weinig over de periode voor de jaren zeventig. Voor de fauna weten we het van de zoogdieren goed, maar van de vogels, reptielen en amfibieën en insecten veel minder. Voor de flora weten we het vooral van bomen en kruiden die veel gebruikt werden, verder ook niet zo goed.’

Een prent van verschillende peersoortenDe hoop is dus dat erfgoed, zoals handgeschreven bronnen, oude boeken en schilderijen, daar een beter zicht op bieden. Of de boeken van de UB daar ook een handje bij kunnen helpen, weet Van Goethem nog niet. Maar hij weet wel welk boek hij graag mee naar huis zou willen nemen. En dat is dus niet het boek met de fraaie appel- en perenprenten (‘al zijn die oude rassen een goede remedie om de monocultuur te doorbreken’). Het is ook niet de flora met de mooie uitklapbladen waarin soorten tot op celniveau getekend staan. Maar wel het op het oog wat saaie bomenboek uit 1780. Hij leest vol enthousiasme de titel voor: ‘Verhandeling over het nut van den groei der boomen en planten, tot zuivering der lucht’. ‘Dus toen al was men daar mee bezig!’ Hij bladert verder. ‘Kijk, ze hebben echt geëxperimenteerd met de invloed van licht op groei en met het nut van bomen voor steden. Dat wil ik dolgraag lezen!’

Neem zelf een kijkje in Thomas’ favoriete bomenboek of in het kruidenboek uit 1484.

Natuurlijke historie
De Nijmeegse UB beschikt over een rijke collectie Natuurlijke historie. Die omvat onder meer kruidboeken, flora’s, handboeken voor de teelt en de verzorging van planten, bomen en dieren, fraaie vogelatlassen en nog veel meer. De precieze omvang is nog niet duidelijk. De meeste boeken zijn afkomstig uit voormalige kloosterbibliotheken. Als zelfvoorzienende gemeenschappen waren kloosters druk in de weer met plant en dier. Dat is af te lezen aan hun bibliotheekcollecties. En soms zullen de monniken en nonnen de boekenkennis niet meteen in praktijk hebben gebracht, maar zich vooral vergaapt hebben aan de pracht van Gods schepping.